Laten we in vrede samenleven
Deel 8
In
de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
We
gaan verder met het verhaal van imaam Malik, een van de beste voorbeelden voor
co-existentie. De vier imaans zijn de beste en duidelijkste voorbeelden van
co-existentie die moslims kunnen volgen. Van hen kan geleerd worden hoe je de
dialoog kunt aangaan, het met elkaar oneens kan zijn, hoe je elkaar kunt
respecteren en met elkaar kunt leven.
De
eerste les die Allah (VVIH)
de mensheid heeft geleerd is om in vrede samen te leven. De twee zonen van Adam
(vzmh)
waren broers en hadden dezelfde kleur, religie en familie, en toch waren ze niet
in staat om in vrede met elkaar te leven.
Allah zegt,
wat vertaald kan worden als:
“Vertel hun
de waarheid over de twee zonen van Adam: toen zij een offer brachten, werd het
van een van hen (Abel) aanvaard en van de ander (Kaïn) werd het niet aanvaard.”
(VBQ
5:27)
Misschien kunnen de voorbeelden van de vier imams de problemen in Irak oplossen,
een scheiding voorkomen, en een vader en zoon die uit elkaar gegroeid zijn weer
tot elkaar brengen. Voor het Westen is de informatie dat de islaam co-existentie
aanmoedigt misschien nieuw, en ze kan van de vier imaams leren dat de westerse
cultuur niet opgedrongen kan worden aan moslims, maar dat de diversiteit
geaccepteerd moet worden.
De
volledige naam van imaam Malik is Malik ibn-Anas-ibn-Malik. Zijn vader woonde in
Jemen en immigreerde naar Medina. Malik behoorde tot de Taim stam, de
afstammelingen van Aboe-Bakr (mAtmhz).
Hij had een nauwe band met zijn familie, daardoor werd Malik beïnvloed door de
leer van Aboe-Bakr en Omar ibn-al-Chattaab. Maliks mentor heette Nafie, een
voormalige slaaf van Abdoellah ibn-Omar. Malik kende dus de benaderingen van
zowel Aboe-Bakr als Omar ibn-al-Chattaab. Aboe-Bakrs benadering getuigde van
zijn genade ten opzichte van de mensen. (De Profeet (vzzmh) heeft gezegd dat
Aboe-Bakr het meest genadevol was ten opzichte van zijn gemeenschap.) Omars
benadering daar tegenover, was gericht op het belang van de moslims. Malik zocht
daarom een weg tussen het waarborgen van de belangen van de moslims en het
zorgen voor het gemak van de mensen.
Er
werd gezegd dat Malik een van de ‘mawaali’ was, ofwel: een van de vrijgelaten
slaven. Hij zou van 93 n.h.
(711 n.C.) tot 185 of 179 n.h. geleefd hebben en tussen de 89 en 92 jaar oud
zijn geworden. Malik werd ‘de geleerde van Medina’ genoemd en ‘imaam van het
huis der immigratie’.
Als hij inderdaad een vrijgelaten slaaf was, dan is het interessant om op te
merken dat de Arabieren hem accepteerden als hun imaam en mentor. Het
klassensysteem zal ongetwijfeld nooit helemaal verdwijnen in de maatschappij,
maar zal de maatschappij niet verwoesten, zoals een groot verschil tussen de
verscheidene klassen zou doen.
De
islaam heeft de positie van de slaven met resultaat verheven: als een moslim een
zonde beging, adviseerde Profeet Mohammed (vzzmh) hem om als tegenprestatie een
slaaf vrij te laten. Als de islaam direct het hele slavernijsysteem had
verboden, dan zou er een grote chaos ontstaan. De islaam riep daarom op tot het
vrijlaten van slaven, maar op een geleidelijke manier zodat een chaos vermeden
werd. Er zijn veel overleveringen van Profeet Mohammed (vzzmh) die moslims erop
aandringen hun slaven vrij te laten. De Profeets metgezellen lieten hun slaven
vrij en lieten hun vrijgelaten slavinnen met hun zonen trouwen, zodat de
eventuele verdeeldheid opgelost raakte. Als gevolg daarvan werd de nieuwe
generatie, waaronder imaam Malik, opgevoed zonder het concept van
klassendiscriminatie. Dit is een prominent voorbeeld van co-existentie dat
tegenwoordig in onze gemeenschap ontbreekt, terwijl de moslims dit probleem 1400
jaar geleden al te lijf gingen.
Maliks vader maakte pijlen om zijn brood te verdienen, maar toch accepteerde de
maatschappij Malik als geleerde. De kalief Haroen ar-Rasjied was bereid voor hem
te gaan zitten en van hem te leren. We kunnen mensen nader tot elkaar brengen
door een glimlach en mededogen, niet door geld.
Malik had drie zonen: Jahja, Mohammed en Abdoellah, en een dochter die Fatima
heette. Fatima was net als haar vader, maar haar oudste broers was heel speels.
Fatima leerde haar vaders boek Al-Moewatta uit haar hoofd en ze zat
tijdens de les van haar vader achter een muurtje om de fouten te corrigeren die
ze de studenten hoorde maken als ze in het boek lazen, door drie keer op de deur
te kloppen. In de tussentijd leidde Jahja een leven dat Malik zorgen baarde. De
imaam bad tot Allah om hem te leiden, en zijn zoon veranderde inderdaad na de
dood van Malik. Dit is een ander voorbeeld van co-existentie.
Malik was ruimdenkend omdat hij veel geleerd had van de wetscholen die in zijn
tijd beschikbaar waren. De scholen hadden een verschillende benadering en
mentaliteit en hij kon met allen omgaan.
Maliks moeder koos Rabia uit als zijn mentor zodat hij van hem zeden kon leren,
alvorens te studeren. Rabia was een voorbeeld van een beleefde mentor. Hij was
goedgekleed en leerde anderen beleefd te zijn ten opzichte van anderen. Een
andere mentor heette ibn-Hoermoz. Zijn publieke lezingen werden gegeven in de
moskee van de Profeet en deze waren toegankelijk voor iedereen terwijl zijn
privélezingen bij hem thuis gegeven werden. Malik wilde zijn leerling worden,
aangezien hij geïnteresseerd was in zijn kennis. Malik bleef vaak uren voor het
huis van zijn mentor staan. Zodra zijn mentor een stem voor de deur hoorde en
hij vroeg wie het was, kreeg hij te horen: “Het is de blonde jongeman.” Als hij
naar binnen ging, gaf hij wat snoep aan de dienster en zei tegen haar: “Als
iemand naar imaam ibn-Hoermoz komt vragen, zeg dan tegen hem dat hij bezig is,
en geef hem deze snoep.”
Malik stond zes jaar lang telkens voor de deur van ibn-Hoermoz, totdat
ibn-Hoermoz zijn aanwezigheid voelde zonder dat hij op de deur hoefde te
kloppen. Als Malik binnenkwam, zei ibn-Hoermoz: “De geleerde is gekomen. Malik,
jij bent ‘Moelaik’ (een koosnaam), maar je zult een ‘Malik’ (bezitter van
kennis) en een geleerde zijn. Als je een ‘Malik’ wordt, gebruik dan wat je bezit
voor de gehoorzaamheid aan Allah.” Malik was toen pas 13 jaar oud.
Toen ibn-Hoermoz oud en blind werd, bracht Malik hem naar de moskee en terug om
onderweg naar overleveringen te luisteren. Toen ibn-Hoermoz nog ouder werd, kon
hij niet bij de mensen zitten om een antwoord op hun problemen te geven, dus
werd zijn kennis tot Malik beperkt. De mensen vroegen ibn-Hoermoz hoe dit kwam,
en hij antwoordde: “Mijn lichaam verzwakt en ik ben bang dat mijn verstand ook
verzwakt. Als ik je een antwoord geef, dan zul je accepteren wat ik zeg, maar
Malik niet. Als Malik begrijpt wat ik zeg, dan zal hij het accepteren, anders
niet. Daarom is hij de beste.” Ibn-Hoermoz gaf zijn kennis door aan Malik omdat
hij er zeker van was dat Malik alles wat hij hoorde filterde.
Zijn derde mentor was Nafie, de vrijgelaten slaaf van Abdoellah
ibn-Omar-ibn-al-Chattaab. Omars kennis werd overgegeven aan Nafie en Nafie was
de enige die de kennis van Abdoellah ibn-Omar had. Malik leerde dus van zowel
Abdoellah ibn-Omar als van Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz). Maliks benadering was
om de mensen te baten, zoals Omar ibn-al-Chattaab. Tijdens de heerschappij van
Aboe-Bakr stierven veel van de metgezellen die de Qoer’aan uit hun hoofd
kenden. Omar ibn-al-Chattaab opperde het idee om de Qoer’aan te
verzamelen, maar Aboe-Bakr vond het idee maar niets omdat de Profeet (vzzmh) het
nooit gedaan had. Omar ibn-al-Chattaab vond echter dat het goed zou zijn voor de
moslims en overtuigde Aboe-Bakr van het nut.
Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz) besloot tijdens zijn heerschappij om elk gespeend
kind een toelage te geven. Daarna hoorde hij dat vrouwen eerder begonnen met het
spenen van kinderen, om de toelage te kunnen krijgen. Hij veranderde zijn
besluit meteen en gaf de kinderen bij geboorte een toelage.
Imaam Malik verkreeg zijn kennis van verschillende generaties geleerden en hij
kon met hen allen goed omgaan: dit is de kern van co-existentie. Imaam Malik
deed ook kennis op van de geleerde ibn-al-Asjhaab. Deze geleerde herhaalde nooit
zijn woorden. Op een keer noemde hij tijdens een les 30 overleveringen. Imaam
Malik vond een touwtje en maakte een knoopje bij elke overlevering die hij
hoorde. Toen ibn-al-Asjhaab klaar was met zijn les, vroeg hij imaam Malik om te
vertellen wat hij uit zijn hoofd had geleerd. Imaam Malik kon slechts 29
overleveringen vertellen en ibn-al-Asjhaab sprak imaam Malik hierom
beschuldigend toe. Malik zwoor om na die dag nooit meer een woord te vergeten.
Imaam Malik deed ook kennis op van Aisja bint-Saad-ibn-aboe-Waqqaas (Saad
ibn-aboe-Waqqaas is de veroveraar van Qaadisiyya, een plaats in Irak). Het was
toen niet raar om van een vrouw te leren; een ander voorbeeld van co-existentie.
De laatste geleerde van wie Malik leerde, is Djafar as-Saddieq, de sjiitische
geleerde. De soennitische geleerde imaam Malik, deed op de beste wijze kennis op
van de sjiitische geleerde. Djafar as-Saddieq zei altijd dat hij er trots op was
dat Aboe-Bakr een van zijn voorouders was en dat hij er ook trots op was dat Ali
zo veel van Omar ibn-al-Chattaab hield. Dit is het hoogste niveau van
co-existentie!
Imaam Malik moest de toestemming van 70 geleerden in Medina krijgen om een
fatwa
(juridische uitspraak door islamitische geleerde(n))
uit te vaardigen. Hij vaardigde de eerste fatwa uit toen hij 17 jaar oud
was. Om in staat bevonden te worden om een fatwa uit te vaardigen, moest
hij een examen afleggen, dat was opgesteld door de geleerde Rabia en twee andere
geleerden. Ze stelden hem een algemene vraag, omdat de jurist zich bewust moet
zijn van de aard van de mensen in de maatschappij. De vraag was: “Wie kan er als
onwaardig beschreven worden?” Malik antwoordde dat dit degene is die zijn geld
verdient door zijn religie te gebruiken. Hij noemde een vers in de Qoer’aan,
dat aan de Qoeraisjieten gericht is: “En nemen jullie
het loochenen (als dankbetuiging voor) jullie levensvoorziening?”
(VBQ 56:82)
Ze vroegen hem toen: “Wie is er onwaardiger?” Hij antwoordde dat het degene is
die anderen geld geeft door zijn religie te gebruiken. Op dat moment gaven ze
hem toestemming om fataawa (meervoud fatwa) uit te vaardigen.
Imaam Malik begon dus op 17-jarige leeftijd met het uitvaardigen van fataawa,
hij bleef de lezingen van zijn geleerden echter bijwonen totdat hij 40 jaar oud
was.
We
moeten proberen om in vrede samen te leven en de denkwijze van de ander te
accepteren, en op hetzelfde moment onze eigen principes behouden. Een van de
dingen die Malik in staat stelde om flexibel te zijn in zijn omgang met mensen,
is de manier waarop zijn leermeesters met elkaar omgingen. Ze respecteerden
elkaar en dit is de beste manier om een vertrouwensband tussen mensen en
volkeren te scheppen. Hetzelfde idee kan binnen families worden toegepast.
Toen Malik bij de geleerden ibn-Sjihaab en Rabia zat, gaf Rabia een antwoord op
een vraag waar Malik het niet mee eens was. Hij bleef stil en sprak dit liever
niet uit in het bijzijn van de geleerde. Na een tijdje werd hem gevraagd waarom
hij zo stil was, en hij antwoordde dat de beleefdheid ten opzichte van zijn
leermeesters voorrang had boven het corrigeren van hun opvatting.
Imaam Malik droeg dure kleding en hield van lekker eten. De mensen spraken hem
hierop aan en hij antwoordde door te zeggen: “Allah is mooi en houdt van
schoonheid.” Een man stuurde hem een bericht om hem te berispen voor het feit
dat hij zo veel om kleding en eten gaf. De man adviseerde Malik in zijn brief om
in alles Allah te vrezen. Imaam Malik accepteerde en bedankte de man voor zijn
advies.
Hij antwoordde beleefd met het vers, dat vertaald kan worden als:
“Zeg (O Mohammed):
‘Wie heeft de mooie kleding die Allah voor Zijn dienaren heeft gebracht en de
goede dingen van de voorzieningen verboden verklaard?’ Zeg: ‘Dit is op de Dag
der Opstanding uitsluitend voor degenen die geloofden tijdens het wereldse
leven.’ Zo zetten Wij de Verzen uiteen aan een volk dat weet.”
(VBQ 7:32)
Imaam Malik genoot van het leven en was op hetzelfde moment een vrome aanbidder
van Allah.
We
moeten advies van anderen accepteren zonder beledigd of arrogant te zijn zodat
het tot een ruzie kan leiden. De Profeet (vzzmh) zei: “Er zijn drie tekenen
voor een hypocriet, waaronder immoreel gedrag tijdens een ruzie.”
Co-existentie betekent niet dat je je eigen mening opgeeft om de mening van een
ander klakkeloos over te nemen. Je moet integreren en met je maatschappij
communiceren zonder je eigen identiteit te verliezen. Leef in vrede samen met
anderen, en blijf op het pad van Allah.