Laten we in vrede samenleven
Deel
14
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
As-Sjaafi kreeg veel bijnamen van grote geleerden.
De populairste is ‘de verdediger van de soenna’. We kunnen hem ook ‘de
imaam van co-existentie’ noemen, om zijn unieke benadering die gebaseerd was op
het principe van co-existentie.
Voordat we verdergaan met het verhaal van imaam
as-Sjaafi, herhalen we de 10 regels nog een keer. Deze kun je in je leven
toepassen om in vrede met anderen te kunnen samenleven.
- Doe je
best om iets gemeenschappelijks te ontdekken.
- Ga op
zoek naar kennis die je bij punt 1 kan helpen.
- Integreer
in de maatschappij en isoleer jezelf niet. As-Sjaafi leerde van alle
geleerden in die tijd. Hij respecteerde hen allen. Hij bleef echter een
onafhankelijk individu.
- Wijs
nooit een mening in zijn geheel af. Je moet er eerst naar luisteren en
erover nadenken.
- Onderdruk
degenen die het niet met je eens zijn niet, en maak hen niet tot jouw
vijand.
- Heb een
zuivere intentie wanneer je een indruk krijgt van mensen, in plaats van je
eigen vooroordelen te volgen. Heb de intentie dat de waarheid zou moeten
overheersen en dat je eraan werkt om mensen te verenigen.
-
Respecteer anderen zodat je hun vertrouwen wint en als gevolg daarvan in
vrede kunt samenleven.
- Wees
flexibel in plaats van koppig.
- Wees een
liefdevol persoon, ook ten opzichte van degenen die het met je oneens zijn.
Houd van de mensheid en alle mensen, tenminste omdat Allah hen geschapen
heeft.
- Onthoud
dat co-existentie niet betekent dat je in een andere cultuur moet opgaan. Je
mag trots zijn op je eigen persoonlijkheid en moslimidentiteit.
We gaan verder
met het verhaal van as-Sjaafi. Toen hij 13 jaar oud was, gaf de Egyptische
geleerde Laith ibn-Saad lezingen in Mekka. De 13-jarige as-Sjaafi hoorde hem
zeggen dat de taal een van de grootste oorzaken was, dat de gemeenschap verdeeld
was. Laith ibn-Saad voegde eraan toe dat als iemand zich wijdt aan de studie van
de Arabische taal, hij de interpretatie van zowel de Qoer’aan als de
overleveringen kan verzamelen en aldus de gemeenschap kan verenigen. Dit kon
niet anders, dan via de Hoedhail stam, aangezien zij een grote taalkennis
hadden, en toen as-Sjaafi zijn moeder hierover informeerde, zei ze tegen hem dat
hij naar die stam toe moest gaan. Hij bleef daar vier jaar, en keerde naar Mekka
terug toen hij 18 jaar was, en de Qoer’aan, de uitleg ervan en
overleveringen had geleerd. Ook had hij speerwerpen en poëzie geleerd. Hij was
dus een geleerde, sporter en een dichter.
Toen hij
terugkwam in Mekka, vroegen de geleerden hem om fataawa
uit te vaardigen. Zijn moeder adviseerde hem echter om dit niet te doen, omdat
hij eerst alle aanwezige wetscholen moest bestuderen, om een brede visie te
hebben.
Hij besloot
toen om naar imaam Malik toe te gaan en zijn lezingen bij te wonen. Hij
studeerde negen jaar zijn wetschool. Hij vroeg vervolgens aan imaam Malik om
naar Irak te mogen gaan om meer over de wetschool van aboe-Haniefa te leren, de
tegenstander van Maliks school. Imaam Malik gaf hem daar toestemming voor en gaf
hem zelfs geld om zijn verblijf daar te kunnen betalen.
Hij ging naar
Irak toe en ontmoette daar Mohammed ibn-al-Hassan, een leerling van
aboe-Haniefa. Mohammed ibn-al-Hassan was onder de indruk van zijn kennis en
persoonlijkheid. Hij dacht dat mensen uit de Hidjaaz
geïsoleerd waren van de rest, maar nadat hij as-Sjaafi ontmoet had, veranderde
zijn mening. Zeker nadat hij hoorde dat as-Sjaafi een bezoek aan Irak bracht om
meer over de mensen daar te weten te komen.
Na twee
maanden keerde hij terug naar Medina. Imaam Malik verwelkomde hem en zei: “Nu is
het tijd dat je op mijn stoel gaat zitten en fataawa uitvaardigt.”
As-Sjaafi antwoordde echter: “Daar is het nog te vroeg voor, ik wil verdergaan
met het bestuderen van de wetschool van Irak.” Imaam Malik sprak hem niet tegen
en zei bijvoorbeeld niet dat het voor hem voldoende zou zijn om Maliks wetschool
te bestuderen.
Imaam Malik
stierf en as-Sjaafi ging naar Jemen toe om daar te werken en te sparen, zodat
hij naar Irak kon gaan. Op weg naar Jemen bestudeerde hij de wetschool van de
Sjiieten. Hij was het niet met hen eens, maar bestudeerde het om in staat te
zijn een dialoog met hun geleerden aan te gaan. Ook bestudeerde hij gelaatkunde.
Tijdens zijn
verblijf in Jemen, was de situatie in die regio instabiel. De heerser van Jemen
stond bekend om zijn onderdrukking van degenen die een verkeerde mening hadden
door hun bezittingen in te nemen. As-Sjaafi was tegen deze onrechtvaardigheid en
dit zorgde ervoor dat hij de heerser wilde ontmoeten, en hem vertelde dat zijn
onderdrukking van de mensen het probleem verergerde. De heerser rekende
vervolgens as-Sjaafi onder de radicalen en bracht de kwestie onder de aandacht
van Haroen ar-Rasjied, de kalief in Irak, die het bevel gaf om hem geketend naar
Irak toe te brengen.
As-Sjaafi ging
geketend naar Irak toe. Hij bleef Allah met Zijn naam ‘de Goedertierende’
aanroepen voordat hij voor Haroen ar-Rasjied werd gebracht, die de andere
beschuldigden ondervroeg en tot hun dood veroordeelde. Haroen ar-Rasjied vroeg
hem toen of hij mensen tegen hem opzette. As-Sjaafi zei dat hij dat niet zou
kunnen doen, omdat hij zijn neef was (ze waren beiden van Qoeraisj). As-Sjaafi
legde vervolgens uit: “Ik ben het oneens met de radicalen. Maar door
onrechtvaardig te zijn ten opzichte van hen, zal het probleem zich vergroten in
plaats van te verminderen.” Haroen ar-Rashied was overtuigd van zijn mening,
maar nog niet zo zeker van zijn trouw. Mohammed ibn-al-Hassan, aboe-Haniefa’s
leerling, zat naast Haroen ar-Rasjied. Hij gaf zijn mening over as-Sjaafi door
te zeggen: “Deze man is eerlijk en zal een grote geleerde zijn.” Aldus gaf
Haroen ar-Rasjied as-Sjaafi 50.000 dinars om van te leven.
As-Sjaafi
woonde twee jaar lang in Irak en bestudeerde de wetschool van aboe-Haniefa,
onder begeleiding van Mohammed ibn-al-Hassan. Op 36-jarige leeftijd had hij twee
voorname wetscholen bestudeerd: de wetscholen van Malik en aboe-Haniefa.
Bovendien had hij de Qoer’aan, de uitleg ervan, overleveringen, poëzie en
gelaatkunde bestudeerd. Dit verleende hem een brede visie op de jurisprudentie
in zijn geheel.
Hij keerde
terug naar Mekka en begon toen voor het eerst fataawa uit te vaardigen.
Hij bleef negen jaar in Mekka, totdat hij 45 jaar oud was. Hij stelde zijn
eerste boek samen: ar-Risaala, dat de vastgestelde regels omvatte voor
het extraheren uit de Qoer’aan en de soenna. Hij bedacht een
nieuwe benadering voor de jurisprudentie, die door anderen gevolgd werd.
As-Sjaafi
besloot toen om terug naar Irak te gaan. Hij wilde zijn boodschap overbrengen en
zijn boek aan de mensen daar uitleggen. Hij bleef twee jaar lang in Irak. In die
tijd was zijn grootste doel om de twee entiteiten Mekka en Irak te verenigen, en
de kloof ertussen te dichten. Hij schreef ook het boek al-Oem
(letterlijk: De moeder). Dit boek was de toepassing van de regels en theorieën
in zijn voorgaand boek.
Toen hij 50
werd, vroeg hij aan Rabi, zijn leerling en opvolger: “Wat staat ons nog te
doen?”
“Egypte en
India”, antwoordde hij. As-Sjaafi zei: “Dan beginnen we met Egypte.”
Toen hij in
Egypte aankwam, vroegen ze hem om fataawa, maar hij weigerde dit totdat
hij het volk en de Egyptische omstandigheden nauwkeurig bestudeerd had. Hij
heeft de Egyptenaren een jaar lang bestudeerd.
Toen hij in
Egypte was, nam hij een moedig en riskant besluit, om de jurisprudentie in zijn
boek al-Oem opnieuw samen te stellen. Hij veranderde geheel van mening,
behalve over 20 kwesties. Dit kwam doordat hij ondervond dat de omgeving in
Egypte totaal anders was dan in Irak. Hij was niet bang van wat de mensen erover
zouden zeggen, hij was oprecht op zoek naar de waarheid.
Op 54-jarige
kon hij door ziekte niet meer op zijn benen staan. Hij wou dat hij nog in staat
was om naar India te gaan, om zijn missie om de mensen te verenigen te
voltooien. Een geleerde zei: “Als het voorbestemd was dat as-Sjaafi India zou
bezoeken, dan zou hij zijn jurisprudentie over de hele wereld hebben laten
overheersen. Maar Allah (VVIH) wil dat de verschillen blijven bestaan, omdat de
mensen hier voordeel aan hebben.”
Een jaar voor
zijn dood, vroeg as-Sjaafi aan Rabi om samen met hem naar Alexandrië te gaan, om
met de soldaten te zijn die tegen de Romeinen vochten. Een paar dagen voor zijn
dood, droomde Rabi dat profeet Adam stervende was. Hij vroeg naar de
interpretatie van zijn droom, en hem werd verteld dat de grootste intellectuele
persoon van die tijd spoedig zou sterven. Hij begreep dat as-Sjaafi de persoon
was die zou sterven.
Een paar uur
voor zijn dood, vroeg as-Sjaafi aan Rabi om Qoer’aan voor te dragen. En
hij droeg de volgende verzen voor: “Onze
Heer, voorwaar, wij hebben een oproeper gehoord die oproept tot geloof: ‘Gelooft
in jullie Heer’, dus geloven wij. ‘Onze Heer, vergeef ons onze zonden en wis
onze fouten uit en neem ons leven met (dat van) de vromen. Onze Heer, schenk ons
wat U aan Uw boodschappers beloofd hebt en verneder ons niet op de dag der
opstanding. Voorwaar, U verbreekt de belofte niet.’ En hun Heer heeft hun
(smeekbedes) verhoord, (zeggend:) ‘Voorwaar, Ik doe het werk van de werkenden
van jullie niet verloren gaan, of het nu een man of een vrouw is, jullie komen
uit elkaar voort. Zij die uitgewekenen zijn en uit hun huizen verdreven werden,
en die leden op Mijn weg, en zij (die) doodden en gedood werden: Ik zal hun
fouten zeker uitwissen en hen in Tuinen (het paradijs) binnenleiden, waar onder
door de rivieren stromen, als een beloning van bij Allah. En Allah, bij Hem is
de goede beloning.’” (VBQ
3:193-195)
As-Sjaafi
huilde. Het laatste wat hij zei, waren enkele verzen van een gedicht over de
genade en vergevensgezindheid van Allah. Hij werd in Egypte begraven, en het
hele land rouwde om hem.