Laten we in vrede samenleven_ Deel 13



Laten we in vrede samenleven

 Deel 13

 In de naam van Allah[1], de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed (vzzmh[2]) zijn.

 

Co-existentie begint met het begrip voor elkaar, met het luisteren naar elkaar en met de acceptatie en het respect voor elkaars mening. Veel problemen in de moslimwereld ontstaan door het gebrek aan co-existentie. Co-existentie betekent het zoeken naar iets gemeenschappelijks met elkaar, daarom zei Allah (VVIH[3]), wat vertaald kan worden als:

“…, maar ondersteunt elkaar bij het goede en taqwa. En steunt elkaar niet bij zonde en overtreding…” (VBQ[4] 5:2) Dit vers spreekt tot alle mensen, aangezien de islaam een universele boodschap is.

 

Allah (VVIH) zegt ook, wat vertaald kan worden als: “O mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen…” (VBQ 49:13) De verschillende geloven in Libanon en Irak zouden ginds het volk moeten hebben verrijkt en ontwikkeld, in plaats van te strijden en oorlog te voeren.

 

Er zijn tien leerpunten voor de kunst van co-existentie, afgeleid van mijn eigen ervaringen, boeken en de biografieën van de vier imaams die het beste toonbeeld van co-existentie zijn. De tien punten zijn als volgt:

  1. Doe je best om iets gemeenschappelijks te ontdekken.
  2. Ga op zoek naar kennis die je bij punt 1 kan helpen.
  3. Integreer in de maatschappij.
  4. Wijs nooit een mening in zijn geheel af.
  5. Onderdruk degenen die het niet met je eens zijn niet, en maak hen niet tot jouw vijand.
  6. Heb een zuivere intentie wanneer je een indruk krijgt van mensen, in plaats van je eigen vooroordelen te volgen.
  7. Respecteer anderen zodat je hun vertrouwen wint en als gevolg daarvan in vrede kunt samenleven.
  8. Wees flexibel in plaats van koppig.
  9. Wees een liefdevol persoon, ook ten opzichte van degenen die het met je oneens zijn.
  10. Onthoud dat co-existentie niet betekent dat je in een andere cultuur moet opgaan.

 

Een van de beste voorbeelden van co-existentie is het leven van imaam as-Sjaafi. Hij leefde in het tijdperk waarin de islamitische gemeenschap welvarend was. Door deze welvarendheid bekeerden vele mensen, uit verschillende landen, met een verschillende mentaliteit en een verschillend geloof, zich tot de islaam. Indiërs, Perzen, Romeinen, mensen uit Europa en Andalusië kwamen naar het Abbasidische rijk met hun eigen geloof en denkwijze. Ze beïnvloedden de maatschappij met hun levenswijze, tradities, gewoonten en meningen, waardoor er een conflict ontstond. Bovendien werd de nieuwe generatie jongeren, die in deze welvarende tijd opgroeiden, verwend en ze keerden zich af van het geloof. Veel dichters in die tijd waren er niet in geïnteresseerd om islamitische gedichten te schrijven, en dit zorgde voor een conflict met de geleerden.

 

De ontwikkeling van andere wetenschappen, zoals de gelaatkunde, die gebaseerd was op fysieke kenmerken als de sleutel tot het karakter, en genealogie, die zich in het bijzonder richtte op de afkomst van mensen, zorgde voor meer conflicten tussen de vele verschillende rassen.

Tegelijkertijd richtte aboe-Haniefa een wetschool in Irak op, en bouwde deze op het concept om de juridische meningen en de behandeling van de overleveringen uit te breiden. Imaam Malik in Hidjaaz[5] was het niet eens met de mening van aboe-Haniefa en vond dat de overleveringen met een grote nauwkeurigheid bekeken moesten worden. Imaam Malik verzamelde bijvoorbeeld 100.000 overleveringen van de Profeet Mohammed (vzzmh), maar hij keurde er sechts 12.000 goed.

 

We zien dus dat imaam as-Sjaafi in een tijdperk vol conflicten leefde. Hij was een man die zichzelf opgewerkt had: hij begon met niets en bereikte in enkele jaren de top. Zijn vader was met zijn echtgenote naar Gaza verhuisd voor een beter leven, en aldus werd as-Sjaafi daar in 105 n.h.[6] geboren, en hij stierf daar in 204 n.h. toen hij 54 jaar oud was. Een overlevering van de Profeet stelt dat Allah (VVIH) elke 100 jaar iemand stuurt om de religie voor de moslimgemeenschap te hervormen. As-Sjaafi werd beschouwd als de tweede hervormer. Zijn naam was Mohammed ibn-Idries-ibn-Sjaafi-ibn-Saied-al-Qoerasjie. Hij stamde af van de Qoeraisj en was de kleinzoon van Sjaafi, een geboren moslim en een van de Profeets metgezellen.

 

Toen as-Sjaafi twee jaar oud was, stierf zijn vader, en hij bleef achter met zijn jonge en arme moeder. Zij was zeer toegewijd aan haar doel om van haar zoon een grote geleerde te maken, die erbij zou helpen om de problemen en conflicten van de moslimgemeenschap op te lossen. Ze keerde daarom met haar zoon terug naar Mekka, zodat hij kennis kon opdoen en de Qoer’aan kon memoriseren. Al snel werd as-Sjaafi de beste leerling onder zijn vriendjes en op 4-jarige leeftijd kon hij hun al dingen uitleggen. De leraar zelf was zo onder de indruk, dat hij hem vroeg om de les over te nemen als hij wilde uitrusten. Op 7-jarige leeftijd kende hij de hele Qoer’aan uit zijn hoofd met tadjwied [7]. Mensen die zijn voordracht uit de Qoer’aan hoorden, moesten vaak huilen, zo ontroerd werden ze erdoor.

 

Vanaf zijn 8e tot zijn 13e leerde hij de uitleg van de Qoer’aan van de gerenommeerde geleerde Soefjaan, en de wetenschap van de overleveringen van Moslim ibn-Chaalid, de imaam van Mekka in die tijd. As-Sjaafi was zo arm dat hij geen papier had om op te schrijven, dus haalde zijn moeder documenten bij de bestuursraad van de heerser voor hem, zodat hij op de achterkant notities kon maken. Hij vroeg om sadaqa (liefdadigheid) in de vorm van papier. Zijn moeder ging ook naar de plaats waar geslacht werd om de sleutelbenen van kamelen te verzamelen, zodat hij daarop kon schrijven. Wat een geweldige moeder. We zouden van haar moeten leren hoe we kinderen kunnen grootbrengen die een eind aan de oorlogen kunnen brengen, mensen kunnen verenigen en het voorbeeld van co-existentie, dialoog en acceptatie zijn.

 

As-Sjaafi had dus de Qoer’aan geleerd, de uitleg ervan, tadjwied en de wetenschap van overleveringen. Op een keer bracht Laith ibn-Saad, de imaam van Egypte op dat moment, een bezoek aan Mekka en gaf daar lezingen. Hij zei toen dat een van de redenen voor het gebrek aan eenheid in de gemeenschap, de taal was. Hij beweerde dat als mensen de taal goed zouden begrijpen, ze zeker verenigd zouden worden. Daarom zou Allah (VVIH) de gemeenschap verenigen middels een persoon die de wetenschap van de taal, uitleg en overleveringen onder de knie zou hebben.

 

De wetenschap van de taal was toen alleen in de woestijn te vinden, bij de Hoedhail stam, want zij kenden duizenden gedichten. As-Sjaafi ging dus naar zijn moeder toe en vertelde haar wat hij had gehoord. “Ga dan en leer van hen”, zei ze. Hij was dertien jaar oud toen hij op zijn eerste expeditie vertrok. Hij ging naar de stam die bekend stond om hun kennis van de taal, en bleef daar vier jaar. Hij verwierf er twee dingen: hij leerde speerwerpen, hij leerde de taal (poëzie en zinspreuken) en leerde 10.000 verzen uit zijn hoofd. Zijn hersenen waren net een kopieermachine! Op 18-jarige leeftijd keerde hij terug naar Mekka en Moslim ibn-Chaalid zei tegen hem: “Het wordt tijd dat je juridische consultaties gaat geven in Mekka.”

 

As-Sjaafi vroeg aan zijn moeder wat zij daarvan vond, maar zij zei: “Nee, mijn zoon. Als je dat doet, dan word je een onderdeel van het geschil tussen Malik en aboe-Haniefa, maar als je wacht totdat je hun kennis bezit, dan zul je hen kunnen samenbrengen.” Hij weigerde het dus om fataawa [8] te geven, en besloot om naar Malik toe te gaan, de imaam van Medina en de grootste geleerde in dat gebied. Malik was in de 60 en werd gerespecteerd door de kaliefen en heersers zoals Haroen ar-Rasjied, dus vroeg as-Sjaafi zich af hoe hij zijn leerling kon worden. Hij probeerde te bedenken wat Malik het meeste liefhad, en dat was zijn boek al-Moewatta. As-Sjaafi had niet genoeg geld om een exemplaar van het boek te kopen, dus leende hij het van iemand en leerde het in een korte tijd – ongeveer 10 dagen – uit zijn hoofd om het vervolgens weer aan de eigenaar terug te geven. En toen emigreerde hij voor de derde keer, dit keer naar Medina. En waarom? Om mensen middels kennis te verenigen.

 

Door het gebrek aan geld, besloot zijn moeder hun huis in Mekka te verpanden en in Medina te gaan wonen. As-Sjaafi twijfelde er alleen aan of Malik hem als leerling zou accepteren, dus ging hij naar de heerser van Mekka toe om hem te vragen een aanbeveling te schrijven voor de heerser van Medina. De laatste nam de brief in ontvangst en begeleidde as-Sjaafi naar Maliks huis. Toen hij de brief las, zei Malik: “Sinds wanneer wordt kennis aan de hand van aanbevelingen gegeven?”

“Maar meneer,” zei as-Sjaafi, “ik ben van Qoeraisj, mijn vader is dood en ik heb al-Moewatta uit mijn hoofd geleerd. Accepteer mij alstublieft als uw leerling.”

Malik keek naar hem en zei: “Wat is jouw naam?”

“Mohammed ibn-Idries-as-Sjaafi-as-Qoerasji.”

“En hoe groot is jouw liefde voor kennis?”

“Als ik voor het eerst een letter hoor, wou ik dat al mijn organen oren worden zodat ze net zo van kennis kunnen genieten als mijn oren dat doen.”

Malik vroeg: “Hoe zeer ben je toegewijd aan kennis?”

“Als een moeder die haar zoon kwijt is en overal naar hem op zoek gaat.”

“Citeer dan iets uit al-Moewatta.”

As-Sjaafi droeg iets voor en stopte. Malik vroeg hem om meer te citeren en dus droeg hij iets voor and stopte weer. Malik vroeg hem om nog meer te citeren, keek vervolgens naar as-Sjaafi’s gezicht en zei: “Het is alsof Allah een licht in je gezicht heeft geplaatst, laat het niet uitgaan door zonden. Kom morgen en ga in de eerste rij zitten.”

 

As-Sjaafi bleef negen jaar bij Malik en vroeg hem vervolgens om toestemming om naar Irak te gaan om iets van aboe-Haniefa’s kennis op te doen. Malik stemde toe, en aangezien as-Sjaafi geen geld had, gaf Malik hem geld omdat de Profeet (vzzmh) gezegd heeft dat het stichten van vrede meer beloond wordt dan het gebed, het vasten en zakaat [9].

 

As-Sjaafi ging naar Irak toe en ontmoette daar een leerling van aboe-Haniefa, Mohammed ibn-al-Hassan, aboe-Haniefa was namelijk al gestorven voordat as-Sjaafi geboren was. Ibn-Hassan had een grote bewondering voor as-Sjaafi. Toen as-Sjaafi terugkeerde naar Malik, vroeg Malik hem om zijn plaats in te nemen en fataawa uit te vaardigen. Hij weigerde echter en zei: “Nee, ik wil alle kennis van Irak hebben!”

 

Hij leerde over de wetenschap van de Qoer’aan, de uitleg ervan, overleveringen en sport. Hij kende 10.000 verzen uit zijn hoofd en had kennis van genealogie en van Maliks kennis, en toch wilde hij ook nog van aboe-Haniefa leren. Om naar Irak te kunnen gaan, besloot hij om eerst in Jemen te gaan werken om geld te sparen, en daar deed hij kennis over sji’iten op van de leerlingen van Djafar. Ook leerde hij over gelaatkunde, terwijl Malik daar geen voorstander van was omdat het geen basis heeft in de Qoer’aan of soenna.

As-Sjaafi was een wandelende encyclopedie, maar hij wilde alsnog naar Irak gaan om meer kennis op te doen. In het volgende hoofdstuk zullen we het over die fase van zijn leven hebben.


 

[1] Het woord ‘Allah’ is de Arabische term voor God. Hoewel het woord vaak aan de islaam toegeschreven wordt, wordt het niet alleen door moslims gebruikt: Arabische christenen en joden gebruiken dit woord om naar de Enige God te verwijzen. Het Arabische woord geeft iets nauwkeuriger dan de Nederlandse term uitdrukking aan de unieke eigenschappen van de Enige God. Het Arabische woord ‘Allah’ heeft geen meervoudsvorm, de Nederlandse term heeft dat wel. Het woord ‘Allah’ heeft ook geen connotatie wat betreft het geslacht. Allah is de God die door alle profeten aanbeden werd, van Adam tot Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed.

[2] Vrede en zegeningen van Allah zij met hem (salla Allahoe alaihi wa salam).

[3] Verheerlijkt en Verheven is Hij (soebhanahoe wa ta'ala).

[4] Vertaling van de Betekenis van de Qoer'aan. Dit is een vertaling van wat er tot nu toe begrepen is van het gestelde Qoer'aanvers. Het lezen van de vertaalde betekenis van de Qoer'aan kan op geen enkele manier het lezen in de Arabische taal vervangen, de taal waarin het geopenbaard is.

[5] Gebied in het westen van Saoedi-Arabië. De bekendste steden in het gebied zijn Mekka en Medina.

[6] n.h. is na de hidjra (migratie) van de Profeet Mohammed (vzzmh) van Mekka naar Medina in 622 n.C.

[7] Tadjwied is een stelsel van regels dat de correcte mondelinge recitatie van de Qoer'aan vaststelt. Er wordt verondersteld dat het de verzameling van het geluid van de openbaring is zoals het werd geopenbaard aan de Profeet Mohammed (vzzmh), en zoals hij het later met de aartsengel Djibriel (Gabriël (vzmh)) repeteerde. Aldus heeft het geluid zelf een goddelijke bron en betekenis.

[8] Meervoud van fatwa (juridische uitspraak door islamitische geleerde(n)).

[9] Een jaarlijkse bijdrage van 2,5% van hun rijkdom die moslims afdragen aan de behoeftigen.

/'/'

AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net