RAMADAAN
2002
Aflevering 7:
het uitwissen van de zonden
De vorige keer hebben we een mooie
beschrijving van het paradijs gegeven om te zien wat ons te wachten staat als we
ons best doen in dit leven. Maar een ding mogen we absoluut niet vergeten,
degenen die het paradijs binnengaan, dragen geen enkele zonde, zij zijn volkomen
rein van al het slechte. Maar, dan maken wij geen enkele aanspraak op het
paradijs, wij begaan honderden zonden per dag. Hoe kunnen we dat verklaren?
De engelen zullen tegen degenen
die het paradijs binnentreden zeggen:
“Vrede
zij met jullie, jullie zijn gereinigd, en treedt voor eeuwig binnen.” Hieruit
begrijpen we dus dat er nog hoop is voor ons. We hebben dus de mogelijkheid om
onszelf te ‘reinigen’ van de zonden die we begaan. Als je oog nog een kleine
zonde heeft omdat je een keer ergens naar hebt gekeken waar niet naar gekeken
mag worden, val je van de siraat af, als je oor ooit iets heeft gehoord
en daarvan nog niet gereinigd is, kom je het paradijs niet binnen en val je
aldus van de siraat in het vuur (moge Allah
ons ervan weerhouden), totdat je uiteindelijk wel van die ene zonde bent
gereinigd, dan mag je eruit en niet eerder. Een mooi voorbeeld waarmee je het
zou kunnen vergelijken is goudwinning: Als men de goudertsen in handen heeft en
er zuiver goud uit wil halen, worden ze in hete ovens gestopt totdat al het
‘vuil’ weg is en men slechts zuiver goud over heeft. Je komt pas in het
paradijs, als je zo zuiver bent als dat goud.
Jullie zullen nu wel benieuwd zijn naar de manier(en) waarop we onze zonden
kunnen uitwissen en het moge duidelijk zijn dat we dat hard nodig hebben als we
het paradijs willen bereiken! Allah (VVIH),
de Barmhartige, heeft ons wel 11 kansen gegeven, 11 manieren, 11 ‘stations’ voor
het uitwissen van de zonden. Je kunt het stations noemen, omdat ze als het ware
achter elkaar komen, van de een ga je naar de ander en aan het einde vinden we
hopelijk de deuren van het paradijs, moge Allah ons daarbij helpen. Als wij deze
kansen goed weten te benutten, staan we aan het einde van de rit dus voor de
deuren van het paradijs. Van deze 11 stations zijn er 4 in het wereldse leven, 3
in het graf, en 4 op de dag des oordeels.
Samengevat: we willen allemaal in het paradijs terechtkomen, maar je komt er
alleen als je geen enkele zonde, ook geen kleine zonde, bij je draagt. Allah de
Barmhartige heeft ons 11 kansen gegeven om onze zonden uit te wissen.
Tijd om te verklappen wat die 11 stations zijn.
De vier van het hedendaagse
leven:
1- Het tonen van berouw.
Daar hebben we het in de tweede aflevering uitgebreid over gehad. Ik zal nog
even je geheugen opfrissen: wil je dat je berouw geaccepteerd wordt, dan moet je
de volgende drie dingen doen:
- Spijt hebben van de zonde
-
Het stoppen van de zonde
-
Het nooit meer herhalen van de desbetreffende zonde
Dit hoeft niet zo
moeilijk hoeft te zijn, je kunt elke avond in jezelf nagaan wat voor goeds en
wat voor slechts je hebt gedaan, toon direct berouw voor je zonden en doe het
inderdaad nooit mee. Het is zo makkelijk, wat houdt ons nog tegen?
2- Het
vragen van vergeving
Je zou
denken dat dit precies hetzelfde als het eerste punt is, maar er is een
fundamenteel verschil, namelijk: het tonen van berouw doe je voor een bepaalde
zonde, je weet heel goed van jezelf dat je dat hebt gedaan en dat het niet mag
en je hebt er spijt van. Maar hoeveel zonden zien wij over het hoofd of kunnen
ons niets schelen en zien we als iets kleins? Ook die zonden moeten gewist
worden, vraag daarvoor vergeving! Dus Allah vergeeft ons ook voor de zonden die
we niet meer weten? Hoe graag wil Allah ons in het paradijs krijgen. Hij houdt
alle deuren wagenwijd voor ons open, maar wij nemen Zijn gunsten en kansen niet
aan. Hoe kunnen wij dat nou maken? Vergeving vragen, hoe doe je dat? Simpeler
kan het niet: Astaghfiro Allah. Deze twee kleine woordjes, herhaal
ze. Het is een klein iets, maar geven wij het wel genoeg aandacht? Laat iedereen
eens voor zichzelf nagaan: wat is de laatste keer dat je vijf minuten achter
elkaar deze istighfaar hebt zitten doen? Helaas zullen er mensen zijn die
‘nooit’ op deze vraag zullen antwoorden, of ik heb het ooit gedaan, een keertje.
Laten we afspreken, dat we dit in ieder geval niet nalaten, na het fadjrgebed
(gebed
vóór zonsopgang)
of na een ander gebed, maar houd het in ieder geval elke dag bij! Niets is
makkelijker en je kunt er zoveel mee bereiken, het kan net die ene keer zijn wat
het verschil uitmaakt zodat je van de siraat wordt gered, stel je voor!
De Profeet (vzzmh) zei: “Degene die Allah om vergeving vraagt,
voor hem worden alle deuren geopend en hij wordt verlost van alle problemen en
Hij schenkt hem waarvan hij het niet verwacht.” Dus naast het vergeven van
de zonden krijgen wij ook nog dit alles. Hoe Barmhartig is onze Heer?
3- Goede daden die onze zonden uitwissen
Er wordt een aantal keren in de
Qoer’aan herhaald dat een slechte daad uitgewist wordt door een goede
daad die je daarna verricht. De Profeet (vzzmh) zegt in een overlevering:
“…En laat de slechte daad met een goede daad volgen, die het voorgaande wist...”
We leren hieruit er nooit teveel goede daden kunnen zijn. Wij krijgen er
zegeningen voor en daarnaast wissen ze ook nog de zonden uit, een soort bonus.
Geef extra aan liefdadigheid, doe meer dhikr (gedenken van Allah (VVIH)),
bid de aanbevolen gebeden, etc. Waarom laten wij al deze zegeningen staan,
hebben wij er genoeg? Zeer zeker niet! Als je iemand in dit leven vraagt of hij
een beetje harder zijn best wil doen om meer geld te verdienen, dan zal hij
nooit weigeren, waarom weigeren wij al dit goeds wel? Dat is een rare situatie.
Vergeet niet dat de Profeet (vzzmh) en zijn metgezellen ook hun best deden om
zoveel mogelijk zegeningen bij elkaar te sparen, het volgende verhaaltje maakt
ons dat duidelijk:
Bij de
slag Badr gingen de moslims van Medina naar het plaatje Badr. Deze twee plaatsen
zijn zo’n 150 km van elkaar verwijderd. De metgezellen hadden niet genoeg
kamelen en elk groepje van drie moest samen 1 kameel delen. Gemiddeld zou iemand
in een reis dus 100 km lopen! De Profeet (vzzmh) deelde zijn kameel met Ali
ibn–aboe-Talib en Mathad ibn-aboe-Marthad. De Profeet was toen 55 jaar, Ali was
21 en Marthad was 20 jaar. Deze twee jongemannen konden het niet over hun hart
verkrijgen om de oudere Profeet zo’n lange afstand af te laten leggen, dus
spraken ze af dat zij zouden lopen, en dat de Profeet op de kameel mocht. Samen
gingen ze het aan de Profeet (vzzmh) vertellen. Hij zei:
“Nee, bij Allah niet, jullie zijn niet beter dan ik in het lopen,
en ik heb de zegeningen net zo hard nodig als jullie.”
Laten
we uit deze gebeurtenis onze leerpunten trekken en laat het een steun voor ons
zijn om te proberen overal zoveel mogelijk zegeningen uit te halen. Ook
Aboe-Bakr wilde tijdens zijn hidjra (migratie) de volle prijs voor zijn
rijdier betalen, om zo de volledige beloning voor zijn migratie te verkrijgen.
Als de metgezellen en de Profeet op deze manier omgingen met het behalen van
zegeningen, zij die wisten dat ze het paradijs zullen binnentreden, zij die
zoveel deden. Wat moeten wij dan doen?
4-
Tegenspoed
Het klinkt raar, maar het is echt zo; een ziekte kan de reden
zijn voor het uitwissen van vele zonden, misschien wel van een heel jaar! Het
verliezen van een kind of een dierbaar iemand kan ook vele zonden uitwissen.
Maar een ding moeten we hier heel goed in de gaten houden: de Profeet (vzzmh)
heeft ons verboden om onheil van Allah (VVIH) te vragen, het is juist de
bedoeling dat als je in tegenspoed verkeert, dat je dan geduld opbrengt en je
alleen naar Allah (VVIH) wendt, en alleen Hem vraagt om je bij te staan. In dat
geval is tegenspoed inderdaad een manier om je zonden uit te wissen.
Dit
waren de vier 'stations' van het hedendaagse leven. Zij die deze waardevolle
kansen (helaas) hebben gemist, zij die toch te trots waren om vergeving te
vragen of berouw te tonen: zij hebben veel gemist, want anderen hebben een
voorsprong. Maar Allah (VVIH) is de Barmhartige, de Genadevolle, Hij biedt ze
nog drie andere kansen in het graf. De Profeet (vzzmh) zei: “Het graf is een
tuin van de tuinen van het paradijs, of een kuil van de kuilen van het
hellevuur.” Zij die hun kansen in het wereldse leven goed hebben benut,
zullen dichter bij het eerste zijn, maar zij die dat niet doen, zullen eerder in
de laatste terechtkomen. Maar Allah de Genadevolle geeft ons nog de volgende
drie kansen:
1- Het djanaza gebed
Dit is het gebed welke gebeden
wordt voor de overledene. Hoe meer (goede) mensen bij jouw gebed aanwezig zijn,
des te meer zonden van jou worden vergeven. Je bent dood, je kunt niets meer,
maar alsnog wil Allah (VVIH) jou dit schenken. Niet zo lang geleden waren er in
Mekka een keer twee djanaza gebeden op een dag, voor de eerste persoon
hadden bijna drie miljoen mensen gebeden, terwijl de tweede die Mekka binnenkwam
slechts 15 mensen om zich heen had.
2- De bestraffing van het graf
Dit kan je vergelijken met
tegenspoed op aarde, de duisternis van het graf, de eenzaamheid, de kilte, de
leegte, de angsten, de maden die zich om je heen verzamelen. Zelfs daarvoor
krijgen we wat terug!
3- De
daden die de levenden voor jou doen
De
Profeet (vzzmh) zei:
“Vier daden, komen
zeker aan bij de dode: hadj
(de
bedevaart naar Mekka in de eerste helft van de maand dhoel-hiddja, en dit
is de vijfde zuil van de islaam),
oemra (vrijwillige korte
bedevaart die op elk moment verricht kan worden),
sadaqa (liefdadigheid) en de smeekbede.” De dode in zijn graf weet
precies wie deze daden aan hem schenkt. Hoe groot is de Barmhartigheid van Allah
(VVIH), er komt werkelijk geen einde aan, keer op keer. Iemand die dood is, die
in zijn leven zoveel zonden heeft begaan en terwijl zijn tijd eigenlijk voorbij
is, kan toch nog steeds hoger en hoger bij U komen? We zien elke keer weer dat
Allah (VVIH) steeds dichter bij ons probeert te komen, en wij met onze trots en
al, wij doen niet eens de moeite om een stapje dichterbij te komen.
Nu rest ons alleen de vier stations van de dag des oordeels:
1- De omstandigheden op de dag des oordeels
Denk je
eens in, de zon die laag staat, het zweet wat tot je knieën, middel, schouders,
of zelfs tot je oren komt! Ook dat heeft allemaal met je daden te
maken, hoe goed waren jouw daden? De planeten die naderen, de bergen die in fijn
poeder veranderen, de aarde die zich splitst, de zeeën die overvloeien en
daarbij komt ook nog de angst.
2- Het
staan voor Allah (VVIH)
De
angst voor jouw beurt, wanneer Allah (VVIH) jou roept om bij hem te komen om te
kijken wat jij in dit leven hebt voorbereid voor die dag, voor dat moment
eigenlijk. We moeten ons realiseren dat dit moment het moeilijkste moment zal
zijn. Hoe zou jij je voelen als Allah (VVIH) tegen jou zegt: “Was Ik zo
onbelangrijk voor je dat je Mij niet wilde aanbidden, dat je anderen voorrang
gaf?” En het moment dat je je boek moet voorlezen: dit heb ik gedaan, dat heb ik
gedaan, en dat ook, en die er ook bij. Dat alles terwijl je voor Allah (VVIH)
staat, niemand die jou dan kan helpen, of kan verbergen. Als we altijd aan dit
moment dachten, op het moment dat we een zonde gingen verrichten, misschien dat
we er dan beter doorheen zouden komen.
Er
wordt zelfs door de Profeet (vzzmh) verteld dat er mensen zullen zijn die Allah
smeken om het vuur in te gaan, in ruil voor dat ze dat moment niet mee hoeven te
maken.
De
overige twee stations worden in de volgende aflevering (‘de dood’) besproken.
Ik
vraag Allah om ons te helpen Zijn pad te volgen.