Laten we in vrede samenleven_ Deel 8



Laten we in vrede samenleven

  

Deel 8

 

 

In de naam van Allah[1], de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed (vzzmh[2]) zijn.

 

We gaan verder met het verhaal van imaam Malik, een van de beste voorbeelden voor co-existentie. De vier imaans zijn de beste en duidelijkste voorbeelden van co-existentie die moslims kunnen volgen. Van hen kan geleerd worden hoe je de dialoog kunt aangaan, het met elkaar oneens kan zijn, hoe je elkaar kunt respecteren en met elkaar kunt leven.

 

De eerste les die Allah (VVIH[3]) de mensheid heeft geleerd is om in vrede samen te leven. De twee zonen van Adam (vzmh[4]) waren broers en hadden dezelfde kleur, religie en familie, en toch waren ze niet in staat om in vrede met elkaar te leven. Allah zegt, wat vertaald kan worden als: “Vertel hun de waarheid over de twee zonen van Adam: toen zij een offer brachten, werd het van een van hen (Abel) aanvaard en van de ander (Kaïn) werd het niet aanvaard.” (VBQ[5] 5:27)

 

Misschien kunnen de voorbeelden van de vier imams de problemen in Irak oplossen, een scheiding voorkomen, en een vader en zoon die uit elkaar gegroeid zijn weer tot elkaar brengen. Voor het Westen is de informatie dat de islaam co-existentie aanmoedigt misschien nieuw, en ze kan van de vier imaams leren dat de westerse cultuur niet opgedrongen kan worden aan moslims, maar dat de diversiteit geaccepteerd moet worden.

 

De volledige naam van imaam Malik is Malik ibn-Anas-ibn-Malik. Zijn vader woonde in Jemen en immigreerde naar Medina. Malik behoorde tot de Taim stam, de afstammelingen van Aboe-Bakr (mAtmhz[6]). Hij had een nauwe band met zijn familie, daardoor werd Malik beïnvloed door de leer van Aboe-Bakr en Omar ibn-al-Chattaab. Maliks mentor heette Nafie, een voormalige slaaf van Abdoellah ibn-Omar. Malik kende dus de benaderingen van zowel Aboe-Bakr als Omar ibn-al-Chattaab. Aboe-Bakrs benadering getuigde van zijn genade ten opzichte van de mensen. (De Profeet (vzzmh) heeft gezegd dat Aboe-Bakr het meest genadevol was ten opzichte van zijn gemeenschap.) Omars benadering daar tegenover, was gericht op het belang van de moslims. Malik zocht daarom een weg tussen het waarborgen van de belangen van de moslims en het zorgen voor het gemak van de mensen.

 

Er werd gezegd dat Malik een van de ‘mawaali’ was, ofwel: een van de vrijgelaten slaven. Hij zou van 93 n.h.[7] (711 n.C.) tot 185 of 179 n.h. geleefd hebben en tussen de 89 en 92 jaar oud zijn geworden. Malik werd ‘de geleerde van Medina’ genoemd en ‘imaam van het huis der immigratie’.

 

Als hij inderdaad een vrijgelaten slaaf was, dan is het interessant om op te merken dat de Arabieren hem accepteerden als hun imaam en mentor. Het klassensysteem zal ongetwijfeld nooit helemaal verdwijnen in de maatschappij, maar zal de maatschappij niet verwoesten, zoals een groot verschil tussen de verscheidene klassen zou doen.

De islaam heeft de positie van de slaven met resultaat verheven: als een moslim een zonde beging, adviseerde Profeet Mohammed (vzzmh) hem om als tegenprestatie een slaaf vrij te laten. Als de islaam direct het hele slavernijsysteem had verboden, dan zou er een grote chaos ontstaan. De islaam riep daarom op tot het vrijlaten van slaven, maar op een geleidelijke manier zodat een chaos vermeden werd. Er zijn veel overleveringen van Profeet Mohammed (vzzmh) die moslims erop aandringen hun slaven vrij te laten. De Profeets metgezellen lieten hun slaven vrij en lieten hun vrijgelaten slavinnen met hun zonen trouwen, zodat de eventuele verdeeldheid opgelost raakte. Als gevolg daarvan werd de nieuwe generatie, waaronder imaam Malik, opgevoed zonder het concept van klassendiscriminatie. Dit is een prominent voorbeeld van co-existentie dat tegenwoordig in onze gemeenschap ontbreekt, terwijl de moslims dit probleem 1400 jaar geleden al te lijf gingen.

 

Maliks vader maakte pijlen om zijn brood te verdienen, maar toch accepteerde de maatschappij Malik als geleerde. De kalief Haroen ar-Rasjied was bereid voor hem te gaan zitten en van hem te leren. We kunnen mensen nader tot elkaar brengen door een glimlach en mededogen, niet door geld.

 

Malik had drie zonen: Jahja, Mohammed en Abdoellah, en een dochter die Fatima heette. Fatima was net als haar vader, maar haar oudste broers was heel speels. Fatima leerde haar vaders boek Al-Moewatta uit haar hoofd en ze zat tijdens de les van haar vader achter een muurtje om de fouten te corrigeren die ze de studenten hoorde maken als ze in het boek lazen, door drie keer op de deur te kloppen. In de tussentijd leidde Jahja een leven dat Malik zorgen baarde. De imaam bad tot Allah om hem te leiden, en zijn zoon veranderde inderdaad na de dood van Malik. Dit is een ander voorbeeld van co-existentie.

 

Malik was ruimdenkend omdat hij veel geleerd had van de wetscholen die in zijn tijd beschikbaar waren. De scholen hadden een verschillende benadering en mentaliteit en hij kon met allen omgaan.

Maliks moeder koos Rabia uit als zijn mentor zodat hij van hem zeden kon leren, alvorens te studeren. Rabia was een voorbeeld van een beleefde mentor. Hij was goedgekleed en leerde anderen beleefd te zijn ten opzichte van anderen. Een andere mentor heette ibn-Hoermoz. Zijn publieke lezingen werden gegeven in de moskee van de Profeet en deze waren toegankelijk voor iedereen terwijl zijn privélezingen bij hem thuis gegeven werden. Malik wilde zijn leerling worden, aangezien hij geïnteresseerd was in zijn kennis. Malik bleef vaak uren voor het huis van zijn mentor staan. Zodra zijn mentor een stem voor de deur hoorde en hij vroeg wie het was, kreeg hij te horen: “Het is de blonde jongeman.” Als hij naar binnen ging, gaf hij wat snoep aan de dienster en zei tegen haar: “Als iemand naar imaam ibn-Hoermoz komt vragen, zeg dan tegen hem dat hij bezig is, en geef hem deze snoep.”

 

Malik stond zes jaar lang telkens voor de deur van ibn-Hoermoz, totdat ibn-Hoermoz zijn aanwezigheid voelde zonder dat hij op de deur hoefde te kloppen. Als Malik binnenkwam, zei ibn-Hoermoz: “De geleerde is gekomen. Malik, jij bent ‘Moelaik’ (een koosnaam), maar je zult een ‘Malik’ (bezitter van kennis) en een geleerde zijn. Als je een ‘Malik’ wordt, gebruik dan wat je bezit voor de gehoorzaamheid aan Allah.” Malik was toen pas 13 jaar oud.

 

Toen ibn-Hoermoz oud en blind werd, bracht Malik hem naar de moskee en terug om onderweg naar overleveringen te luisteren. Toen ibn-Hoermoz nog ouder werd, kon hij niet bij de mensen zitten om een antwoord op hun problemen te geven, dus werd zijn kennis tot Malik beperkt. De mensen vroegen ibn-Hoermoz hoe dit kwam, en hij antwoordde: “Mijn lichaam verzwakt en ik ben bang dat mijn verstand ook verzwakt. Als ik je een antwoord geef, dan zul je accepteren wat ik zeg, maar Malik niet. Als Malik begrijpt wat ik zeg, dan zal hij het accepteren, anders niet. Daarom is hij de beste.” Ibn-Hoermoz gaf zijn kennis door aan Malik omdat hij er zeker van was dat Malik alles wat hij hoorde filterde.

 

Zijn derde mentor was Nafie, de vrijgelaten slaaf van Abdoellah ibn-Omar-ibn-al-Chattaab. Omars kennis werd overgegeven aan Nafie en Nafie was de enige die de kennis van Abdoellah ibn-Omar had. Malik leerde dus van zowel Abdoellah ibn-Omar als van Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz). Maliks benadering was om de mensen te baten, zoals Omar ibn-al-Chattaab. Tijdens de heerschappij van Aboe-Bakr stierven veel van de metgezellen die de Qoer’aan uit hun hoofd kenden. Omar ibn-al-Chattaab opperde het idee om de Qoer’aan te verzamelen, maar Aboe-Bakr vond het idee maar niets omdat de Profeet (vzzmh) het nooit gedaan had. Omar ibn-al-Chattaab vond echter dat het goed zou zijn voor de moslims en overtuigde Aboe-Bakr van het nut.

Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz) besloot tijdens zijn heerschappij om elk gespeend kind een toelage te geven. Daarna hoorde hij dat vrouwen eerder begonnen met het spenen van kinderen, om de toelage te kunnen krijgen. Hij veranderde zijn besluit meteen en gaf de kinderen bij geboorte een toelage.

 

Imaam Malik verkreeg zijn kennis van verschillende generaties geleerden en hij kon met hen allen goed omgaan: dit is de kern van co-existentie. Imaam Malik deed ook kennis op van de geleerde ibn-al-Asjhaab. Deze geleerde herhaalde nooit zijn woorden. Op een keer noemde hij tijdens een les 30 overleveringen. Imaam Malik vond een touwtje en maakte een knoopje bij elke overlevering die hij hoorde. Toen ibn-al-Asjhaab klaar was met zijn les, vroeg hij imaam Malik om te vertellen wat hij uit zijn hoofd had geleerd. Imaam Malik kon slechts 29 overleveringen vertellen en ibn-al-Asjhaab sprak imaam Malik hierom beschuldigend toe. Malik zwoor om na die dag nooit meer een woord te vergeten.

 

Imaam Malik deed ook kennis op van Aisja bint-Saad-ibn-aboe-Waqqaas (Saad ibn-aboe-Waqqaas is de veroveraar van Qaadisiyya, een plaats in Irak). Het was toen niet raar om van een vrouw te leren; een ander voorbeeld van co-existentie. De laatste geleerde van wie Malik leerde, is Djafar as-Saddieq, de sjiitische geleerde. De soennitische geleerde imaam Malik, deed op de beste wijze kennis op van de sjiitische geleerde. Djafar as-Saddieq zei altijd dat hij er trots op was dat Aboe-Bakr een van zijn voorouders was en dat hij er ook trots op was dat Ali zo veel van Omar ibn-al-Chattaab hield. Dit is het hoogste niveau van co-existentie!

 

Imaam Malik moest de toestemming van 70 geleerden in Medina krijgen om een fatwa (juridische uitspraak door islamitische geleerde(n)) uit te vaardigen. Hij vaardigde de eerste fatwa uit toen hij 17 jaar oud was. Om in staat bevonden te worden om een fatwa uit te vaardigen, moest hij een examen afleggen, dat was opgesteld door de geleerde Rabia en twee andere geleerden. Ze stelden hem een algemene vraag, omdat de jurist zich bewust moet zijn van de aard van de mensen in de maatschappij. De vraag was: “Wie kan er als onwaardig beschreven worden?” Malik antwoordde dat dit degene is die zijn geld verdient door zijn religie te gebruiken. Hij noemde een vers in de Qoer’aan, dat aan de Qoeraisjieten gericht is: “En nemen jullie het loochenen (als dankbetuiging voor) jullie levensvoorziening?” (VBQ 56:82) Ze vroegen hem toen: “Wie is er onwaardiger?” Hij antwoordde dat het degene is die anderen geld geeft door zijn religie te gebruiken. Op dat moment gaven ze hem toestemming om fataawa (meervoud fatwa) uit te vaardigen. Imaam Malik begon dus op 17-jarige leeftijd met het uitvaardigen van fataawa, hij bleef de lezingen van zijn geleerden echter bijwonen totdat hij 40 jaar oud was.

 

We moeten proberen om in vrede samen te leven en de denkwijze van de ander te accepteren, en op hetzelfde moment onze eigen principes behouden. Een van de dingen die Malik in staat stelde om flexibel te zijn in zijn omgang met mensen, is de manier waarop zijn leermeesters met elkaar omgingen. Ze respecteerden elkaar en dit is de beste manier om een vertrouwensband tussen mensen en volkeren te scheppen. Hetzelfde idee kan binnen families worden toegepast.

 

Toen Malik bij de geleerden ibn-Sjihaab en Rabia zat, gaf Rabia een antwoord op een vraag waar Malik het niet mee eens was. Hij bleef stil en sprak dit liever niet uit in het bijzijn van de geleerde. Na een tijdje werd hem gevraagd waarom hij zo stil was, en hij antwoordde dat de beleefdheid ten opzichte van zijn leermeesters voorrang had boven het corrigeren van hun opvatting.

 

Imaam Malik droeg dure kleding en hield van lekker eten. De mensen spraken hem hierop aan en hij antwoordde door te zeggen: “Allah is mooi en houdt van schoonheid.” Een man stuurde hem een bericht om hem te berispen voor het feit dat hij zo veel om kleding en eten gaf. De man adviseerde Malik in zijn brief om in alles Allah te vrezen. Imaam Malik accepteerde en bedankte de man voor zijn advies. Hij antwoordde beleefd met het vers, dat vertaald kan worden als: “Zeg (O Mohammed): ‘Wie heeft de mooie kleding die Allah voor Zijn dienaren heeft gebracht en de goede dingen van de voorzieningen verboden verklaard?’ Zeg: ‘Dit is op de Dag der Opstanding uitsluitend voor degenen die geloofden tijdens het wereldse leven.’ Zo zetten Wij de Verzen uiteen aan een volk dat weet.” (VBQ 7:32) Imaam Malik genoot van het leven en was op hetzelfde moment een vrome aanbidder van Allah.

 

We moeten advies van anderen accepteren zonder beledigd of arrogant te zijn zodat het tot een ruzie kan leiden. De Profeet (vzzmh) zei: “Er zijn drie tekenen voor een hypocriet, waaronder immoreel gedrag tijdens een ruzie.”

 

Co-existentie betekent niet dat je je eigen mening opgeeft om de mening van een ander klakkeloos over te nemen. Je moet integreren en met je maatschappij communiceren zonder je eigen identiteit te verliezen. Leef in vrede samen met anderen, en blijf op het pad van Allah.


 

[1] Het woord ‘Allah’ is de Arabische term voor God. Hoewel het woord vaak aan de islaam toegeschreven wordt, wordt het niet alleen door moslims gebruikt: Arabische christenen en joden gebruiken dit woord om naar de Enige God te verwijzen. Het Arabische woord geeft iets nauwkeuriger dan de Nederlandse term uitdrukking aan de unieke eigenschappen van de Enige God. Het Arabische woord ‘Allah’ heeft geen meervoudsvorm, de Nederlandse term heeft dat wel. Het woord ‘Allah’ heeft ook geen connotatie wat betreft het geslacht. Allah is de God die door alle profeten aanbeden werd, van Adam tot Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed.

[2] Vrede en zegeningen van Allah zij met hem (salla Allahoe alaihi wa salam)

[3] Verheerlijkt en Verheven is Hij (soebhanahoe wa ta'ala).

[4] Vrede zij met hem.

[5] Dit is een vertaling van wat er tot nu toe begrepen is van het gestelde Qoer'aanvers. Het lezen van de vertaalde betekenis van de Qoer'aan kan op geen enkele manier het lezen in de Arabische taal vervangen, de taal waarin het geopenbaard is.

[6] Moge Allah tevreden met hem/haar zijn.

[7] n.h. is na de hidjra (migratie) van de Profeet Mohammed (vzzmh) van Mekka naar Medina in 622 n.C.

/'/'

AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net