|
Laten we in vrede samenleven
Deel 22
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed zijn.
In dit deel zullen kwesties betreffende vrouwen in de jurisprudentie besproken worden. Het doel hiervan is niet alleen om de beschuldigingen dat de islaam vrouwen zou onderdrukken te weerleggen, maar ook om aan de vrouwen duidelijk te maken dat de islaam haar een hoge positie toebedeelt en haar eerbiedigt.
Lina al-Hemsy, een vrouwelijke professor in Religie en Islamitische Jurisprudentie aan de Azhar universiteit in Damascus, zal het onderwerp nader toelichten.
Dr. Lina, zou je iets meer kunnen vertellen over de vrouw in de islamitische jurisprudentie?
Ik beschouw de vier imaams als behorende tot de grootste persoonlijkheden in de geschiedenis van de mensheid. Als we naar de positie van de vrouw in de 20e eeuw kijken, zien we dat veel moslimgeleerden tegen het initiatief van dr. Taha Hoessein streden, die bijvoorbeeld vrouwen wilde toestaan om aan de Kunstfaculteit te studeren. Dit terwijl de wetscholen van deze imaams het de vrouwen toestonden om te studeren, te onderwijzen, te reizen, en zelfs om aan de idjtihaad (onafhankelijke beredenering) en het uitvaardigen van fatwa (juridische uitspraak door islamitische geleerde(n)) deel te nemen. Als je de verheven positie van vrouwen in de islaam vergelijkt met de deprimerende positie van vrouwen wereldwijd, moet je wel onder de indruk zijn. Tot aan het jaar 1938 genoten vrouwen niet eens financiële onafhankelijkheid.
Maar in de islaam genoten de vrouwen dit recht wel. Uit de islamitische geschiedenis blijkt dat de voorname metgezel en kalief Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz) toestemde met een lening aan Hind bint-Otba zodat ze haar eigen handel op kon zetten.
Vergelijk de positie van vrouwen in 1085, toen een echtgenoot het recht had om zijn echtgenote te verkopen, met de positie die de vrouwen 15 eeuwen geleden genoten, in de tijd van de Profeet Mohammed (vzzmh). De vrouwen konden toen de lessen van de Profeet bijwonen, maar zij namen achter de mannen plaats. De vrouwen waren het hier niet mee eens en vroegen de Profeet (vzzmh) om hun extra lessen te geven, alleen voor vrouwen. In een ander voorbeeld dat het respect en de waardering ten opzichte van vrouwen toont, vroeg de Profeet (vzzmh) aan de vrouw Sjifaa al-Adawiyya om zijn vrouw Hafsa (mAtmhz) te leren lezen en schrijven.
Het was de vrouwen toegestaan om actief deel te nemen aan de politiek en het sociale leven. Deze rechten vormden de basis waarop de vier imaams hun standpunten vormden.
Imaam Malik kreeg het advies om zijn studie voort te zetten bij een vrouw, namelijk Aisja bint-Saad ibn-aboe-Waqqaas.
De islamitische geschiedenis kent veel vrouwelijke geleerden, moeftie’s en geleerden die aan idjtihaad deden. Al-Haafidh al-Moendhirie, een geleerde op het gebied van overleveringen, had 20 vrouwelijke geleerden en sjeichs. 12 van de leraren en sjeichs van ibn-al-Qayyiem ad-Djawzie (een geleerde op het gebied van jurisprudentie) waren vrouwen. Imaam adh-Dhahabie verklaarde dat geen enkele vrouw er ooit van beschuldigd was een overlevering van de Profeet te hebben verzonnen. Aisja (mAtmhz) heeft 2210 overleveringen verteld. De metgezellen zochten hun toevlucht tot haar als ze het oneens waren over een religieuze kwestie.
Er waren onder de metgezellen ook vrouwen die de Qoer’aan, de wetenschap van de overleveringen en jurisprudentie onderwezen, zoals Hafsa bint-Sierien die de Qoer’aan onderwees. Imaam as-Sjaafi leerde overleveringen van Nafisa bint-al-Hassan.
Juist. Het eerste wat hij deed toen hij in Egypte aankwam, was naar haar toegaan en haar vragen of zij hem de wetenschap van de overleveringen kon onderwijzen. Vrouwen speelden zeker een uitzonderlijke rol in de islamitische geschiedenis. Ze namen deel aan het verdrag van Aqaba, het was hen toegestaan om de Profeet (vzzmh) te beschermen en ze namen deel aan de veldslagen. De eerste martelaar in de islaam was zelfs een vrouw.
Waarom is de positie van de vrouw door de jaren heen verslechterd?
Murad Hoffmann, de Duitse ambassadeur die tot de islaam is bekeerd, nodigde de moslims ertoe uit om de positie van vrouwen in de islaam te herstellen naar wat het in de beginperiode van de islaam was. Er zijn twee voornaamste factoren voor de regressie. Ten eerste het fanatisme van bepaalde wetscholen en de onmatigheid die opbloeide door de afwezigheid van idjtihaad. Dit laatste bereikte het hoogtepunt in de tiende eeuw van de hidjra kalender. Dit leidde tot de imitatie en het kopiëren van het standpunt van geleerden, zonder de reden toe te passen of naar de Qoer’aan en soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed) te verwijzen.
De tweede oorzaak is het combineren van religieuze begrippen met culturele tradities. Een voorbeeld hiervan is toen de vrouwen gehinderd werden om naar de moskee te gaan, wat in tegenstrijd is met het gebod van de Profeet. Een ander voorbeeld is het beletten van vrouwen die willen studeren, terwijl het opdoen van kennis volgens de islaam juist een verplichting is. Sommige mensen beweren zelfs dat een vrouw het huis van haar vader niet mag verlaten, behalve wanneer ze naar het huis van haar echtgenoot verhuisd, en van het huis van haar echtgenoot naar het graf!!!
De islaam wordt ten onrechte beschuldigd van de onderdrukking van vrouwen en het tegengaan van hun ontwikkeling. Het moet nu wel aardig duidelijk zijn dat de islaam hier niet daadwerkelijk schuldig aan is. Laten we terug gaan naar het onderwerp idjtihaad. Laten we wat uitgebreider het belang en de controverse eromheen bespreken.
Er zijn recente kwesties waarover geen oordeel is gegeven in de boeken van de vier imaams en andere geleerden. Voor deze kwesties is idjtihaad nodig. Dit is wat de vier imaams zelf deden en wat wij moeten doen, als we werkelijk in hun voetsporen willen treden. Bovendien moeten we oordelen afleiden en regels halen uit de bestaande jurisprudentieboeken voor de nieuwe gebeurtenissen die zich voordoen. Er is echter geen idjtihaad voor kwesties waarvoor er doorslaggevend bewijs is in de Qoer’aan en soenna. Dat is de grens. Er moet dus constructieve jurisprudentie zijn om regels te stellen voor recente kwesties, en tegelijkertijd moet er selectieve jurisprudentie zijn om uit de bestaande oordelen te kunnen bepalen wat van toepassing is op de huidige tijd en plaats.
Dit was precies het beleid van imaam aboe-Haniefa. Hij weigerde het idee dat jurisprudentie stilstaat terwijl de buitenwereld blijvend verandert. Anders zou er een diepe kloof ontstaan tussen de islaam als een religie en wetgeving, en de nieuwe gebeurtenissen en ideologieën in ons huidige leven. Er is geen twijfel mogelijk dat de islaam in alle tijden en op alle plaatsen toepasbaar is en samengaat met de veranderende omstandigheden. Het dichten van deze kloof vergt de gevolgtrekking van de Qoer’aan en soenna.
Er zijn voorbeelden van de vier wetscholen betreffende vrouwen, waarvan sommige beslissend zijn en sommige door idjtihaad zijn verkregen. De eerste is de kwestie van het publieke leiderschap, zoals het recht van een vrouw om een kalief, minister, heerser etc. te worden. De vier imaams ontzegden vrouwen dit recht op basis van bewijs in de Qoer’aan en de soenna, terwijl er onder de huidige geleerden een tweedeling is: degenen die het standpunt van de imaams direct overnemen, en een tweede groep die vindt dat vrouwen een belangrijke positie kunnen hebben, behalve het presidentschap. Onder het laatste horen o.a. sjeich Qaradawi, al-Boetie, Hassan Fadl-Allah, Ahmed Diftaar en Sjaltoet. Sjeich al-Maraghi gelooft dat vrouwen ook president moeten kunnen worden. Deze geleerden baseren hun standpunt op het feit dat er geen doorslaggevende tekst over dit onderwerp is.
Ook al neig ik meer naar een van de twee meningen, de oproep om in vrede samen te leven, vereist dat ik beide standpunten accepteer.
Soms zie je een geleerde op tv die zijn eigen standpunt als de enig aanvaardbare mening voordoet. Vervolgens toont een andere geleerde zijn standpunt als zijnde de enige juiste. Het eindresultaat is dat mensen verward raken.
Het tweede voorbeeld is dat van de getuigenis van een vrouw: een wapen tegen de islaam dat veel gebruikt wordt, door te beweren dat de islaam vrouwen rechtskundig als onvolmaakt beschouwt. Dit is gebaseerd op het vers dat vertaald kan worden als: “En laat twee getuigen van onder jullie mannen getuigen, en als er niet twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen…” (VBQ 2:282) Dit vers geldt alleen voor financiële en burgerzaken. Het wordt o.a. uitgelegd door te zeggen dat vrouwen overstelpt worden door dingen zoals het huishouden, zwangerschap en de bevalling, waardoor ze moeite ondervinden om dit soort zaken nauwkeurig te onthouden. Er is echter geen doorslaggevend bewijs dat haar getuigenis in criminele zaken ongeldig zou zijn.
Het derde voorbeeld is het oordeel over het recht van vrouwen om een rechterlijke positie te bekleden. De meerderheid van de geleerden verbood dit op basis van dezelfde reden van het verbod op het publieke leiderschap. Aboe-Haniefa stond het alleen toe bij zaken waarbij het vrouwen toegestaan was om te getuigen. Ibn-Djarir en at-Tabaari waren van mening, middels analogie, dat vrouwen juryleden kunnen zijn zolang het hen toegestaan is om moeftie te worden. In een dergelijke zaak kunnen we ons dus verlaten op selectieve jurisprudentie, om een selectie voor onze huidige tijd en plaats te maken.
Een belangrijk punt is dat wanneer Allah (VVIH) een specifieke regel bepaalt, Hij deze in een duidelijk en beslissend vers openbaart, zodat er geen twijfel aan is. Bijvoorbeeld het vers over de bedevaart, dat vertaald kan worden als: “…dan het vasten: drie dagen tijdens de bedevaart en zeven (dagen) wanneer jullie zijn teruggekeerd, dat is tien bij elkaar…” (VBQ 2:196) Andere verzen zijn flexibel in hun betekenis en bevatten geen beslissend bewijs, zoals het vers dat vertaald kan worden als: “En er zijn er onder de mensen die onzinnige praat kopen om te doen afdwalen van de Weg van Allah…” (VBQ 31:6) ‘Onzinnige praat’ werd door sommigen geïnterpreteerd als zingen, terwijl anderen het niet doorslaggevend vonden als bewijs voor het verbod op zingen.
Het vierde voorbeeld gaat over de erfenis. Er wordt beweerd dat moslims de vrouwen van hun rechten beroven, aangezien Allah (VVIH) zegt, wat vertaald kan worden als: “Allah heeft met betrekking tot (de erfenis) aan jullie kinderen voorgeschreven: (een man) een gedeelte gelijk aan het gedeelte van twee vrouwen...” (VBQ 4:11) De consensus is dat vrouwen in sommige omstandigheden de helft van het erfdeel van een man krijgen, zoals in het voorgaande vers. Maar in andere omstandigheden is haar erfdeel gelijk aan dat van de man, zoals begrepen wordt uit de rest van hetzelfde vers: “En voor zijn beide ouders (is er voor) een ieder van hen eenzesde van wat hij nalaat, indien hij kind(eren) had. En indien hij geen kind(eren) had, en hij laat aan zijn ouders na: dan is er voor zijn moeder eenderde.” Zoals je ziet, krijgt een vrouw soms zelfs meer dan de man. Als je de omstandigheden bekijkt waarbij ze de helft van het erfdeel krijgt, zie je dat zij er het meeste voordeel aan heeft.
Hoe bedoel je?
In de islaam is het de verantwoordelijkheid van de man om de vrouwen financieel te onderhouden. Een vrouw kan dus een fortuin van haar vader erven, maar haar echtgenoot en broer moeten haar financieel onderhouden. Ze heeft er zeker het meeste voordeel aan.
Allah (VVIH) kan nooit onrechtvaardig zijn ten opzichte van een bepaald geslacht of ras. De onderscheiding hier is niet gebaseerd op het geslacht, maar op de vereisten en omstandigheden.
Dit is de correcte vorm van gelijkheid.
In het boek The Death of the West door Patrick Buchanan, die zich beschikbaar gesteld heeft voor het presidentschap in de VS, wordt vermeld dat deze gelijkheid heeft geleid tot een daling in het aantal huwelijken en geboortes.
Er is een ander boek dat de legende van de vrijheid van de westerse vrouw bespreekt en op welke manier deze zogenaamde vrijheid onderdrukking blijkt te zijn. De hervorming van de positie van vrouwen in moslimlanden zou volgens de ware islamitische principes moeten gebeuren, die de vrouwen respecteerden en hun vrijheid gaven.
Als laatste wil ik het idee benadrukken dat er co-existentie met vrouwen moet zijn, en dat zij het recht hebben op een waardig leven.
Moge Allahs genade en zegeningen met jullie allen zijn.
Een moeftie is een islamitische geleerde op het gebied van de islamitische wetgeving, die geauthoriseerd is om wettelijke oordelen uit te vaardigen.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net
|