Laten we in vrede samenleven_ Deel 14



Laten we in vrede samenleven

 Deel 14

 In de naam van Allah[1], de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed (vzzmh[2]) zijn.

 

As-Sjaafi kreeg veel bijnamen van grote geleerden. De populairste is ‘de verdediger van de soenna’. We kunnen hem ook ‘de imaam van co-existentie’ noemen, om zijn unieke benadering die gebaseerd was op het principe van co-existentie.

Voordat we verdergaan met het verhaal van imaam as-Sjaafi, herhalen we de 10 regels nog een keer. Deze kun je in je leven toepassen om in vrede met anderen te kunnen samenleven.

 

  1. Doe je best om iets gemeenschappelijks te ontdekken.
  2. Ga op zoek naar kennis die je bij punt 1 kan helpen.
  3. Integreer in de maatschappij en isoleer jezelf niet. As-Sjaafi leerde van alle geleerden in die tijd. Hij respecteerde hen allen. Hij bleef echter een onafhankelijk individu.
  4. Wijs nooit een mening in zijn geheel af. Je moet er eerst naar luisteren en erover nadenken.
  5. Onderdruk degenen die het niet met je eens zijn niet, en maak hen niet tot jouw vijand.
  6. Heb een zuivere intentie wanneer je een indruk krijgt van mensen, in plaats van je eigen vooroordelen te volgen. Heb de intentie dat de waarheid zou moeten overheersen en dat je eraan werkt om mensen te verenigen.
  7. Respecteer anderen zodat je hun vertrouwen wint en als gevolg daarvan in vrede kunt samenleven.
  8. Wees flexibel in plaats van koppig.
  9. Wees een liefdevol persoon, ook ten opzichte van degenen die het met je oneens zijn. Houd van de mensheid en alle mensen, tenminste omdat Allah hen geschapen heeft.
  10. Onthoud dat co-existentie niet betekent dat je in een andere cultuur moet opgaan. Je mag trots zijn op je eigen persoonlijkheid en moslimidentiteit.

 

We gaan verder met het verhaal van as-Sjaafi. Toen hij 13 jaar oud was, gaf de Egyptische geleerde Laith ibn-Saad lezingen in Mekka. De 13-jarige as-Sjaafi hoorde hem zeggen dat de taal een van de grootste oorzaken was, dat de gemeenschap verdeeld was. Laith ibn-Saad voegde eraan toe dat als iemand zich wijdt aan de studie van de Arabische taal, hij de interpretatie van zowel de Qoer’aan als de overleveringen kan verzamelen en aldus de gemeenschap kan verenigen. Dit kon niet anders, dan via de Hoedhail stam, aangezien zij een grote taalkennis hadden, en toen as-Sjaafi zijn moeder hierover informeerde, zei ze tegen hem dat hij naar die stam toe moest gaan. Hij bleef daar vier jaar, en keerde naar Mekka terug toen hij 18 jaar was, en de Qoer’aan, de uitleg ervan en overleveringen had geleerd. Ook had hij speerwerpen en poëzie geleerd. Hij was dus een geleerde, sporter en een dichter.

 

Toen hij terugkwam in Mekka, vroegen de geleerden hem om fataawa[3] uit te vaardigen. Zijn moeder adviseerde hem echter om dit niet te doen, omdat hij eerst alle aanwezige wetscholen moest bestuderen, om een brede visie te hebben.

Hij besloot toen om naar imaam Malik toe te gaan en zijn lezingen bij te wonen. Hij studeerde negen jaar zijn wetschool. Hij vroeg vervolgens aan imaam Malik om naar Irak te mogen gaan om meer over de wetschool van aboe-Haniefa te leren, de tegenstander van Maliks school. Imaam Malik gaf hem daar toestemming voor en gaf hem zelfs geld om zijn verblijf daar te kunnen betalen.

 

Hij ging naar Irak toe en ontmoette daar Mohammed ibn-al-Hassan, een leerling van aboe-Haniefa. Mohammed ibn-al-Hassan was onder de indruk van zijn kennis en persoonlijkheid. Hij dacht dat mensen uit de Hidjaaz[4] geïsoleerd waren van de rest, maar nadat hij as-Sjaafi ontmoet had, veranderde zijn mening. Zeker nadat hij hoorde dat as-Sjaafi een bezoek aan Irak bracht om meer over de mensen daar te weten te komen.

 

Na twee maanden keerde hij terug naar Medina. Imaam Malik verwelkomde hem en zei: “Nu is het tijd dat je op mijn stoel gaat zitten en fataawa uitvaardigt.” As-Sjaafi antwoordde echter: “Daar is het nog te vroeg voor, ik wil verdergaan met het bestuderen van de wetschool van Irak.” Imaam Malik sprak hem niet tegen en zei bijvoorbeeld niet dat het voor hem voldoende zou zijn om Maliks wetschool te bestuderen.

 

Imaam Malik stierf en as-Sjaafi ging naar Jemen toe om daar te werken en te sparen, zodat hij naar Irak kon gaan. Op weg naar Jemen bestudeerde hij de wetschool van de Sjiieten. Hij was het niet met hen eens, maar bestudeerde het om in staat te zijn een dialoog met hun geleerden aan te gaan. Ook bestudeerde hij gelaatkunde.

 

Tijdens zijn verblijf in Jemen, was de situatie in die regio instabiel. De heerser van Jemen stond bekend om zijn onderdrukking van degenen die een verkeerde mening hadden door hun bezittingen in te nemen. As-Sjaafi was tegen deze onrechtvaardigheid en dit zorgde ervoor dat hij de heerser wilde ontmoeten, en hem vertelde dat zijn onderdrukking van de mensen het probleem verergerde. De heerser rekende vervolgens as-Sjaafi onder de radicalen en bracht de kwestie onder de aandacht van Haroen ar-Rasjied, de kalief in Irak, die het bevel gaf om hem geketend naar Irak toe te brengen.

As-Sjaafi ging geketend naar Irak toe. Hij bleef Allah met Zijn naam ‘de Goedertierende’ aanroepen voordat hij voor Haroen ar-Rasjied werd gebracht, die de andere beschuldigden ondervroeg en tot hun dood veroordeelde. Haroen ar-Rasjied vroeg hem toen of hij mensen tegen hem opzette. As-Sjaafi zei dat hij dat niet zou kunnen doen, omdat hij zijn neef was (ze waren beiden van Qoeraisj). As-Sjaafi legde vervolgens uit: “Ik ben het oneens met de radicalen. Maar door onrechtvaardig te zijn ten opzichte van hen, zal het probleem zich vergroten in plaats van te verminderen.” Haroen ar-Rashied was overtuigd van zijn mening, maar nog niet zo zeker van zijn trouw. Mohammed ibn-al-Hassan, aboe-Haniefa’s leerling, zat naast Haroen ar-Rasjied. Hij gaf zijn mening over as-Sjaafi door te zeggen: “Deze man is eerlijk en zal een grote geleerde zijn.” Aldus gaf Haroen ar-Rasjied as-Sjaafi 50.000 dinars om van te leven.

 

As-Sjaafi woonde twee jaar lang in Irak en bestudeerde de wetschool van aboe-Haniefa, onder begeleiding van Mohammed ibn-al-Hassan. Op 36-jarige leeftijd had hij twee voorname wetscholen bestudeerd: de wetscholen van Malik en aboe-Haniefa. Bovendien had hij de Qoer’aan, de uitleg ervan, overleveringen, poëzie en gelaatkunde bestudeerd. Dit verleende hem een brede visie op de jurisprudentie in zijn geheel.

 

Hij keerde terug naar Mekka en begon toen voor het eerst fataawa uit te vaardigen. Hij bleef negen jaar in Mekka, totdat hij 45 jaar oud was. Hij stelde zijn eerste boek samen: ar-Risaala, dat de vastgestelde regels omvatte voor het extraheren uit de Qoer’aan en de soenna. Hij bedacht een nieuwe benadering voor de jurisprudentie, die door anderen gevolgd werd.

 

As-Sjaafi besloot toen om terug naar Irak te gaan. Hij wilde zijn boodschap overbrengen en zijn boek aan de mensen daar uitleggen. Hij bleef twee jaar lang in Irak. In die tijd was zijn grootste doel om de twee entiteiten Mekka en Irak te verenigen, en de kloof ertussen te dichten. Hij schreef ook het boek al-Oem (letterlijk: De moeder). Dit boek was de toepassing van de regels en theorieën in zijn voorgaand boek.

 

Toen hij 50 werd, vroeg hij aan Rabi, zijn leerling en opvolger: “Wat staat ons nog te doen?”

“Egypte en India”, antwoordde hij. As-Sjaafi zei: “Dan beginnen we met Egypte.”

Toen hij in Egypte aankwam, vroegen ze hem om fataawa, maar hij weigerde dit totdat hij het volk en de Egyptische omstandigheden nauwkeurig bestudeerd had. Hij heeft de Egyptenaren een jaar lang bestudeerd.

 

Toen hij in Egypte was, nam hij een moedig en riskant besluit, om de jurisprudentie in zijn boek al-Oem opnieuw samen te stellen. Hij veranderde geheel van mening, behalve over 20 kwesties. Dit kwam doordat hij ondervond dat de omgeving in Egypte totaal anders was dan in Irak. Hij was niet bang van wat de mensen erover zouden zeggen, hij was oprecht op zoek naar de waarheid.

 

Op 54-jarige kon hij door ziekte niet meer op zijn benen staan. Hij wou dat hij nog in staat was om naar India te gaan, om zijn missie om de mensen te verenigen te voltooien. Een geleerde zei: “Als het voorbestemd was dat as-Sjaafi India zou bezoeken, dan zou hij zijn jurisprudentie over de hele wereld hebben laten overheersen. Maar Allah (VVIH) wil dat de verschillen blijven bestaan, omdat de mensen hier voordeel aan hebben.”

 

Een jaar voor zijn dood, vroeg as-Sjaafi aan Rabi om samen met hem naar Alexandrië te gaan, om met de soldaten te zijn die tegen de Romeinen vochten. Een paar dagen voor zijn dood, droomde Rabi dat profeet Adam stervende was. Hij vroeg naar de interpretatie van zijn droom, en hem werd verteld dat de grootste intellectuele persoon van die tijd spoedig zou sterven. Hij begreep dat as-Sjaafi de persoon was die zou sterven.

 

Een paar uur voor zijn dood, vroeg as-Sjaafi aan Rabi om Qoer’aan voor te dragen. En hij droeg de volgende verzen voor: “Onze Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die oproept tot geloof: ‘Gelooft in jullie Heer’, dus geloven wij. ‘Onze Heer, vergeef ons onze zonden en wis onze fouten uit en neem ons leven met (dat van) de vromen. Onze Heer, schenk ons wat U aan Uw boodschappers beloofd hebt en verneder ons niet op de dag der opstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet.’ En hun Heer heeft hun (smeekbedes) verhoord, (zeggend:) ‘Voorwaar, Ik doe het werk van de werkenden van jullie niet verloren gaan, of het nu een man of een vrouw is, jullie komen uit elkaar voort. Zij die uitgewekenen zijn en uit hun huizen verdreven werden, en die leden op Mijn weg, en zij (die) doodden en gedood werden: Ik zal hun fouten zeker uitwissen en hen in Tuinen (het paradijs) binnenleiden, waar onder door de rivieren stromen, als een beloning van bij Allah. En Allah, bij Hem is de goede beloning.’” (VBQ[5] 3:193-195)

As-Sjaafi huilde. Het laatste wat hij zei, waren enkele verzen van een gedicht over de genade en vergevensgezindheid van Allah. Hij werd in Egypte begraven, en het hele land rouwde om hem.


 

[1] Het woord ‘Allah’ is de Arabische term voor God. Hoewel het woord vaak aan de islaam toegeschreven wordt, wordt het niet alleen door moslims gebruikt: Arabische christenen en joden gebruiken dit woord om naar de Enige God te verwijzen. Het Arabische woord geeft iets nauwkeuriger dan de Nederlandse term uitdrukking aan de unieke eigenschappen van de Enige God. Het Arabische woord ‘Allah’ heeft geen meervoudsvorm, de Nederlandse term heeft dat wel. Het woord ‘Allah’ heeft ook geen connotatie wat betreft het geslacht. Allah is de God die door alle profeten aanbeden werd, van Adam tot Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed.

[2] Vrede en zegeningen van Allah zij met hem (salla Allahoe alaihi wa salam).

[3] Meervoud fatwa, een juridische uitspraak door islamitische geleerde(n).

[4] Gebied in het westen van Saoedi-Arabië. De bekendste steden in het gebied zijn Mekka en Medina.

[5] Vertaling van de Betekenis van de Qoer'aan. Dit is een vertaling van wat er tot nu toe begrepen is van het gestelde Qoer'aanvers. Het lezen van de vertaalde betekenis van de Qoer'aan kan op geen enkele manier het lezen in de Arabische taal vervangen, de taal waarin het geopenbaard is.

/'/'

AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net