|
Laten we in vrede samenleven
Deel
9
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
We zullen het
leven van imaam Malik verder bespreken en het in verband brengen met het concept
co-existentie. We moeten onszelf de jurisprudentie van geschillen (fiqh
al-ichtilaaf) aanleren: hoe kun je een andere mening respecteren, ook al ben
je het er niet mee eens. Hopelijk kunnen we hierdoor leren om in vrede met
elkaar samen te leven, in een tijd waarin veel bloed vergoten wordt, zoals in
Irak, Libanon en Soedan.
De
wetschool van imaam Malik
Het voorname
principe dat de basis vormt van zijn wetschool, is dat de islamitische wetgeving
het doel heeft om de mensen gemak te geven en naar hun bestwil streeft. De
islamitische wetgeving heeft vijf doelen, in deze volgorde: het behouden van
religie, eer, eigendom en verstand en geest. Er wordt in de Qoer’aan
niets verboden, tenzij er iets beschermd moet worden. Het verbod op overspel
bijvoorbeeld is voor de bescherming van de eer en het verbod op gokken is voor
de bescherming van het eigendom.
In zijn poging
om de ideale manier te vinden om het de mensen gemakkelijk te maken, nam Malik
de benadering van de Profeet (vzzmh) over en nam hem als rolmodel. Hij hield
verzen als deze in zijn achterhoofd, toen hij ervoor koos om deze methode te
gebruiken:
“En Wij
hebben jou (O Mohammed) slechts gezonden als een barmhartigheid voor de
werelden.” (VBQ
21:107)
“…En Hij
heeft het jullie in de godsdienst niet moeilijk gemaakt:…” (VBQ 22:78) “…Allah
wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst niet voor jullie het ongemak…”
(VBQ 2:185)
Er is
overgeleverd dat Aisja (mAtmhz)
zei dat elke keer wanneer er twee keuzen aan de Profeet (vzzmh) werden
voorgelegd, hij altijd voor de makkelijkste optie koos, zolang die optie niets
slechts inhield. Als de optie wel iets slechts betekende, dan zou hij er afstand
van nemen. De Profeet (vzzmh) nam nooit wraak voor zichzelf, maar als iemand
Allah (VVIH)
geweld aandeed, dan nam hij wraak omwille van Allah (VVIH).
Malik
beschouwde Medina en de inwoners als voorbeeld, aangezien de Profeet (vzzmh) er
in zijn tijd woonde. Zijn bronnen voor de jurisprudentie bestonden daarom uit de
Qoer’aan, de soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed) en de
inwoners van Medina. Door de inwoners van Medina als een van zijn bronnen te
nemen, werd zijn geloof in het belang van de overeenstemming van de maatschappij
in een bepaalde kwestie versterkt. Hiermee was hij de voorloper van wat later
bekend werd als ‘overeenstemming door de maatschappij’. Dit betekende dat hij
dat wat de maatschappij overeenkwam steunde. Daarom sprak hij zoveel mensen aan.
Er kwam een
keer een man uit Andalusië naar hem toe, die hem een vraag wilde stellen. Het
antwoord van Malik was: “Dat weet ik niet.” De man zei: “Ik ben helemaal uit
Andalusië naar je toe gekomen en je zegt dat je het antwoord niet weet? Wat moet
ik tegen mijn volk zeggen als ik weer terugga?!” Malik antwoordde hierop: “Zeg
tegen hen dat Malik het niet weet. Ik ben me niet bewust van de situatie van de
mensen in Andalusië, vraag het dus aan iemand die adequate informatie van
Andalusië heeft.”
Malik vond
nieuwe termen uit, en zijn afkeer voor het woord haraam (verboden in de
islaam) zorgde voor termen als: ‘ik beschouw dit niet als iets corrects’, ‘dit
is ongepast’ en ‘hier zit niets goeds in’. Hij schreef het boek al-Mowatta
en deed hier zijn hele leven over, omdat hij zo nu en dan aanpassingen maakte
als hij het gevoel had dat het nodig was, en het in het belang van de mensen
was. De kalief bood aan om het boek met speciale gouden inkt te laten schrijven,
maar Malik zei dat het voor hem belangrijker was dat de kalief de aanbevelingen
in het boek toepaste.
Malik paste
het concept co-existentie niet altijd toe. Enkele incidenten geven dit weer,
zoals zijn overtuiging dat alles wat de inwoners in Medina deden, overal
toegepast moest worden, zonder te letten op de aard van de locatie. Hij stuurde
een keer een brief naar Laith ibn-Saad, de imaam van Egypte, waarin hij de imaam
aansprak op het uitgeven van fataawa (meervoud van fatwa:
juridische uitspraak door islamitische geleerde(n)) die anders waren dan de
fataawa die in Medina werden uitgegeven. Al-Laith had namelijk een fatwa
uitgegeven die de samenvoeging van het maghrib gebed (gebed na
zonsondergang) en iesjaa gebed (gebed anderhalf uur na zonsondergang) op
een regenachtige avond toestond. Zijn brief werd eerder overheerst door
onaangenaamheid dan het concept co-existentie, wat blijkt uit het volgende
fragment:
“Weet, en moge Allah genade met je hebben, dat ik op de hoogte gesteld ben van
het feit dat je fataawa uitgeeft, die verschillen van de fataawa van de inwoners
van Medina. Ken je dit vers niet: ‘De allereerste (moslims) van de
uitgewekenen (moehadjiroen) en de Ansaar en degenen die hen volgden in goede
daden. Allah heeft welbehagen aan hen en zij hebben welbehagen aan Hem. Hij
heeft voor tien Tuinen (in het Paradijs) bereid waar onder door de rivieren
stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning.’
(VBQ 9:100)? Weet je dan
niet dat de Profeet (vzzmh) gezegd zou hebben dat het geloof naar Medina vlucht,
zoals een slang naar zijn schuilplaats? Je zou moeten weten dat alle mensen
Medina zouden moeten volgen, de stad waar de Profeet (vzzmh) woonde en stierf,
en waar zijn metgezellen en echtgenotes woonden en rechtstreeks van hem leerden.
Denk na over wat ik je heb gestuurd, moge Allah genade met je hebben. Ik hoop
dat ik slechts oprecht advies heb gegeven.”
Al-Laith
antwoordde op een vriendelijke wijze, door te zeggen:
“…Je zegt
dat ik fataawa uitgeef die anders zijn dan de fataawa van de inwoners van Medina
en daarin heb je gelijk, ik zou voor mezelf moeten vrezen. Ik heb elk woord in
je brief serieus genomen. Je moet weten dat de metgezellen van de Profeet in
verschillende plaatsen en landen zijn gaan wonen en dat daar geleerden zijn, net
als in Medina. Misschien ben je er niet van op de hoogte dat de regen hier niet
als de regen in Medina is. Bij Allah, als je hier naartoe komt, dan zul je een
vergelijkbare fatwa geven, aangezien het brengen van gemak aan de mensen jouw
benadering is. De metgezellen van de Profeet, zoals Amr ibn-al-Aas, az-Zoebair
ibn-al-Awwaam, Bilaal en aboe-ad-Darda deden hetzelfde, omdat zij hier woonden.”
Deze brief en
andere brieven werden pas bekend nadat de twee mannen gestorven waren en hun
zoons de brieven openbaar maakten. Dit incident en zijn positie bij aboe-Haniefa
betekenden een keerpunt in zijn leven. Hij ging erin geloven dat elke
maatschappij haar eigen situatie heeft en dat het onjuist was om de situatie van
de Medinese maatschappij op alle andere maatschappijen toe te passen.
Imaam Malik
en de kaliefen
Imaam Malik
was getuige van de heerschappij van negen kaliefen van de Oemajjaden en vijf
kaliefen van de Abbasiden. Deze kaliefen waren allemaal heel verschillend en dit
leert ons veel over co-existentie. Alle kaliefen respecteerden imaam Malik en
volgden zijn jurisprudentie. Dit was omdat Malik niet zoals vele anderen was,
die óf hypocriet waren en de kalief probeerden te vleien, óf extremisten waren
wat botste met de kaliefen. Imaam Malik was altijd neutraal. Hij was het niet
eens met alles wat de kaliefen deden, maar hij wilde ook geen strijd met hen
aangaan. Hij gaf hun liever advies en probeerde hen op het rechte pad te leiden.
Hierdoor kregen alle mensen respect voor hem.
Mohammed
ibn-al-Hassan leidde de revolutie tegen de Abbasidische kalief aboe-Djafar
al-Mansoer. Imaam Malik hield zich vast aan zijn eigen principe en bleef
neutraal, en nam er dus niet aan deel, ook al deden sommige van zijn leraren dat
wel. Een man die een hekel aan imaam Malik had, wilde dat aboe-Djafar ontevreden
over hem zou zijn. Hij ging naar imaam Malik toe en vroeg hem naar een fatwa
over een scheiding die afgedwongen wordt. Imaam Malik zei dat een dergelijke
scheiding ongeldig is, aangezien de Profeet Mohammed (vzzmh) zei dat Allah
(VVIH) de moslims vergeeft wat hen is opgedrongen en wat zij vergaten. De man
ging naar de kalief toe, en zei tegen hem dat Malik met deze fatwa
eigenlijk bedoelde dat het alle mensen was toegestaan om aan de revolutie deel
te nemen, omdat de kalief de mensen gedwongen had om hem trouw te zweren. Ook
deze gebeurtenis omvat een wijze les voor iedereen. Allah (VVIH) zegt, wat
vertaald kan worden als: “O
jullie die geloven, als een verdorvene met een bericht komt, onderzoekt het dan
nauwkeurig,…” (VBQ 49:6)
Aboe-Djafar
onderzocht het verhaal van de man niet, en stuurde een bericht naar imaam Malik
toe met de opdracht om de fatwa te veranderen, maar Malik weigerde dit.
Aboe-Djafar vroeg hem om publiekelijk aan te kondigen dat hij met deze fatwa
niet de situatie van de kalief bedoelde, maar ook dit weigerde Malik, omdat hij
dan zijn neutraliteit op zou geven. Aboe-Djafar veroordeelde imaam Malik daarom
voor een straf van 100 zweepslagen.
Op dat moment
had Malik zelf een revolutie kunnen beginnen om zichzelf te wreken. Hij deed dit
echter niet en hiermee toonde hij zijn wil om neutraal te zijn, naast het feit
dat hij geen chaos en dood onder de moslims wilde veroorzaken. Naderhand
realiseerde aboe-Djafar zich dat Malik onschuldig was en wilde hij hem zijn
verontschuldigingen aanbieden. Hij ging op bezoek bij Malik thuis in Medina en
vroeg aan hem: “Wat wil je dat ik doe?” Imaam Malik antwoordde: “Ik wil dat je
iedereen in Medina thuis bezoekt en hun geld biedt en hun kinderen kust.” Imaam
Malik wilde dat de inwoners van Medina aboe-Djafar hierdoor aardig zouden gaan
vinden en hen op deze wijze samenbrengen. Aboe-Djafar deed wat hij hem vroeg, en
bood Malik ook geld aan. Malik weigerde het echter aan te nemen, en zei dat hij
genoeg geld had. Tot zijn verbazing zei aboe-Djafar dat hij wist dat Malik geld
nodig had, omdat het zijn taak was om voor zijn volk te zorgen.
Na dat
incident nam imaam Malik geld en geschenken van kaliefen aan. Deze geschenken
vormden zijn voornaamste bron van inkomen. Hij wilde ook in vrede met de
kaliefen leven, en het weigeren van hun geschenken zou als een afwijzing
beschouwd kunnen worden.
Een
andere keer deed de kalief Haroen ar-Rasjied een belofte en nam het vervolgens
terug. Alle islamitische geleerden zeiden tegen hem dat hij alleen een slaaf
hoefde vrij te laten om zichzelf van de belofte te vrijwaren, volgens het vers
dat vertaald kan worden als: “Allah
rekent jullie de onnadenkendheid bij jullie eden niet aan, maar Hij rekent
jullie aan wat jullie in jullie eden (bewust) vastleggen. (Bij het verbreken van
jullie eden) geldt kaffaarah hiervoor: het voeden van tien armen, zoals
jullie gemiddeld jullie families voeden; of het hen kleden; of het vrijlaten van
een slaaf. En wie dat niet vindt: het vasten van drie dagen…” (VBQ 5:89)
Ar-Rasjied wilde echter Maliks mening weten, die zei dat hij drie dagen moest
vasten. Haroen ar-Rasjied zei dat hij niet arm was en het geld had om een slaaf
vrij te laten, maar Malik was van mening dat alle slaven en het geld wat Haroen
ar-Rasjied bezat eigenlijk de mensen toebehoorde, en dat hij het recht niet had
om iets wat niet van hemzelf was, weg te geven.
De dood van
imaam Malik
Imaam Malik
werd 86 jaar (of 92 volgens andere overleveringen). Voordat hij stierf, vroeg
hij aan een van zijn studenten: “Wat zeggen de mensen over mij?” De student
antwoordde: “Het zijn óf vrienden die je prijzen, óf vijanden die je
veroordelen.” Malik bedankte Allah hiervoor en toen hem gevraagd werd waarom hij
dit deed, zei hij dat hij niet iedereen te vriend wilde zodat hij niet ijdel zou
worden, en dat hij niet iedereen als vijand wilde, zodat zij op de dag des
oordeels niet allemaal tegen hem zouden getuigen.
Terwijl hij
stierf, werd hem gevraagd hoe hij zich voelde. Hij zei: “Ik weet niet wat ik
moet zeggen, maar op een dag zul je de zoetheid van Allahs vergiffenis ervaren,
net zoals ik dat nu doe.” Zelfs terwijl hij stierf wilde hij de mensen gemak
brengen. Hij bleef een van Allahs Schone namen, de Schenker van Vergiffenis,
herhalen totdat hij stierf. Hij liet drie zonen, een dochter en 3.000 dirham na.
Er werd gezegd dat Malik de enige van de vier rechtgeleide kaliefen was waarvoor
zo veel gerouwd werd door de inwoners van Medina en zijn dood herinnerde hen aan
de dood van de Profeet. Imaam Malik werd in al-Baaqi (de begraafplaats van de
inwoners van Medina, vlakbij de moskee van de Profeet) begraven, naast Ibrahiem,
de zoon van de Profeet Mohammed.
Dit was het
verhaal van imaam Malik. Hij maakte de weg vrij voor de wetenschap van de
overleveringen en islamitische jurisprudentie, voor Boecharie en as-Sjaafie.
Laten we van hem leren hoe we in vrede met elkaar kunnen leven en onze
geschillen oplossen.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig. Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net
|