|
Laten we in vrede samenleven
Deel
13
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
Co-existentie
begint met het begrip voor elkaar, met het luisteren naar elkaar en met de
acceptatie en het respect voor elkaars mening. Veel problemen in de moslimwereld
ontstaan door het gebrek aan co-existentie. Co-existentie betekent het zoeken
naar iets gemeenschappelijks met elkaar, daarom zei Allah (VVIH),
wat vertaald kan worden als:
“…, maar
ondersteunt elkaar bij het goede en taqwa. En steunt elkaar niet bij
zonde en overtreding…” (VBQ
5:2) Dit
vers spreekt tot alle mensen, aangezien de islaam een universele boodschap is.
Allah (VVIH)
zegt ook, wat vertaald kan worden als: “O mensheid, Wij hebben jullie
geschapen uit een man en een vrouw en Wij hebben jullie tot volken en stammen
gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen…” (VBQ 49:13) De verschillende
geloven in Libanon en Irak zouden ginds het volk moeten hebben verrijkt en
ontwikkeld, in plaats van te strijden en oorlog te voeren.
Er zijn tien
leerpunten voor de kunst van co-existentie, afgeleid van mijn eigen ervaringen,
boeken en de biografieën van de vier imaams die het beste toonbeeld van
co-existentie zijn. De tien punten zijn als volgt:
- Doe je
best om iets gemeenschappelijks te ontdekken.
- Ga op
zoek naar kennis die je bij punt 1 kan helpen.
- Integreer
in de maatschappij.
- Wijs
nooit een mening in zijn geheel af.
- Onderdruk
degenen die het niet met je eens zijn niet, en maak hen niet tot jouw
vijand.
- Heb een
zuivere intentie wanneer je een indruk krijgt van mensen, in plaats van je
eigen vooroordelen te volgen.
-
Respecteer anderen zodat je hun vertrouwen wint en als gevolg daarvan in
vrede kunt samenleven.
- Wees
flexibel in plaats van koppig.
- Wees een
liefdevol persoon, ook ten opzichte van degenen die het met je oneens zijn.
- Onthoud
dat co-existentie niet betekent dat je in een andere cultuur moet opgaan.
Een van de
beste voorbeelden van co-existentie is het leven van imaam as-Sjaafi. Hij leefde
in het tijdperk waarin de islamitische gemeenschap welvarend was. Door deze
welvarendheid bekeerden vele mensen, uit verschillende landen, met een
verschillende mentaliteit en een verschillend geloof, zich tot de islaam.
Indiërs, Perzen, Romeinen, mensen uit Europa en Andalusië kwamen naar het
Abbasidische rijk met hun eigen geloof en denkwijze. Ze beïnvloedden de
maatschappij met hun levenswijze, tradities, gewoonten en meningen, waardoor er
een conflict ontstond. Bovendien werd de nieuwe generatie jongeren, die in deze
welvarende tijd opgroeiden, verwend en ze keerden zich af van het geloof. Veel
dichters in die tijd waren er niet in geïnteresseerd om islamitische gedichten
te schrijven, en dit zorgde voor een conflict met de geleerden.
De
ontwikkeling van andere wetenschappen, zoals de gelaatkunde, die gebaseerd was
op fysieke kenmerken als de sleutel tot het karakter, en genealogie, die zich in
het bijzonder richtte op de afkomst van mensen, zorgde voor meer conflicten
tussen de vele verschillende rassen.
Tegelijkertijd
richtte aboe-Haniefa een wetschool in Irak op, en bouwde deze op het concept om
de juridische meningen en de behandeling van de overleveringen uit te breiden.
Imaam Malik in Hidjaaz
was het niet eens met de mening van aboe-Haniefa en vond dat de overleveringen
met een grote nauwkeurigheid bekeken moesten worden. Imaam Malik verzamelde
bijvoorbeeld 100.000 overleveringen van de Profeet Mohammed (vzzmh), maar hij
keurde er sechts 12.000 goed.
We zien dus
dat imaam as-Sjaafi in een tijdperk vol conflicten leefde. Hij was een man die
zichzelf opgewerkt had: hij begon met niets en bereikte in enkele jaren de top.
Zijn vader was met zijn echtgenote naar Gaza verhuisd voor een beter leven, en
aldus werd as-Sjaafi daar in 105 n.h.
geboren, en hij stierf daar in 204 n.h. toen hij 54 jaar oud was. Een
overlevering van de Profeet stelt dat Allah (VVIH) elke 100 jaar iemand stuurt
om de religie voor de moslimgemeenschap te hervormen. As-Sjaafi werd beschouwd
als de tweede hervormer. Zijn naam was Mohammed
ibn-Idries-ibn-Sjaafi-ibn-Saied-al-Qoerasjie. Hij stamde af van de Qoeraisj en
was de kleinzoon van Sjaafi, een geboren moslim en een van de Profeets
metgezellen.
Toen as-Sjaafi
twee jaar oud was, stierf zijn vader, en hij bleef achter met zijn jonge en arme
moeder. Zij was zeer toegewijd aan haar doel om van haar zoon een grote geleerde
te maken, die erbij zou helpen om de problemen en conflicten van de
moslimgemeenschap op te lossen. Ze keerde daarom met haar zoon terug naar Mekka,
zodat hij kennis kon opdoen en de Qoer’aan kon memoriseren. Al snel werd
as-Sjaafi de beste leerling onder zijn vriendjes en op 4-jarige leeftijd kon hij
hun al dingen uitleggen. De leraar zelf was zo onder de indruk, dat hij hem
vroeg om de les over te nemen als hij wilde uitrusten. Op 7-jarige leeftijd
kende hij de hele Qoer’aan uit zijn hoofd met tadjwied
.
Mensen die zijn voordracht uit de Qoer’aan hoorden, moesten vaak huilen,
zo ontroerd werden ze erdoor.
Vanaf zijn 8e
tot zijn 13e leerde hij de uitleg van de Qoer’aan van de
gerenommeerde geleerde Soefjaan, en de wetenschap van de overleveringen van
Moslim ibn-Chaalid, de imaam van Mekka in die tijd. As-Sjaafi was zo arm dat hij
geen papier had om op te schrijven, dus haalde zijn moeder documenten bij de
bestuursraad van de heerser voor hem, zodat hij op de achterkant notities kon
maken. Hij vroeg om sadaqa (liefdadigheid) in de vorm van papier. Zijn
moeder ging ook naar de plaats waar geslacht werd om de sleutelbenen van kamelen
te verzamelen, zodat hij daarop kon schrijven. Wat een geweldige moeder. We
zouden van haar moeten leren hoe we kinderen kunnen grootbrengen die een eind
aan de oorlogen kunnen brengen, mensen kunnen verenigen en het voorbeeld van
co-existentie, dialoog en acceptatie zijn.
As-Sjaafi had
dus de Qoer’aan geleerd, de uitleg ervan, tadjwied en de
wetenschap van overleveringen. Op een keer bracht Laith ibn-Saad, de imaam van
Egypte op dat moment, een bezoek aan Mekka en gaf daar lezingen. Hij zei toen
dat een van de redenen voor het gebrek aan eenheid in de gemeenschap, de taal
was. Hij beweerde dat als mensen de taal goed zouden begrijpen, ze zeker
verenigd zouden worden. Daarom zou Allah (VVIH) de gemeenschap verenigen middels
een persoon die de wetenschap van de taal, uitleg en overleveringen onder de
knie zou hebben.
De wetenschap
van de taal was toen alleen in de woestijn te vinden, bij de Hoedhail stam, want
zij kenden duizenden gedichten. As-Sjaafi ging dus naar zijn moeder toe en
vertelde haar wat hij had gehoord. “Ga dan en leer van hen”, zei ze. Hij was
dertien jaar oud toen hij op zijn eerste expeditie vertrok. Hij ging naar de
stam die bekend stond om hun kennis van de taal, en bleef daar vier jaar. Hij
verwierf er twee dingen: hij leerde speerwerpen, hij leerde de taal (poëzie en
zinspreuken) en leerde 10.000 verzen uit zijn hoofd. Zijn hersenen waren net een
kopieermachine! Op 18-jarige leeftijd keerde hij terug naar Mekka en Moslim
ibn-Chaalid zei tegen hem: “Het wordt tijd dat je juridische consultaties gaat
geven in Mekka.”
As-Sjaafi vroeg aan zijn moeder wat zij daarvan vond, maar zij zei: “Nee, mijn
zoon. Als je dat doet, dan word je een onderdeel van het geschil tussen Malik en
aboe-Haniefa, maar als je wacht totdat je hun kennis bezit, dan zul je hen
kunnen samenbrengen.” Hij weigerde het dus om fataawa
te
geven, en besloot om naar Malik toe te gaan, de imaam van Medina en de grootste
geleerde in dat gebied. Malik was in de 60 en werd gerespecteerd door de
kaliefen en heersers zoals Haroen ar-Rasjied, dus vroeg as-Sjaafi zich af hoe
hij zijn leerling kon worden. Hij probeerde te bedenken wat Malik het meeste
liefhad, en dat was zijn boek al-Moewatta. As-Sjaafi had niet genoeg geld
om een exemplaar van het boek te kopen, dus leende hij het van iemand en leerde
het in een korte tijd – ongeveer 10 dagen – uit zijn hoofd om het vervolgens
weer aan de eigenaar terug te geven. En toen emigreerde hij voor de derde keer,
dit keer naar Medina. En waarom? Om mensen middels kennis te verenigen.
Door het
gebrek aan geld, besloot zijn moeder hun huis in Mekka te verpanden en in Medina
te gaan wonen. As-Sjaafi twijfelde er alleen aan of Malik hem als leerling zou
accepteren, dus ging hij naar de heerser van Mekka toe om hem te vragen een
aanbeveling te schrijven voor de heerser van Medina. De laatste nam de brief in
ontvangst en begeleidde as-Sjaafi naar Maliks huis. Toen hij de brief las, zei
Malik: “Sinds wanneer wordt kennis aan de hand van aanbevelingen gegeven?”
“Maar meneer,”
zei as-Sjaafi, “ik ben van Qoeraisj, mijn vader is dood en ik heb al-Moewatta
uit mijn hoofd geleerd. Accepteer mij alstublieft als uw leerling.”
Malik keek
naar hem en zei: “Wat is jouw naam?”
“Mohammed
ibn-Idries-as-Sjaafi-as-Qoerasji.”
“En hoe groot
is jouw liefde voor kennis?”
“Als ik voor
het eerst een letter hoor, wou ik dat al mijn organen oren worden zodat ze net
zo van kennis kunnen genieten als mijn oren dat doen.”
Malik vroeg:
“Hoe zeer ben je toegewijd aan kennis?”
“Als een
moeder die haar zoon kwijt is en overal naar hem op zoek gaat.”
“Citeer dan
iets uit al-Moewatta.”
As-Sjaafi
droeg iets voor en stopte. Malik vroeg hem om meer te citeren en dus droeg hij
iets voor and stopte weer. Malik vroeg hem om nog meer te citeren, keek
vervolgens naar as-Sjaafi’s gezicht en zei: “Het is alsof Allah een licht in je
gezicht heeft geplaatst, laat het niet uitgaan door zonden. Kom morgen en ga in
de eerste rij zitten.”
As-Sjaafi
bleef negen jaar bij Malik en vroeg hem vervolgens om toestemming om naar Irak
te gaan om iets van aboe-Haniefa’s kennis op te doen. Malik stemde toe, en
aangezien as-Sjaafi geen geld had, gaf Malik hem geld omdat de Profeet (vzzmh)
gezegd heeft dat het stichten van vrede meer beloond wordt dan het gebed, het
vasten en zakaat .
As-Sjaafi ging
naar Irak toe en ontmoette daar een leerling van aboe-Haniefa, Mohammed
ibn-al-Hassan, aboe-Haniefa was namelijk al gestorven voordat as-Sjaafi geboren
was. Ibn-Hassan had een grote bewondering voor as-Sjaafi. Toen as-Sjaafi
terugkeerde naar Malik, vroeg Malik hem om zijn plaats in te nemen en fataawa
uit te vaardigen. Hij weigerde echter en zei: “Nee, ik wil alle kennis van Irak
hebben!”
Hij leerde
over de wetenschap van de Qoer’aan, de uitleg ervan, overleveringen en
sport. Hij kende 10.000 verzen uit zijn hoofd en had kennis van genealogie en
van Maliks kennis, en toch wilde hij ook nog van aboe-Haniefa leren. Om naar
Irak te kunnen gaan, besloot hij om eerst in Jemen te gaan werken om geld te
sparen, en daar deed hij kennis over sji’iten op van de leerlingen van Djafar.
Ook leerde hij over gelaatkunde, terwijl Malik daar geen voorstander van was
omdat het geen basis heeft in de Qoer’aan of soenna.
As-Sjaafi was
een wandelende encyclopedie, maar hij wilde alsnog naar Irak gaan om meer kennis
op te doen. In het volgende hoofdstuk zullen we het over die fase van zijn leven
hebben.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net
|