|
Laten we in vrede samenleven
Deel
10
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
De Profeet
(vzzmh) zei dat de moslims een gemeenschap vormen en dat ze de zwakken onder hen
helpen. Dit is een prachtig plaatje, maar niet te vergelijken met de realiteit
van de Arabische wereld.
We zullen vier
principes van co-existentie bespreken. Gebruik deze bij iedereen met wie je van
mening verschilt: je echtgenoot/echtgenote, kinderen, baas, buren, familieleden,
vrienden, ouders, verschillende wetscholen, moslims en christenen.
Het eerst
principe luidt dat de verschillen een universeel feit zijn dat gerespecteerd
moet worden. Je moet het feit dat variatie onderdeel is van ons bestaan
respecteren. Het tweede laat zien dat variatie ons aanvult: het is een voordeel
en geen nadeel. Het derde principe is dat een kalme en eerlijke dialoog je bij
een geschil helpt om uit alle perspectieven de waarheid te halen. Er is maar één
waarheid, maar het omvat veel aspecten en paradigma’s. Het vierde en laatste
principe is dat je nooit het gepaste gedrag tijdens een dialoog moet vergeten.
Dit zijn de vier basisprincipes van co-existentie.
Met betrekking
tot het vierde principe: herinner je je de veldslag van de Qoeraidha stam tegen
de joden? Na de Greppel slag, waren de metgezellen uitgeput en ze wilden
uitrusten. Djibriel (Gabriël (vzmh)) zei tegen de Profeet (vzzmh) dat de engelen
hun wapens nog niet hadden neergelegd. Aldus riep de Profeet (vzzmh) de
metgezellen bij elkaar en zei dat degenen die in Allah en de laatste dag
geloven, het asr gebed (namiddaggebed) niet moesten verrichten totdat ze
de Qoeraidha stam bereikt hadden. De metgezellen wisten niet wat ze moesten
doen: sommigen dachten dat ze het middaggebed niet moesten verrichten, totdat ze
bij de stam waren. Anderen dachten dat de Profeet (vzzmh) bedoelde dat ze
moesten opschieten. De Profeet (vzzmh) zei dat beiden gelijk hadden. Hij moet
een van de twee dingen bedoeld hebben, maar met zijn antwoord wilde hij
duidelijk maken dat verschillen een onderdeel van de menselijke aard zijn en dat
ze aanvaardbaar zijn.
Het tweede
principe duidt aan dat diversiteit in feite betekent dat we elkaar aanvullen.
Neem Aboe-Bakr en Omar eens als voorbeeld (mAtmhz).
Op de dag van de slag bij Badr wilden de moslims weten wat ze met de
krijgsgevangenen moesten doen. Aboe-Bakr adviseerde de Profeet (vzzmh) dat ze
zijn volk en familieleden waren en dat hij hen moest vergeven. Omar zei dat ze
ongelovig waren en de Profeet (vzzmh) gekwetst hadden, en aldus vermoord moesten
worden. De Profeet (vzzmh) zei dat Allah sommige mensen goedhartig had gemaakt,
zoals Aboe-Bakr. Allah heeft ook mensen gemaakt die harder zijn dan staal, zoals
Omar. En beiden zijn goed voor de islaam.
Het derde
principe toont aan dat een rustige en eerlijke dialoog ons erbij helpt om uit
alle perspectieven de waarheid te halen. Een groep mensen legt hun hand op een
olifant. Een van hen zegt dat de olifant slechts een romp was, de tweede zei dat
het een scherpe, ivoren tand was, de derde zei dat het een immens grote pot was
en de vierde zei dat het een groot lichaam was. En een olifant bestaat uit dat
allemaal, dus hadden ze allen gelijk.
Het vierde
principe gaat over het nooit vergeten van je manieren als je het oneens bent met
iemand.
Nu zullen we
ons concentreren op de ontmoeting tussen imaam Malik en imaam aboe-Haniefa. Vóór
deze ontmoeting zei imaam Malik altijd: “Pas op voor de mensen van de mening.”
(Aboe-Haniefa’s leerschool werd ‘De school van de mening’ genoemd.) Voorafgaand
aan hun ontmoeting hadden ze elkaar veel brieven geschreven, maar ze ontmoetten
elkaar pas tijdens de bedevaart.
Toen ze elkaar
eindelijk ontmoetten, besloten ze drie kwesties te bespreken waarover zij in
mening verschilden. De eerste kwestie in jurisprudentie was de benadering van
hypothetische vragen: situaties die nog niet hebben plaatsgevonden. Volgens imam
Maliks wetschool moeten we ons dergelijke situaties niet voorstellen of vragen
stellen over situaties die nog niet bestaan, omdat dit de mensen afleidt van de
reeds bestaande kwesties en het tot geschillen kan leiden.
Imaam
Malik bracht verschillende Qoer’aanverzen en overleveringen naar voren
als bewijs hiervoor. Hij haalde het vers aan, waarin Allah (VVIH) zegt, wat
vertaald kan worden als: “Zij vragen jou (Mohammed)
over de nieuwe manen.” (VBQ 2:189)
Allah (VVIH)
antwoordt, wat vertaald kan worden als: “Zeg: ‘Zij zijn
tijdsaanduidingen voor de mensen en (voor het vaststellen van) de bedevaart.’”
(VBQ 2:189)
Het andere
bewijs dat hij naar voren bracht, was dat Omar ibn-al-Chattaab (mAtmhz) degenen
vervloekte die naar situaties vroegen die nog niet plaatsgevonden hadden, en hij
zei altijd: “Laat ons niet nadenken over dingen die nog niet gebeurd zijn, maar
houd in plaats daarvan de mensen bezig met de waarheid.”
Als er mensen
naar imaam Malik kwamen met hypothetische vragen, dan werd hij boos en vroeg hun
om niets te vragen over wat er nog niet was gebeurd. De mensen die de vragen
stelden, waren vaak afkomstig uit Irak, waar aboe-Haniefa woonde, die dit soort
vragen aanmoedigde. Zijn benadering was gebaseerd op het veronderstellen van
situaties die nog niet hadden plaatsgevonden. Hij maakte veronderstellingen van
zo’n 60.000 situaties.
Tijdens hun
ontmoeting keurde imaam Malik het standpunt van aboe-Haniefa af. Aboe-Haniefa
antwoordde door te zeggen dat de omstandigheden in Irak anders waren dan in
Medina. Irak was immers het centrum van het kalifaat, en elke dag werden er
nieuwe dingen geïntroduceerd en hierop moesten ze voorbereid zijn, terwijl de
problemen in Medina beperkt waren.
Hij gaf het
voorbeeld van de vrouw wier man op reis ging en zo lang wegbleef, dat ze dacht
dat hij dood was en aldus met een andere man trouwde. Aboe-Haniefa besprak met
zijn leerlingen wat ze moest doen als de man plotseling weer terugkwam. Imaam
Malik vroeg waarom ze zich bezig hielden met situaties die zich nog niet hebben
voorgedaan, maar aboe-Haniefa vertelde dat er in Irak soldaten op veldtocht
gingen, en deze situatie dus zou kunnen voorkomen en zij hierop voorbereid
moesten zijn. Imaam Malik bleef stil.
Imaam
aboe-Haniefa herinnerde hem aan wat de Profeet (vzzmh) zei toen een man tegen
hem zei: “Wat als er een man komt die al mijn geld wil hebben, wat moet ik dan
doen?” De Profeet (vzzmh) antwoordde dat hij het dan niet aan hem moest geven.
De man vroeg daarop: “Wat als hij er met me om wil vechten?” De Profeet (vzzmh)
zei dat hij dan terug moest vechten. De man vroeg: “Wat als hij me dan
vermoord?” De Profeet (vzzmh) antwoordde dat hij dan een martelaar zou zijn. De
man vroeg: “En wat als ik hem zou vermoorden?” De Profeet (vzzmh) antwoordde dat
de man die gedood was dan gestraft zou worden in het hiernamaals.
Aboe-Haniefa
zei dat er vier keer een hypothetische situatie aan de Profeet (vzzmh) werd
voorgelegd. Toen Malik antwoordde dat dit voor een reden was, zei aboe-Haniefa:
“In Irak doen we het ook voor een reden.” Toen zei al-Laith ibn-Saad:
“Verheerlijkt zij Allah. Jullie verrijken de islaam.” Imaam Malik hield de
mensen af van triviale kwesties en imaam aboe-Haniefa stelde toekomstige vragen
om de mensen te beschermen. En dat was wat de Profeet (vzzmh) deed: hij verbood
het stellen van hypothetische vragen maar antwoordde op een vraag die
daadwerkelijk in de toekomst zou kunnen plaatsvinden.
Beide imaams
bleven bij hun eigen werkwijze, maar voegden ze samen omwille van het nut voor
de islaam.
De vier eerder
genoemde principes waren zeker onderdeel van het debat. Hun meningsverschil is
een natuurlijk verschijnsel, omdat de denkwijze en omgeving anders is in Irak
dan in Medina. Hun meningsverschil zorgde voor een verrijking van de islaam. De
rustige en eerlijke dialoog bevorderde het voorstellen van de verschillende
meningen en kanten van de waarheid. De manier van converseren van de twee mannen
was beschaafd, beleefd en begripvol.
De kwesties
die ze bespraken waren niet onbetekenend. Vandaag de dag vergeten mensen de
verplichte zaken met betrekking tot de eenheid van de moslims, en discussiëren
over triviale zaken. Beide imaams verschilden in kernzaken, maar er was sprake
van wederzijds begrip en wederzijdse liefde.
De tweede
kwestie waarover de imaams het oneens waren, was de consensus. In de islaam kun
je de oplossing voor elke vraag vinden door het in de Qoer’aan op te
zoeken. Als je het daar niet vindt, dan zoek je het in de overleveringen van
Profeet Mohammed (vzzmh). Als je het daar niet vindt, dan pas je de consensus
van de geleerden toe.
Imaam Malik
geloofde dat de consensus alleen door de inwoners van Medina kon worden gegeven,
omdat de metgezellen van de Profeet daar hadden gewoond en gestorven waren, net
als de vrouwen van de Profeet, die al zijn handelingen en daden hadden gezien.
Er waren ongeveer 10.000 metgezellen.
Toen er een
man naar imaam Malik kwam en hem over de meningsverschillen in bepaalde kwesties
vroeg, zei hij: “Ga op zoek naar de mening van de inwoners van Medina. Als je
het vindt, weet dan dat het de waarheid is.” Tegen iemand anders zei hij: “In
Medina kun je kennis vinden, aangezien de Qoer’aan niet in de Eufraat
geopenbaard is.” (Daarmee verwees hij naar Irak en de wetschool van
aboe-Haniefa.)
Imaam
aboe-Haniefa was 13 jaar ouder dan imaam Malik, maar desondanks respecteerde hij
hem. Bij het bespreken van de consensus, zei hij: “De veroveringen tijdens de
heerschappij van Omar ibn-al-Chattaab zorgden voor de verspreiding van de
metgezellen over de hele wereld. Je zegt dat er in Medina 10.000 metgezellen
zijn. Tijdens de laatste veldslag in het leven van de Profeet waren er 120.000
metgezellen, dus waar is dan de rest gebleven? Je kunt niet ontkennen dat Omar
ibn-al-Chattaab de metgezellen bewust naar andere landen stuurde, om de mensen
daar te onderwijzen.”
Hij noemde
enkele metgezellen, zoals Moeaz ibn-Djabal, die de Profeet (vzzmh) beschreef als
de slimste man die hij naar Jemen had gestuurd. Hij noemde ook Abdoellah
ibn-Masoed, wiens manier van reciteren de Profeet (vzzmh) aanraadde. Hij voegde
daar namen aan toe als aboe-Dhaar, Zoebair ibn-al-Awwaam, Saad ibn-aboe-Waqqas
in Egypte, Hoedhaifa ibn-al-Jemen, Aboellah ibn-Masoed en Ali ibn-aboe-Talib in
Irak, aboe-Oebaida ibn-al-Djaraah, Bilaal en aboe-al-Dardaa in Syrië, etc.
Vervolgens
vertelde hij de overlevering van de Profeet waarin hij zei dat zijn metgezellen
net als de sterren zijn, ze kunnen allen mensen leiden. Imaam aboe-Haniefa ging
verder door te zeggen dat het dankzij de intelligentie van Omar was waardoor hij
de metgezellen de wereld in stuurde en er enkele in Medina hield om zo het
evenwicht te behouden. Aboe-Haniefa liet imaam Malik op deze wijze zien dat de
verspreiding van de metgezellen over de wereld, omwille van de integratie van de
moslimgemeenschap was.
Al-Laith
ibn-Saad zei: “Bij Allah, dit is ook een integratie van de moslimgemeenschap!”
Als je vanuit
een ander oogpunt kijkt, kun je een ander aspect van de waarheid zien. Dit is de
deugd van verschillen, het helpt je om alle aspecten van de waarheid te zien.
Als alle mensen dezelfde denkwijze hebben, zie je slechts een kant van de
waarheid, maar Allah (VVIH) wil dat je alle kanten ziet.
De derde
kwestie die tijdens de ontmoeting besproken werd, betrof overleveringen. Imaam
aboe-Haniefa ziet de uitleg van de overleveringen zo breed, dat hij 100 lessen
uit een enkele overlevering haalde. Imaam Malik vond dit overdreven en zag dit
als het overbelasten van de overlevering, wat de Profeet (vzzmh) niet wilde.
Imaam
aboe-Haniefa antwoordde dat in Irak Griekse, Romeinse en Perzische filosofieën
hun intrede maakten, en dus moesten ze ervoor zorgen dat de mensen zich bleven
concentreren op het pad van de Profeet. Daarom onderzocht hij de overleveringen
om tegenwicht te bieden aan de nieuwe ideeën. In Medina echter, waren er alleen
metgezellen en hun aanhangers, dus was er geen noodzaak tot het uitgebreid
uitwerken van de overleveringen.
Al-Laith
ibn-Saad zei: “Dit is ook integratie.” Beide imaams vulden elkaar aan in het
behouden van de islaam.
Als je op een
kalme en eerlijke manier je problemen met je echtgenoot of echtgenote bespreekt,
zul je meer problemen oplossen. En als de politici in Irak, Darfur en Libanon
dat ook doen, zullen er eveneens veel problemen opgelost kunnen worden.
Na de
ontmoeting wilde al-Laith ibn-Saad – een Egyptische imaam wiens wetschool net zo
goed was als die van de andere vier imaams, maar die geen leerlingen had om de
leer te verspreiden – de indruk van beide imaams weten. Hij ging naar imaam
Malik toe, die het zweet op zijn gezicht afveegde en zei: “Bij Allah,
aboe-Haniefa heeft me doen zweten. Hij is een ware jurist. Ik heb nog nooit een
man op die wijze zien debatteren. Bij Allah, als hij je zou vertellen dat ijzer
van goud gemaakt is, zou hij je zo kunnen overtuigen.”
Al-Laith ging
naar imaam aboe-Haniefa toe, die zei: “Ik heb met honderden mensen gedebatteerd,
maar ik heb nog nooit iemand de waarheid zo snel zien accepteren, als hij.”
We moeten de
komende generaties deze manieren leren. Het is belangrijk voor iedereen:
journalisten, politici, mensen die in de media werken, geleerden, echtgenoten,
echtgenotes, ouders en kinderen.
Wat gebeurde
er toen? Imaam aboe-Haniefa stuurde zijn zoon Hammaad naar Medina toe om de
juridische benadering van Malik en zijn boek al-Moewatta te leren. Imaam
Malik vroeg naar de boeken van aboe-Haniefa om ervan te leren.
Mohammed
ibn-al-Hassan, een leerling van aboe-Haniefa, gaf een presentatie van de
benadering van Malik.
Op een keer
vroeg Aboe-Haniefa imaam Malik om advies over een kwestie, vooraleer hij zijn
mening aan het publiek verkondigde. Aboe-Haniefa geloofde niet dat een zondige
persoon een ongelovige was. Imaam Malik was het daarmee eens, en dus verkondigde
aboe-Haniefa zijn mening. Dit alles vond niet alleen plaats door die ene
ontmoeting, maar er waren meerdere briefwisselingen die hun bijdrage leverden
aan hun integratie.
De
Abbasidische kalief al-Mansoer bood imaam Malik aan om alle andere juridische
benaderingen af te schaffen en om Maliks benadering de overhand te laten hebben.
Ook wilde hij zijn boeken met gouden inkt laten schrijven en ze in de Kaba
bewaren.
Imaam Malik,
die ooit alle andere benaderingen afwees en de mening van de inwoners van Medina
liet gelden, vroeg hem om dit niet te doen, en legde dit uit aan de hand van het
voorbeeld dat de metgezellen van de Profeet over de hele wereld verspreid waren.
Hij gebruikte aldus de woorden die aboe-Haniefa tijdens hun ontmoeting had
gebruikt.
Op deze wijze
leren we de goede manieren voor het hebben van een meningsverschil met iemand,
en leren we over de handhaving van de waarheid. We kunnen er trots op zijn dat
de twee imaams onderdeel van onze moslimgemeenschap waren! Onthoud de vier
principes die we geleerd hebben en probeer ze toe te passen in je leven.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net
|