Nederlands
    Maak iets van je leven
    Ramadan 2002
    Totdat zij zichzelf veranderen
    Laten we in vrede samenleven
Laten we in vrede samenleven_ Deel 9
Languages>Nederlands>Laten we in vrede samenleven
التقيم الحالى لهذا المقال بناء على 0 رأى

Laten we in vrede samenleven

  Deel 9

  In de naam van Allah[1], de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet Mohammed (vzzmh[2]) zijn.

 

We zullen het leven van imaam Malik verder bespreken en het in verband brengen met het concept co-existentie. We moeten onszelf de jurisprudentie van geschillen (fiqh al-ichtilaaf) aanleren: hoe kun je een andere mening respecteren, ook al ben je het er niet mee eens. Hopelijk kunnen we hierdoor leren om in vrede met elkaar samen te leven, in een tijd waarin veel bloed vergoten wordt, zoals in Irak, Libanon en Soedan.

 

De wetschool van imaam Malik

 

Het voorname principe dat de basis vormt van zijn wetschool, is dat de islamitische wetgeving het doel heeft om de mensen gemak te geven en naar hun bestwil streeft. De islamitische wetgeving heeft vijf doelen, in deze volgorde: het behouden van religie, eer, eigendom en verstand en geest. Er wordt in de Qoer’aan niets verboden, tenzij er iets beschermd moet worden. Het verbod op overspel bijvoorbeeld is voor de bescherming van de eer en het verbod op gokken is voor de bescherming van het eigendom.

 

In zijn poging om de ideale manier te vinden om het de mensen gemakkelijk te maken, nam Malik de benadering van de Profeet (vzzmh) over en nam hem als rolmodel. Hij hield verzen als deze in zijn achterhoofd, toen hij ervoor koos om deze methode te gebruiken:

“En Wij hebben jou (O Mohammed) slechts gezonden als een barmhartigheid voor de werelden.” (VBQ[3] 21:107)

“…En Hij heeft het jullie in de godsdienst niet moeilijk gemaakt:…” (VBQ 22:78) “…Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst niet voor jullie het ongemak…” (VBQ 2:185)

 

Er is overgeleverd dat Aisja (mAtmhz[4]) zei dat elke keer wanneer er twee keuzen aan de Profeet (vzzmh) werden voorgelegd, hij altijd voor de makkelijkste optie koos, zolang die optie niets slechts inhield. Als de optie wel iets slechts betekende, dan zou hij er afstand van nemen. De Profeet (vzzmh) nam nooit wraak voor zichzelf, maar als iemand Allah (VVIH[5]) geweld aandeed, dan nam hij wraak omwille van Allah (VVIH).

 

Malik beschouwde Medina en de inwoners als voorbeeld, aangezien de Profeet (vzzmh) er in zijn tijd woonde. Zijn bronnen voor de jurisprudentie bestonden daarom uit de Qoer’aan, de soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed) en de inwoners van Medina. Door de inwoners van Medina als een van zijn bronnen te nemen, werd zijn geloof in het belang van de overeenstemming van de maatschappij in een bepaalde kwestie versterkt. Hiermee was hij de voorloper van wat later bekend werd als ‘overeenstemming door de maatschappij’. Dit betekende dat hij dat wat de maatschappij overeenkwam steunde. Daarom sprak hij zoveel mensen aan.

Er kwam een keer een man uit Andalusië naar hem toe, die hem een vraag wilde stellen. Het antwoord van Malik was: “Dat weet ik niet.” De man zei: “Ik ben helemaal uit Andalusië naar je toe gekomen en je zegt dat je het antwoord niet weet? Wat moet ik tegen mijn volk zeggen als ik weer terugga?!” Malik antwoordde hierop: “Zeg tegen hen dat Malik het niet weet. Ik ben me niet bewust van de situatie van de mensen in Andalusië, vraag het dus aan iemand die adequate informatie van Andalusië heeft.”

 

Malik vond nieuwe termen uit, en zijn afkeer voor het woord haraam (verboden in de islaam) zorgde voor termen als: ‘ik beschouw dit niet als iets corrects’, ‘dit is ongepast’ en ‘hier zit niets goeds in’. Hij schreef het boek al-Mowatta en deed hier zijn hele leven over, omdat hij zo nu en dan aanpassingen maakte als hij het gevoel had dat het nodig was, en het in het belang van de mensen was. De kalief bood aan om het boek met speciale gouden inkt te laten schrijven, maar Malik zei dat het voor hem belangrijker was dat de kalief de aanbevelingen in het boek toepaste.

 

Malik paste het concept co-existentie niet altijd toe. Enkele incidenten geven dit weer, zoals zijn overtuiging dat alles wat de inwoners in Medina deden, overal toegepast moest worden, zonder te letten op de aard van de locatie. Hij stuurde een keer een brief naar Laith ibn-Saad, de imaam van Egypte, waarin hij de imaam aansprak op het uitgeven van fataawa (meervoud van fatwa: juridische uitspraak door islamitische geleerde(n)) die anders waren dan de fataawa die in Medina werden uitgegeven. Al-Laith had namelijk een fatwa uitgegeven die de samenvoeging van het maghrib gebed (gebed na zonsondergang) en iesjaa gebed (gebed anderhalf uur na zonsondergang) op een regenachtige avond toestond. Zijn brief werd eerder overheerst door onaangenaamheid dan het concept co-existentie, wat blijkt uit het volgende fragment:

 

“Weet, en moge Allah genade met je hebben, dat ik op de hoogte gesteld ben van het feit dat je fataawa uitgeeft, die verschillen van de fataawa van de inwoners van Medina. Ken je dit vers niet: ‘De allereerste (moslims) van de uitgewekenen (moehadjiroen) en de Ansaar en degenen die hen volgden in goede daden. Allah heeft welbehagen aan hen en zij hebben welbehagen aan Hem. Hij heeft voor tien Tuinen (in het Paradijs) bereid waar onder door de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning.’ (VBQ 9:100)? Weet je dan niet dat de Profeet (vzzmh) gezegd zou hebben dat het geloof naar Medina vlucht, zoals een slang naar zijn schuilplaats? Je zou moeten weten dat alle mensen Medina zouden moeten volgen, de stad waar de Profeet (vzzmh) woonde en stierf, en waar zijn metgezellen en echtgenotes woonden en rechtstreeks van hem leerden. Denk na over wat ik je heb gestuurd, moge Allah genade met je hebben. Ik hoop dat ik slechts oprecht advies heb gegeven.”

 

Al-Laith antwoordde op een vriendelijke wijze, door te zeggen:

“…Je zegt dat ik fataawa uitgeef die anders zijn dan de fataawa van de inwoners van Medina en daarin heb je gelijk, ik zou voor mezelf moeten vrezen. Ik heb elk woord in je brief serieus genomen. Je moet weten dat de metgezellen van de Profeet in verschillende plaatsen en landen zijn gaan wonen en dat daar geleerden zijn, net als in Medina. Misschien ben je er niet van op de hoogte dat de regen hier niet als de regen in Medina is. Bij Allah, als je hier naartoe komt, dan zul je een vergelijkbare fatwa geven, aangezien het brengen van gemak aan de mensen jouw benadering is. De metgezellen van de Profeet, zoals Amr ibn-al-Aas, az-Zoebair ibn-al-Awwaam, Bilaal en aboe-ad-Darda deden hetzelfde, omdat zij hier woonden.”

 

Deze brief en andere brieven werden pas bekend nadat de twee mannen gestorven waren en hun zoons de brieven openbaar maakten. Dit incident en zijn positie bij aboe-Haniefa betekenden een keerpunt in zijn leven. Hij ging erin geloven dat elke maatschappij haar eigen situatie heeft en dat het onjuist was om de situatie van de Medinese maatschappij op alle andere maatschappijen toe te passen.

 

Imaam Malik en de kaliefen

Imaam Malik was getuige van de heerschappij van negen kaliefen van de Oemajjaden en vijf kaliefen van de Abbasiden. Deze kaliefen waren allemaal heel verschillend en dit leert ons veel over co-existentie. Alle kaliefen respecteerden imaam Malik en volgden zijn jurisprudentie. Dit was omdat Malik niet zoals vele anderen was, die óf hypocriet waren en de kalief probeerden te vleien, óf extremisten waren wat botste met de kaliefen. Imaam Malik was altijd neutraal. Hij was het niet eens met alles wat de kaliefen deden, maar hij wilde ook geen strijd met hen aangaan. Hij gaf hun liever advies en probeerde hen op het rechte pad te leiden. Hierdoor kregen alle mensen respect voor hem.

 

Mohammed ibn-al-Hassan leidde de revolutie tegen de Abbasidische kalief aboe-Djafar al-Mansoer. Imaam Malik hield zich vast aan zijn eigen principe en bleef neutraal, en nam er dus niet aan deel, ook al deden sommige van zijn leraren dat wel. Een man die een hekel aan imaam Malik had, wilde dat aboe-Djafar ontevreden over hem zou zijn. Hij ging naar imaam Malik toe en vroeg hem naar een fatwa over een scheiding die afgedwongen wordt. Imaam Malik zei dat een dergelijke scheiding ongeldig is, aangezien de Profeet Mohammed (vzzmh) zei dat Allah (VVIH) de moslims vergeeft wat hen is opgedrongen en wat zij vergaten. De man ging naar de kalief toe, en zei tegen hem dat Malik met deze fatwa eigenlijk bedoelde dat het alle mensen was toegestaan om aan de revolutie deel te nemen, omdat de kalief de mensen gedwongen had om hem trouw te zweren. Ook deze gebeurtenis omvat een wijze les voor iedereen. Allah (VVIH) zegt, wat vertaald kan worden als: O jullie die geloven, als een verdorvene met een bericht komt, onderzoekt het dan nauwkeurig,…” (VBQ 49:6)

Aboe-Djafar onderzocht het verhaal van de man niet, en stuurde een bericht naar imaam Malik toe met de opdracht om de fatwa te veranderen, maar Malik weigerde dit. Aboe-Djafar vroeg hem om publiekelijk aan te kondigen dat hij met deze fatwa niet de situatie van de kalief bedoelde, maar ook dit weigerde Malik, omdat hij dan zijn neutraliteit op zou geven. Aboe-Djafar veroordeelde imaam Malik daarom voor een straf van 100 zweepslagen.

 

Op dat moment had Malik zelf een revolutie kunnen beginnen om zichzelf te wreken. Hij deed dit echter niet en hiermee toonde hij zijn wil om neutraal te zijn, naast het feit dat hij geen chaos en dood onder de moslims wilde veroorzaken. Naderhand realiseerde aboe-Djafar zich dat Malik onschuldig was en wilde hij hem zijn verontschuldigingen aanbieden. Hij ging op bezoek bij Malik thuis in Medina en vroeg aan hem: “Wat wil je dat ik doe?” Imaam Malik antwoordde: “Ik wil dat je iedereen in Medina thuis bezoekt en hun geld biedt en hun kinderen kust.” Imaam Malik wilde dat de inwoners van Medina aboe-Djafar hierdoor aardig zouden gaan vinden en hen op deze wijze samenbrengen. Aboe-Djafar deed wat hij hem vroeg, en bood Malik ook geld aan. Malik weigerde het echter aan te nemen, en zei dat hij genoeg geld had. Tot zijn verbazing zei aboe-Djafar dat hij wist dat Malik geld nodig had, omdat het zijn taak was om voor zijn volk te zorgen.

 

Na dat incident nam imaam Malik geld en geschenken van kaliefen aan. Deze geschenken vormden zijn voornaamste bron van inkomen. Hij wilde ook in vrede met de kaliefen leven, en het weigeren van hun geschenken zou als een afwijzing beschouwd kunnen worden.

 

Een andere keer deed de kalief Haroen ar-Rasjied een belofte en nam het vervolgens terug. Alle islamitische geleerden zeiden tegen hem dat hij alleen een slaaf hoefde vrij te laten om zichzelf van de belofte te vrijwaren, volgens het vers dat vertaald kan worden als: Allah rekent jullie de onnadenkendheid bij jullie eden niet aan, maar Hij rekent jullie aan wat jullie in jullie eden (bewust) vastleggen. (Bij het verbreken van jullie eden) geldt kaffaarah hiervoor: het voeden van tien armen, zoals jullie gemiddeld jullie families voeden; of het hen kleden; of het vrijlaten van een slaaf. En wie dat niet vindt: het vasten van drie dagen…” (VBQ 5:89) Ar-Rasjied wilde echter Maliks mening weten, die zei dat hij drie dagen moest vasten. Haroen ar-Rasjied zei dat hij niet arm was en het geld had om een slaaf vrij te laten, maar Malik was van mening dat alle slaven en het geld wat Haroen ar-Rasjied bezat eigenlijk de mensen toebehoorde, en dat hij het recht niet had om iets wat niet van hemzelf was, weg te geven.

 

De dood van imaam Malik

Imaam Malik werd 86 jaar (of 92 volgens andere overleveringen). Voordat hij stierf, vroeg hij aan een van zijn studenten: “Wat zeggen de mensen over mij?” De student antwoordde: “Het zijn óf vrienden die je prijzen, óf vijanden die je veroordelen.” Malik bedankte Allah hiervoor en toen hem gevraagd werd waarom hij dit deed, zei hij dat hij niet iedereen te vriend wilde zodat hij niet ijdel zou worden, en dat hij niet iedereen als vijand wilde, zodat zij op de dag des oordeels niet allemaal tegen hem zouden getuigen.

 

Terwijl hij stierf, werd hem gevraagd hoe hij zich voelde. Hij zei: “Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar op een dag zul je de zoetheid van Allahs vergiffenis ervaren, net zoals ik dat nu doe.” Zelfs terwijl hij stierf wilde hij de mensen gemak brengen. Hij bleef een van Allahs Schone namen, de Schenker van Vergiffenis, herhalen totdat hij stierf. Hij liet drie zonen, een dochter en 3.000 dirham na. Er werd gezegd dat Malik de enige van de vier rechtgeleide kaliefen was waarvoor zo veel gerouwd werd door de inwoners van Medina en zijn dood herinnerde hen aan de dood van de Profeet. Imaam Malik werd in al-Baaqi (de begraafplaats van de inwoners van Medina, vlakbij de moskee van de Profeet) begraven, naast Ibrahiem, de zoon van de Profeet Mohammed.

 

Dit was het verhaal van imaam Malik. Hij maakte de weg vrij voor de wetenschap van de overleveringen en islamitische jurisprudentie, voor Boecharie en as-Sjaafie. Laten we van hem leren hoe we in vrede met elkaar kunnen leven en onze geschillen oplossen.


 

[1] Het woord ‘Allah’ is de Arabische term voor God. Hoewel het woord vaak aan de islaam toegeschreven wordt, wordt het niet alleen door moslims gebruikt: Arabische christenen en joden gebruiken dit woord om naar de Enige God te verwijzen. Het Arabische woord geeft iets nauwkeuriger dan de Nederlandse term uitdrukking aan de unieke eigenschappen van de Enige God. Het Arabische woord ‘Allah’ heeft geen meervoudsvorm, de Nederlandse term heeft dat wel. Het woord ‘Allah’ heeft ook geen connotatie wat betreft het geslacht. Allah is de God die door alle profeten aanbeden werd, van Adam tot Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed.

[2] Vrede en zegeningen van Allah zij met hem (salla Allahoe alaihi wa salam).

[3] Vertaling van de Betekenis van de Qoer'aan. Dit is een vertaling van wat er tot nu toe begrepen is van het gestelde Qoer'aanvers. Het lezen van de vertaalde betekenis van de Qoer'aan kan op geen enkele manier het lezen in de Arabische taal vervangen, de taal waarin het geopenbaard is.

[4] Moge Allah tevreden met hem/haar zijn.

[5] Verheerlijkt en Verheven is Hij (soebhanahoe wa ta’ala).

AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie: dar_altarjama@amrkhaled.net

 

أضف تعليق
الاسم
البريد الالكترونى

*فقط من أجل التواصل ولن يتم عرضه بالموقع.
عنوان التعليق
التعليق

*الحد الأقصى للتعليق هو 750 حرف.

تعليقات الزوار

طباعة المقال
إرسال المقال لصديق
متصفح ملفات اﻷكروبات
متصفح ملفات اﻷوفيس
   Laten we in vrede samenleven_ Deel 8
   Laten we in vrede samenleven_ Deel 7
   Laten we in vrede samenleven_ Deel 6
   Laten we in vrede samenleven_ Deel 5
   Laten we in vrede samenleven_ Deel 4
جميع حقوق النشر محفوظة   Amrkhaled.net   1427 ©     هجرية     Managed By: ZADSolutions
برعاية