|
Laten we in vrede samenleven
Deel 21
In de naam van Allah, de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed zijn.
In dit deel concentreren we ons op co-existentie binnen de moskeeën, namelijk onder de wetscholen onderling. Dr. al-Ataibi zal een aantal vragen hieromtrent beantwoorden.
De Westerse wetgeving is in de meeste artikels beïnvloed door de islamitische jurisprudentie. Dit is een bekend feit, waarvan de geschiedenis het bewijs vormt.
Het Franse burgerrecht is afgeleid van de Maliki jurisprudentie. Net zoals veel van de experimentele wetenschappen zoals medicijnen, wiskunde en meetkunde van de moslimgeleerden zijn overgenomen.
Sommige mensen beweren dat de islamitische jurisprudentie niets aan de huidige wereld heeft toegevoegd.
Ook dit is een onjuiste bewering. Zonder de twee eeuwen durende Westerse kolonisatie in de islamitische wereld, had de wereld er totaal anders uitgezien. Degene die de internationale Rechten van de Mens heeft opgesteld, heeft in een van de moskeeën in Andalusië gestudeerd. Het Rode Kruis (of de Rode Halve Maan) heeft in een thesis bewezen dat de internationale Rechten van de Mens van de Maliki jurisprudentie zijn afgeleid. De thesis verklaarde ook dat de Franse bezettingstroepen in Algerije van de moslimleider Abdoel-Qadr hebben geleerd hoe ze gevangenen met respect moeten behandelen. Als je in welke bibliotheek dan ook op zoek gaat, zul je zien dat de meeste wetboeken vergelijkbaar met de islamitische wetgeving zijn.
Een paar tips voor een succesvolle co-existentie: geloof in je religieuze methode, schrik niet terug van de valse beweringen over de islaam, wees er zeker van dat de islaam iets moois is, schaam je niet voor de term djihaad aangezien het onze religie en de rechtvaardigheid op aarde beschermt. De islaam roept op tot vrede en gerechtigheid. Het heeft zeker veel toegevoegd aan de mensheid en de huidige wetenschappen enorm beïnvloed.
Op welke basis werd de wetschool van Ahmed ibn-Hanbal opgericht?
Alle vier de wetscholen zijn afgeleid van de vier voornaamste bronnen: de Qoer’aan, de soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed (vzzmh)), analogie en consensus. Met betrekking tot de consensus: Ahmed ibn-Hanbal paste dit zeer nauwkeurig en eerlijk toe, ook al zou dit betekenen dat hij bij een kwestie moest verklaren dat hij het niet wist. Hij verliet zich op de meningen van de metgezellen, als er geen overeenstemming was.
En als er geen overeenstemming over de kwestie was?
Dan gaf hij de voorkeur aan de dominantste mening, die gestaafd werd door bewijs in de Qoer’aan en soenna. Als laatste middel zou hij analogie gebruiken, als er een gebrek aan direct bewijs in de tekst was. Imaam as-Sjaafi schreef in zijn boek Ar-Risala dat er geen kwestie is die niet beoordeeld kan worden volgens de islamitische wetgeving.
Dit is de basis van het bekende gezegde, dat de Qoer’aan altijd en overal toepasbaar is.
Inderdaad, de leerstellingen van het geloof zijn goddelijk vastgesteld. Allah zegt, wat vertaald kan worden als: “Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de islaam voor jullie als godsdienst gekozen.” (VBQ 5:3)
Imaam Ahmeds beleid was dat alle zaken in principe zijn toegestaan.
Juist, zo lang er geen tekst is die het verbiedt. Dit doet mij aan het volgende vers denken, dat vertaald kan worden als: “Kom, ik zal voorlezen wat jullie Heer jullie verboden heeft verklaard.” (VBQ 6:151)
Of bijvoorbeeld: “Hij is Degene Die voor jullie alles wat op aarde is geschapen heeft...” (VBQ 2:29) Alles is dus in principe toegestaan. Als Allah (VVIH) iets verbiedt, schept Hij veel alternatieven: wijn kan vervangen worden door allerlei soorten fruitsappen en varkensvlees kan vervangen worden door het vlees van andere dieren.
Hoe zit het met de methodologie van Ahmed ibn-Hanbal in het vormen van een wettelijk standpunt?
Hij gebruikte niet specifiek de woorden ‘verboden’ of ‘toegestaan’. Hij gebruikte eerder uitdrukkingen zoals ‘zou gedaan moeten worden’ of ‘zou niet gedaan moeten worden’. Bijvoorbeeld toen een man aan hem vroeg of hij een gedicht mocht zingen. Hij luisterde eerst naar het gedicht en zei vervolgens tegen hem dat hij dit kon doen zolang de woorden respectabel zijn. Hij zong zelfs met hem mee.
Er zijn aanhangers van de Hanbali wetschool die hun mening aan anderen proberen op te dringen. Zij geloven dat het onjuist is om het oneens te zijn met Ahmed ibn-Hanbal, in welk van zijn standpunten dan ook.
Sommige geleerden zeggen: “Hoe bescheidener de kennis van de man is, des te moeilijker is het voor hem om tolerant te zijn.” Vandaag de dag, met behulp van wijze geleerden en hun tolerante methodes, worden deze kloven overbrugd.
Er wordt vaak bemerkt dat de oudere en meer prominente geleerden toleranter zijn dan de jonge predikers.
Dat klopt.
Elke wetschool heeft bijvoorbeeld boeken met vergelijkende jurisprudentie waarin de standpunten van de andere wetscholen worden genoemd. Sjeich Abdoel-Aziez ibn-Baaz, een hedendaagse geleerde,geeft in een van zijn boeken commentaar op de jurisprudentie van Ahmed ibn-Hanbal, waarbij hij wijst op een aantal kwesties die niet overeenstemmen met een bepaalde tekst in de Edele Qoer’aan of de soenna. Op dezelfde manier verwijzen Sjeich Mohammed ibn-Othaimien en de Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en het Uitvaardigen van Fatwa in Saoedi-Arabië, niet naar boeken van de jurisprudentie van Ahmed ibn-Hanbal. Zij concentreren zich echter op de geldigheid en nauwkeurigheid van het bewijs.
Co-existentie tussen de verschillende wetscholen is dus wel degelijk mogelijk. Dit brengt ons bij de volgende vraag: beschouwt de jurisprudentie van Ahmed ibn-Hanbal degenen die er een ander standpunt op nahouden als fout, en legt het daarom anderen op om deze wetschool te volgen?
Alle geleerden, inclusief Ahmed ibn-Hanbal, hebben vermeld dat het niet aanvaardbaar is om mensen van een wetschool te dwingen een andere wetschool te gaan volgen. De mensen zijn alleen verplicht om te volgen wat de Edele Qoer’aan en de authentieke overleveringen uitwijzen.
Er is een debat tussen de aanhangers van de Hanafi wetschool met betrekking tot de betaling van zakaat al-fitr (verplichte aalmoes aan het einde van de maand ramadaan), namelijk of dit in de vorm van dadels of contant geld gegeven moet worden. Beide standpunten worden gestaafd met dezelfde overleveringen, maar deze worden door de betrokken partijen anders geïnterpreteerd.
De aanwezigheid van verschillende meningen die gebaseerd zijn op de Qoer’aan en de authentieke overleveringen, geven de grootheid en de tolerantie van de islamitische jurisprudentie duidelijk weer. Als iemand een andere mening heeft die ook gebaseerd is op de Qoer’aan en de authentieke overleveringen, dan zou hij de mening van de ander moeten toetsen door hun bewijs nader te bekijken.
Moet een moslim een bepaalde wetschool volgen?
De geleerden van de wetscholen hebben verklaard dat een standpunt dat in tegenstrijd is met de Qoer’aan en de authentieke overleveringen niet acceptabel is. Het is echter ingewikkeld om alle wetscholen uitgebreid te bestuderen. Iemand die op zoek is naar kennis, zou daarom niet tegengehouden moeten worden als hij zich op een bepaalde wetschool wil richten.
Na het bestuderen van een bepaalde wetschool, kan een andere wetschool bestudeerd worden?
Ook de andere wetscholen zouden vervolgens bestudeerd moeten worden, want de waarheid is niet tot een bepaalde wetschool beperkt.
Hoe zit het dan met de gewone man? Moet hij ook een wetschool bestuderen?
Met betrekking tot zaken in de aanbidding en onderlinge relaties, zou elke moslim kennis moeten zoeken en de hulp van geleerden die bekend staan om hun kennis en vroomheid moeten inroepen.
Imaam Ahmed ibn-Hanbal heeft verschillende innovatieve concepten voorgesteld met betrekking tot vrouwen. Zoals het recht van de vrouw om te bedingen dat haar man niet met een andere vrouw trouwt tijdens hun huwelijk. De tweede is dat een vrouw niet verplicht is om haar man te dienen, behalve vrijwillig en volgens de gewoonte. De derde is dat als een man de bedevaart namens zijn ouders wil verrichten, hij dat eerst voor zijn moeder moet doen. Bovendien zou de echtgenoot een dienstmeisje moeten inhuren, als zijn vrouw dat nodig heeft.
Inderdaad. Hieruit blijkt weer dat de onderdrukking van de vrouwen in de moslimwereld te wijten is aan gewoonten en tradities, en niet aan religie. De islaam heeft de vrouwen altijd rechtvaardig behandeld.
Ahmed ibn-Hanbal kreeg een zware beproeving, toen de herkomst van de Edele Qoer’aan in twijfel getrokken werd. Hij was toen zeer vastberaden, waarom was dat?
Hij vreesde dat deze twijfel tot verlaging van de status van de Edele Qoer’aan zou leiden. Deze beproeving had tot de verdraaiing van de Qoer’aan en de soenna kunnen leiden. Hij vormde een groot obstakel voor de intriges van een aantal mensen die de goddelijkheid van de Qoer’aan in diskrediet wilden brengen.
Moge Allah dr. al-Ataibi zegenen, en moge Allahs genade en zegeningen met jullie allen zijn.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net
|