Laten we in vrede samenleven
Deel 6
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
In deze lezing zullen we met
dr. Osama Rifaa’ie – de moefti
van Akkaar (een gebied in Noord-Libanon) – aboe-Haniefa’s toepassing van
co-existentie bespreken.
Amr Khaled:
Wat is de voornaamste eigenschap van aboe-Haniefa? En wat was
zijn motivatie?
Dr. Osama Rifaa’ie: zijn
voornaamste eigenschap was dat hij zich om de mensheid en de waardigheid van
mensen bekommerde. De mensheid en de waardigheid van mensen werden beschermd
door de sjariyya.
De meerderheid van de geleerden waren het er bijvoorbeeld over eens dat de
rijkdom van een onbekwaam persoon ingenomen moet worden als diegene 25 jaar
wordt. Imaam aboe-Haniefa was het er niet mee eens, zijn standpunt was dat een
persoon vrij is en verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en principes, en
hier in het hiernamaals verantwoording over moet afleggen. Ook al waren de
geleerden het niet met hem eens, hij vond dat niets in de weg mocht staan van de
vrijheid en waardigheid van de mens.
Hoe zag hij de vrijheid van
vrouwen met betrekking tot het kiezen van een echtgenoot?
Imaam aboe-Haniefa zag de vrouw als
een integraal deel van de maatschappij, geheel bekwaam om handelingen te
verrichten en de verantwoordelijkheid hiervoor te nemen. Hij was bijvoorbeeld
van mening dat als een volwassen vrouw met iemand wil trouwen, haar voogd niet
het recht heeft om haar het recht te ontzeggen om haar eigen echtgenoot te
kiezen. Hij heeft alleen het recht om bezwaar te maken als de vrouw een
ongeschikte kandidaat uitkiest. Volgens de islamitische wet krijgt haar besluit
voorrang over dat van haar voogd. De Profeet (vzzmh) heeft dit recht erkend door
te zeggen dat een ongetrouwde vrouw er meer recht op heeft om haar echtgenoot te
kiezen, dan haar voogd.
Dit is het standpunt van imaam
aboe-Haniefa, die in het jaar 80 n.h.
(699 n.C.)
leefde. Het is een duidelijk
bewijs voor degenen die de islaam ervan beschuldigen vrouwen hun rechten te
ontzeggen, terwijl de islaam juist de vrouwenrechten beschermde.
Sommige mensen zeggen: “Hoe
kunnen de verhalen van de vier imaams ons co-existentie leren, terwijl zij zelf
over honderden kwesties van mening verschilden?”
Co-existentie is het accepteren van
de ander, maar ik kan de ander niet accepteren, tenzij ik een goede kennis van
zijn cultuur heb. Als we de vier imaams beschouwen als een integraal voorbeeld
van islamitische eenheid en co-existentie, moeten we dus beseffen dat de redenen
voor hun verschillen in bepaalde kwesties gerechtvaardigd waren. Als je de
rechtvaardiging van de ander hoort, zul je begrijpen dat hij zijn eigen redenen
heeft en zo leren we elkaar te accepteren.
Sommige jongeren accepteren
slechts één mening, en weigeren naar een andere mening te luisteren.
Dit is een vorm van fanatisme.
Fanatisme kan een blinde overtuiging van een bepaalde wetschool zijn, of de vorm
aannemen van een onverbiddelijke oppositie tegenover andere scholen of
stromingen.
De vier imaams waren het eens over
alle kwesties die betrekking hadden op de basis van de islamitische geloofsleer,
maar zij verschilden in mening over de zijtakken van de islamitische
jurisprudentie, zoals de gedetailleerde regels van het gebed, het vasten etc.
Hun meningsverschil is een genade van Allah (VVIH)
aan de moslimgemeenschap. Toen een man een boek schreef over de verschillen in
de jurisprudentie, vroeg imaam Ahmed hem om het boek de titel ‘Boek van de
overvloed’ te geven.
Terug naar het onderwerp: de
redenen voor de meningsverschillen tussen de vier imaams. Er zijn drie
voornaamste redenen. De eerste is de aard van de mens die per persoon verschilt.
Mensen zijn verschillend in hun vaardigheden, cultuur en stijl. Ten tweede de
aard van de tekst van de Edele Qoer’aan en de soenna (het
voorbeeld van Profeet Mohammed (vzzmh)), die meer dan één betekenis omvatten.
Als derde de verschillende gewoonten en tradities.
Om de aard van de verschillen
tussen de vier imaams verder uit te leggen, gaan we kijken naar hun uitleg van
de woorden van de Profeet Mohammed (vzzmh), toen hij zei dat de koper en
verkoper de optie hebben om een overeenkomst te sluiten of te weigeren, tenzij
ze uit elkaar gaan.
Aboe-Haniefa en Maalik waren van
mening dat het contract wordt aangegaan door een verbale overeenkomst, terwijl
as-Sjaafie en Ahmed het fysiek uit elkaar gaan van beide partijen als de
voltooiing van een contract beschouwden. Aboe-Haniefa vroeg as-Sjaafie wat dan
het oordeel was als beide partijen midden op zee op dezelfde boot zaten en ze
niet fysiek uit elkaar konden gaan. As-Sjaafie herzag vervolgens zijn standpunt
met betrekking tot de overlevering, op basis van aboe-Haniefa’s logische
interpretatie.
Zelfs terwijl ze dezelfde
overlevering bespraken, hadden ze allen een andere mening over het woord ‘uit
elkaar gaan’. Dit benadrukt de flexibiliteit en tolerantie van de islaam.
Precies. As-Sjaafie stelde zelfs
een regel voor om de gevolgen van een geschil te beperken. Hij zei:
“Islamitische juristen zijn het erover eens dat Allah (VVIH) geen straf oplegt
voor een discutabele kwestie.” Net zoals dat Omar ibn-Abdoel-Aziez, de bekende
kalief, en zijn opvolgers deze regel benadrukten door te zeggen: “Als je een man
een discutabele handeling ziet verrichten waarmee je het niet eens bent, verbied
hem dit dan niet.”
Daarom handelde as-Sjaafie niet
volgens zijn eigen standpunt toen hij het graf van aboe-Haniefa bezocht, door
zijn handen niet op te heffen toen hij daar een smeekbede verrichtte. Hij
respecteerde aboe-Haniefa’s standpunt, door zijn methode te volgen.
Een ander voorbeeld is toen
aboe-Haniefa naar imaam Malik in Medina ging om een aantal juridische kwesties
te bespreken. Laith ibn-Saad (een van de volgers van Malik) vroeg hem naar hun
lange discussie en Malik antwoordde: “Ik debatteerde met een man wiens logica je
makkelijk kan overtuigen.” Toen aboe-Haniefa naar Malik werd gevraagd, zei hij:
“Ik heb gesproken met een berg van kennis.”
Dit moedigt ons allen aan om dit
na te volgen. Ik herinner me dat imaam Ahmed ibn-Hanbal aangaf dat de
basmallah (het zeggen van bismillah: ‘in de naam van Allah’) nooit
hardop uitgesproken moet worden behalve in Medina, waar het uit respect voor hun
gebruik en voor verzoening met de bevolking daar gedaan moet worden.
En toen aboe-Joesoef (volger van
aboe-Haniefa) met de Abbasidische kalief naar Medina kwam, deed de kalief aan
‘cupping’ (ook wel ‘koppen zetten’ of ‘vacuüm therapie’ genoemd, van oudsher
toegepast om de doorbloeding te verbeteren), een activiteit die aboe-Haniefa
beschouwde als iets dat de reine staat verbreekt. De kalief volgde de mening van
imaam Malik die zegt dat een dergelijke handeling de reine staat niet teniet
doet. Aboe-Joesoef respecteerde de mening van imaam Malik en liet zich door de
kalief in het gebed leiden.
Een ander voorbeeld is toen
al-Andaliyy (een van de volgers van imaam Ahmed) over een discussie tussen imaam
Ahmed en de geleerde Ali ibn-al-Mediniyy vertelde. In de discussie zei imaam
Ahmed dat de 10 personen die het paradijs zijn beloofd volgens de overlevering
van de Profeet (vzzmh), het paradijs sowieso zullen betreden. Al-Mediniyy
geloofde echter dat het betreden van het paradijs niet als een gegeven beschouwd
moet worden, maar dat zij de gunst van Allah (VVIH) moeten afwachten.
Al-Andaliyy zei: “Ze spraken zo luid dat ik dacht dat ze zouden gaan vechten.”
Aan het einde van de discussie hield imaam Ahmed de hand van ibn-al-Mediniyy
vast en zei: “Zijn we niet verenigd door het broederschap, ook al zijn we het
met elkaar oneens?”
Wat kun je nog meer vertellen
over de moeilijkheden waarmee aboe-Haniefa geconfronteerd werd, met betrekking
tot de geloofsleer?
Imaam aboe-Haniefa vervulde de
sleutelrol die Allah (VVIH) hem gaf om de soennitische moslims in Irak erbij te
helpen om standvastig te blijven in een sektarische omgeving, waar veel
conflicten waren. Hij ging debatten aan met mensen van verschillende wetscholen,
zoals de Chawaaridj
en de Moerdjiea.
Hoe ging hij om met de
ingewikkelde situaties in die omgeving?
Hij was standvastig in zijn geloof.
Hij gebruikte bij zulke sekten een logische interpretatie van de soenna
in zijn debatten in plaats van de Qoer’aan. Hij vroeg zijn volgers om met
dergelijke groepen geen geloofsleer te bespreken.
Een groep mensen van de Chawaaridj
vroeg aboe-Haniefa naar het verrichten van het begrafenisgebed voor een moslim
die ze onterecht vermoord hadden. Ze beweerden dat hij een afvallige was. Ze
wilden dat aboe-Haniefa een oordeel gaf dat in tegenstrijd was met hun oordeel,
zodat ze een reden hadden voor zijn executie. Aboe-Haniefa besefte dit en hij
vroeg hun of deze man een jood, christen of een moslim was. Ze antwoordden dat
hij een moslim was, en dus zei aboe-Haniefa: “Jullie hebben jullie eigen vraag
nu beantwoord.”
Hij was een geweldige spreker die
de kunst van het spreken had bestudeerd.
Een andere groep van de Chawaaridj
vroeg hem naar de geldigheid van arbitrage met betrekking tot het beroemde
geschil tussen imaam Ali en Moe’awiyya. Hij antwoordde: “Is het niet logisch dat
we een scheidsrechter tussen ons aanstellen als we over deze kwestie zouden
blijven discussiëren en niet tot een overeenkomst zouden komen?” “Ja”,
antwoordden ze.
“Dan hebben jullie je vraag
beantwoord.”
We kunnen veel lessen leren uit
het leven van aboe-Haniefa. Een belangrijke les is dat we standvastig moeten
zijn wat betreft de basisprincipes van het geloof, de interpretatie van de
zijtakken is flexibeler en breder.
Dat we standvastig zijn in onze
islamitische geloofsleer, wil niet zeggen dat we niet in staat zijn tot
co-existentie. Co-existentie is een les die we van het leven van de Profeet
(vzzmh) leren. Het bestaan van verschillende juridische scholen is een zegening
van Allah (VVIH), het verschillen van mening is toegestaan zolang het binnen het
kader van broederschap blijft.
Laten we de lezing beëindigen
met hoe aboe-Haniefa zijn houding beschreef tegenover degenen die het met hem
oneens waren: “O Allah, maak ons hart tolerant ten opzichte van degenen die een
wrok tegenover ons koesteren.”