Laten we in vrede samenleven
Deel 18
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed (vzzmh) zijn.
Dit hoofdstuk gaat over imaam Ahmed ibn-Hanbal. Veel mensen vinden dat hij streng was in zijn oordelen en opvattingen, maar het tegendeel zal bewezen worden. Ibn-Hanbal bereikte twee grote dingen voor de moslims, en in dit hoofdstuk zal het eerste resultaat besproken worden.
Het behoud van de soenna (het voorbeeld van de Profeet Mohammed (vzzmh))
In de tijd van Ahmed ibn-Hanbal, de eerste twee eeuwen na de migratie van Mekka naar Medina, was er een groot misverstand tussen de moslimgeleerden van Irak en die van de Hidjaaz. Het verschil in overleveringen zorgde voor dit conflict. Imaam aboe-Haniefa was in de Hidjaaz geboren en getogen, en hij corrigeerde daar overleveringen, op basis van gestaafd bewijs en betrouwbare bronnen. De mensen in Irak waren niet op de hoogte van die aanpassingen, dus ontstonden er geschillen toen mensen uit beide landen overleveringen bespraken. Imaam ibn-Hanbal wist dat de Qoer’aan en de soenna (middels de overleveringen) het belangrijkst zijn in de islaam, en daarom wilde hij het misverstand ophelderen en de mensen leren hoe zij met elkaar in vrede kunnen samenleven. Hij verzamelde alle overleveringen in een boek, Moesnad imaam ibn-Hanbal, om verdere verwarring onder de moslims te voorkomen.
Vandaag de dag is het beste boek voor overleveringen het werk van al-Boechari, dat vereenvoudigd is dankzij de inspanningen van Ahmed ibn-Hanbal. De geleerden leerden van elkaar, ze vormden samen de schakels in een ketting. Ibn-Hanbal leerde van alle voorgaande geleerden, en ook al was hij het soms niet eens met hun standpunt, hij beledigde hen nooit en zorgde nooit voor verwarring. Hij ontdekte overeenkomstige standpunten zodat ze het met elkaar eens konden zijn, en dat noemen we co-existentie.
We zouden ons eigen geloof en mening moeten hebben, en als die verschillen van die van een ander, hoeven we niet te ruziën, uit elkaar te gaan of onze eigen mening op te geven, maar we zouden juist een manier moeten vinden om met andere mentaliteiten en meningen om te gaan. Ofwel: co-existentie.
De islaam is geen ingewikkelde religie, maar in de tijd van ibn-Hanbal probeerden sommige mensen het zo te laten lijken, net zoals het getracht werd met het christendom. Ze wisten de heersers ervan te overtuigen om enkele regels te veranderen, om enkele zaken te vergemakkelijken, en zo deden zij hen van de religie afdwalen. Ibn-Hanbal vocht enkel en alleen tegen dit soort mensen, en hij slaagde erin de soenna tot aan ons huidige tijdperk te behouden. Ibn-Hanbal staat symbool voor kracht en volhardendheid, want hij volhardde in zijn geloof.
Ahmed ibn-Hanbal leefde van 164 tot 241 n.h., en was in Irak geboren. Hij behoorde tot de Sjaibaan stam, een stam die bekend stond om hun kracht en goede manieren. De Profeet (vzzmh) heeft ooit hun hulp ingeroepen, maar zij weigerden beleefd vanwege politieke redenen. Ondanks hun besluit om de Profeet (vzzmh) niet te helpen, bewonderde hij hun kracht en manieren, omdat ze direct en eerlijk waren. Later was stamgenoot Moethana ibn-Haritha de eerste persoon die tegen de Perzen vocht. Moethana was de grootvader van ibn-Hanbal. Het lijkt erop dat Ahmed ibn-Hanbal de legendarische kracht, manieren en volhardendheid van zijn grootvader heeft geërfd.
Ibn-Hanbal was zeer arm, nog armer dan imaam as-Sjaafie. Toen hij drie jaar oud was, stierven zijn vader en grootvader. Hij werd door zijn moeder opgevoed. Stel je eens voor hoe sterk zijn moeder geweest moet zijn om zo’n grote geleerde groot te brengen! Na de dood van haar echtgenoot wijdde ze haar leven aan het opvoeden van haar zoon. Ze leerde de Qoer’aan uit haar hoofd en blonk uit in lezen en schrijven, om haar zoon te onderwijzen. Ze hielp ibn-Hanbal met zijn schrijfvaardigheid.
Naast het feit dat ze een sterke vrouw was, was het een liefhebbende moeder. Ze maakte zich vaak zorgen over haar zoon en probeerde zijn reizen te beperken. Ahmed gehoorzaamde haar en wilde zijn moeder op geen enkele manier kwetsen, dus als ze hem vroeg om niet op reis te gaan, dan bleef hij bij haar. Toen hij 16 jaar oud was, maakte hij een verre reis om een bezoek aan een islamitische jurist te brengen, zonder dit aan zijn moeder te vertellen. Hij wist dat ze hem geen toestemming zou geven. Maar onderweg voelde hij zich ziek, en toen hij terugkeerde, zei hij: “Ik keer terug naar mijn moeder, berouw tonend aan mijn Heer!”
Toen begreep zijn moeder dat hij meer ruimte en vrijheid nodig had om kennis te kunnen opdoen. Dus probeerde ze haar angst onder controle te krijgen en gaf ze hem meer vrijheid. Met als resultaat dat ibn-Hanbal de (islamitische) wereld rondreisde om overleveringen te verzamelen.
Ibrahiem ibn-Sjamas zei eens: “Toen ik dat kind een keer ‘s nachts zag bidden, aangemoedigd door zijn moeder, wist ik dat hij een belangrijk persoon in de moslimgemeenschap zou worden.”
Toen hij 14 jaar oud was, vroeg zijn oom aan zijn baas of de briljante ibn-Hanbal hem in zijn afwezigheid mocht vervangen op zijn werk op het postkantoor van de kalief. Dit was de kans die Allah (VVIH) hem schonk om zich op jonge leeftijd onder de mensen te begeven, om hem voor te bereiden op zijn grote verantwoordelijkheid als jurist. Ondanks zijn jonge leeftijd, stond hij bekend om zijn vroomheid, en de mensen zeiden over hem: “We hebben nog nooit zo iemand als hem ontmoet.”
Imaam Ahmed was verantwoordelijk voor het schrijven van berichten. Als hij iets moest opschrijven dat in zijn ogen zondig of onwettig was, weigerde hij het te doen. Hij was goed in zijn werk, dankzij zijn talent en zijn vaardigheid om goed met mensen om te gaan.
Als je succes wilt bereiken in je leven, dan moet je je onder de mensen begeven en in vrede met de maatschappij samenleven. De Profeet (vzzmh) zei hierover: “De gelovige die zich onder de mensen begeeft en geduldig hun kwaad verdraagt, is beter dan degene die zich niet onder de mensen begeeft en niet geduldig hun kwaad verdraagt.”
Ondanks dat hij arm was, steunde imaam Ahmed niet op anderen, zelfs niet op degenen met wie hij een goede band had. Hij verdiende zijn brood dankzij zijn prachtige handschrift, waarmee hij boeken of folders voor anderen schreef.
Malik en as-Sjaafie leidden een totaal ander leven dan imaam Ahmed, maar desondanks accepteerden ze elkaar.
Imaam Ahmed begon met zijn zoektocht naar kennis toen hij nog maar 16 jaar oud was. Eerst was hij een leerling van aboe-Joesoef, die op zijn beurt een leerling van aboe-Haniefa was. Deze denkwijze sprak hem echter niet aan. Imaam Ahmed weigerde niet om de kennis van aboe-Joesoef aan te nemen, ook al was hij er niet van overtuigd.
Dit is wederom een voorbeeld van co-existentie.
Zijn nobele en enige doel was om naar de moslimlanden af te reizen, de overleveringen te verzamelen en om ze in een boek te bundelen, als referentie voor alle moslims.
Heb jij jezelf een doel gesteld en leef je ervoor om dat doel te bereiken?
De moeder van imaam Ahmed gaf hem de kans om op 16-jarige leeftijd aan zijn zoektocht naar kennis te beginnen. Hij begon in Bagdad, daar ontmoette hij de grote geleerde Hasjiem ibn-Hisjaam. Hij leerde veel overleveringen kennen en verzamelde er 3.000. Op dat moment was hij ervan overtuigd dat hij alle kennis had gevonden, die in Bagdad beschikbaar was. Dus nam hij het initiatief om een bezoek aan al-Basra, Kufa en Wasit te brengen. Daarna ging hij naar Waki toe om een vriend van imaam as-Sjaafie op te zoeken.
In Basra ontmoette hij de geleerde Abdoel-Rahmaan ibn-Mahdi. Hij was een prominente geleerde op het gebied van overleveringen.
Omdat imaam Ahmed arm was, reisde hij overal lopend naar toe, zodat zijn voeten er op een gegeven moment abnormaal uitzagen. Zou jij dit voor de islaam over hebben?
Dit alles betekent niet dat je je studie medicijnen, taalkunde, etc. moet opgeven en je alleen op het vergaren van kennis moet concentreren, maar je zou wel kunnen leren hoe je mensen bijeen kunt brengen en hoe je in vrede met hen kunt samenleven.
Nadat hij zijn missie van zijn zoektocht naar kennis voltooid had in Bagdad en Kufa, ging imaam Ahmed naar Wasit toe. Daar ontmoette hij de geleerde Jazid ibn-Haroen.
Er zijn overigens een aantal overeenkomsten tussen de geleerden as-Sjaafie en Ahmed: beiden waren arm en ze hadden beiden het doel om de moslimgemeenschap te verenigen. Imaam asj-Sjaafie slaagde erin middels zijn boek met wetgevingen, en imaam Ahmed slaagde erin middels het verzamelen van de soenna.
De volgende fase in zijn plan was om naar Mekka te gaan: het centrum van islamitische kennis. Imaam Ahmed ging daar in het bedevaartseizoen naar toe, hij was toen 23 jaar oud. Hij ging naar Soefjaan ibn-Oejaina toe, een geleerde op het gebied van overleveringen, die een grote groep leerlingen bij de Kaba onderwees. Ook as-Sjaafie was toen aanwezig, al was hij toen nog niet zo bekend. Imaam Ahmed verliet vervolgens de studiegroep om zich bij de studiegroep van as-Sjaafie aan te sluiten. Ishaaq ibn-Rahawiyya nodigde hem uit voor de studiegroep van Soefjaan. Daarop zei Ahmed: “Als we de studiegroep van Soefjaan verlaten, kunnen we zijn kennis ergens anders vinden. Maar als we deze jongeman verlaten, dan zullen we de kennis tot op de dag des oordeels verliezen.”
Ondanks dat zij een andere wetschool aanhingen, hadden beide geleerden veel respect voor elkaar. Imaam Ahmed zei altijd over as-Sjaafie: “As-Sjaafie is de geleerde van eenieder die op zoek is naar kennis.” Ook zei hij: “As-Sjaafie is voor de mensen zoals de zon voor de wereld, en gezondheid voor het lichaam is.” Hij vond dat as-Sjaafie op vier gebieden uitmuntend was: taal, overleveringen, jurisprudentie en het verenigen van mensen. As-Sjaafie zei over imaam Ahmed: “Nadat ik Irak verliet, heb ik nooit een vromer persoon dan Ahmed ontmoet.”
Dit is het beste voorbeeld van co-existentie dat we tot nu toe gezien hebben.
De volgende fase van zijn reis was naar Jemen en de Levant. Samen met zijn vriend Jahja ibn-Ma’in verrichtte hij de bedevaart. Tijdens de rondgang om de Kaba, ontmoetten zij de geleerde op het gebied van overleveringen, Abdoel-Razzaq ibn-Hamam uit Jemen. Jahja was blij toen hij de geleerde zag, en zei tegen imaam Ahmed dat hij in Mekka van hem zou kunnen leren. Imaam Ahmed verwierp dit idee echter, omdat hij gezworen had om naar Jemen af te reizen om kennis op te doen.
Op weg naar Jemen raakte hij de weg kwijt, en moest hij als een kruier werken om zijn brood te verdienen en om mensen te ontmoeten die hem de weg konden wijzen.
De laatste fase van zijn reis was naar de Levant, en vervolgens naar Turkije. Uiteindelijk ging hij op 35-jarige leeftijd weer terug naar Irak. Toen werd hem gevraagd tot op welk moment hij op zoek zou blijven gaan naar kennis. Hij antwoordde met de bekende zin: “Ik zal niet ophouden naar kennis te zoeken, totdat ik naar mijn graf gedragen word.”
In zijn boek, Moesnad, stonden 800 metgezellen genoemd, 700 mannen en 100 vrouwen. Er waren meer dan 5.000 mensen die zijn lessen in de grote moskee in Bagdad bijwoonden.
Aan alle moslims in de wereld: doe je best om mensen te verenigen en wees niet zo verdeeld. We moeten allemaal ons best doen om elkaar te accepteren en in vrede met elkaar samen te leven.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net