|
Laten we in vrede samenleven
Deel 5
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
We zullen vijf punten bespreken,
waarvan ik hoop dat we deze in ons dagelijks leven kunnen toepassen, zodat we in
staat zullen zijn om in vrede samen te leven en elkaar te accepteren. Allah
zegt, wat vertaald kan worden als:
“Vreest dan Allah en sticht vrede onder jullie…” (VBQ
8:1)
Aboe-Haniefa geloofde dat de
Qoer’aanverzen een beperkt aantal hebben, terwijl de dagelijkse
gebeurtenissen niet in aantal zijn beperkt. Hij wilde een brug slaan tussen het
dagelijkse leven en de religie. Aldus introduceerde hij het nieuwe concept
‘juridische herleiding’. De moslimgeleerden in de Hidjaaz
accepteerden in de eerste plaats deze innovaties niet, aangezien zij niet bekend
waren met de omstandigheden op andere plaatsen zoals in Irak. Daarom werd
aboe-Haniefa ervan beschuldigd de islamitische religie te vervalsen en een
atheïst te zijn.
Aboe-Haniefa’s idee van de
juridische herleiding, ontstond uit een authentieke overlevering waarin Profeet
Mohammed (vzzmh) Moeaz ibn-Djabal vroeg wat zijn referenties waren voor het
geven van een oordeel. Moeaz antwoordde dat zijn eerste referentie de
Qoer’aan is, vervolgens de soenna (het voorbeeld van Profeet
Mohammed), daarna zijn eigen mening en herleiding.
Verschillende mensen hebben een
verschillende manier van aanpak nodig. We moeten echter met alle soorten mensen
kunnen omgaan, aangezien het onze plicht is om ons met elkaar te verzoenen en in
vrede met elkaar te leven. Er is overgeleverd dat de Profeet (vzzmh) zei dat de
problemen en geschillen tussen moslims onderling, leiden tot verslechtering van
onze religie.
Er zijn vijf punten die je erbij
kunnen helpen om in vrede met elkaar samen te leven:
-
Rationele logica;
-
Wetenschappelijke logica;
-
Intelligentie;
-
Geduld;
-
Je stevig aan je geloof
vasthouden.
Aboe-Haniefa was succesvol omdat
hij de vaardigheid bezat om met alle soorten mensen om te gaan. Bijvoorbeeld in
de Hidjaaz, werd aboe-Haniefa bekritiseerd omdat hij zijn eigen standpunt volgde
en de overleveringen van de Profeet zou achterstellen. Toen hij de bedevaart
verrichtte, ontmoette hij imaam Mohammed al-Bakir, een van de afstammelingen van
de Profeet (vzzmh). De imaam beschuldigde aboe-Haniefa ervan de religie van de
Profeet te veranderen. Aboe-Haniefa ontkende dit, maar de imaam bleef bij zijn
beschuldigingen. Aboe-Haniefa vroeg Mohammed al-Bakir daarom om een plaats uit
te zoeken om te gaan zitten, zodat aboe-Haniefa het hem kon uitleggen.
Al-Bakir ging op een stoel zitten
en aboe-Haniefa koos ervoor om op de grond te zitten, en zei dat zijn respect
voor Mohammed al-Bakir net zo groot was, als het respect van de metgezellen voor
de Profeet (vzzmh). Aboe-Haniefa begon enkele vragen te stellen om een paar
punten te vinden waarover ze het eens waren. De eerste vraag was: “Wie is er
fysiek zwakker: de man of de vrouw?”
“De vrouw”, antwoordde al-Bakir.
Aboe-Haniefa zei dat in sommige omstandigheden de man de helft meer erft dan de
vrouw,
en als hij de overleveringen van de Profeet zou negeren, hij de vrouw in deze
omstandigheden de helft meer zou geven. Hij zou dit echter niet durven doen.
De tweede vraag was: “Wat is Allah
dierbaarder: het vasten of het gebed?” De imaam antwoordde: “Het gebed.”
Aboe-Haniefa vervolgde door te zeggen dat als hij zijn eigen mening volgde, hij
de vrouwen zou opdragen om de gebeden die zij in de maand ramadaan gemist
hebben in te halen, in plaats van de dagen die zij niet hebben kunnen vasten,
maar dat hij dit nooit heeft gedaan omdat de Profeet (vzzmh) iets anders zei.
De derde vraag die hij aan de imaam
stelde, was: “Wat is onreiner, urine of sperma?” De imaam antwoordde dat het
urine was. Aboe-Haniefa antwoordde door te zeggen dat ook al was hij deze mening
ook toegedaan, hij nooit zou zeggen dat de grote wassing verricht moet worden na
urine en de kleine wassing bij sperma.
De conversatie eindigde doordat
imaam al-Bakir het voorhoofd van aboe-Haniefa kuste.
Een ander voorbeeld was toen een
groep andersdenkenden de moskee in Koefa binnentraden, met een zwaard in hun
hand, en aboe-Haniefa een vraag voorlegden over twee mensen die ernstige zonden
begaan hadden en gestorven waren en van wie zij wilden weten of ze als gelovigen
waren gestorven.
De eerste begrafenis was voor een
dronkaard, die stierf terwijl hij wijn aan het drinken was. De tweede begrafenis
was voor een vrouw die overspel had gepleegd, en stierf terwijl zij zwanger was
van een onwettig kind. Aangezien de groep geloofde dat iedereen die een ernstige
zonde begaat een ongelovige is, wist aboe-Haniefa dat ze hem zouden vermoorden
als hij iets anders zou beweren. Aboe-Haniefa deed net alsof hij zo werd
afgeleid door de zwaarden, dat hij de vraag vergat.
Hij vroeg hun of ze joden of
christenen waren, en zij antwoordden dat ze geen van beiden waren. Hij vroeg
vervolgens wat hun religie dan wel was en zij antwoordden dat ze moslims waren.
Aboe-Haniefa zorgde er zo voor dat ze door hun eigen wil de waarheid spraken. Ze
raakten in de war en vroegen of zij het paradijs verdienden of de hel.
Aboe-Haniefa antwoordde door het vers te reciteren, dat vertaald kan worden als:
“Wie mij dan volgt:
voorwaar, die hoort bij mij. En wie mij niet gehoorzaamt: voorwaar, U bent
Vergevensgezind, Meest Barmhartig.” (VBQ 14:36)
Het debat eindigde aldus in het voordeel van aboe-Haniefa.
Aboe-Haniefa veranderde van mening
als er bewezen kon worden dat hij het verkeerd had. Zoehair ibn-Moe’awiyya
vertelde hem een keer dat er een aantal overleveringen waren die betrekking
hadden op een bepaald aspect in jurisprudentie, die in tegenstrijd waren met
zijn mening. Aboe-Haniefa herzag de kwestie en veranderde van standpunt.
Aboe-Haniefa kon ook goed omgaan
met degenen die alleen door wetenschappelijke argumenten overtuigd konden raken.
Hij debatteerde met atheïsten door deze methode te gebruiken. Ook al was hij
degene die de dag vaststelde om het debat te houden, kwam hij veel te laat. Hij
bood zijn excuses hiervoor aan en zei dat de reden dat hij te laat kwam was,
omdat hij geen boot kon vinden die hem naar de andere kant van de rivier kon
brengen, totdat hij zag dat stukken hout zich verzamelden en zichzelf tot boot
bouwden. De atheïsten geloofden dit verhaal niet en aboe-Haniefa vroeg hoe ze
niet konden geloven dat een boot zonder hulp kon ontstaan, terwijl ze wel
geloofden dat het heelal zomaar is ontstaan.
Op een dag hoorde aboe-Haniefa dat
iemand Othmaan ibn-Affaan (mAtmhz)
belasterd had, door te zeggen dat hij een afvallige was. Aboe-Haniefa ging naar
het huis van de man toe en vroeg hem of hij zijn dochter met een rijke, edele en
eerbare man zou trouwen, als die man tegelijkertijd een afvallige was. De man
antwoordde dat hij daar zeker nooit mee akkoord zou gaan. Aboe-Haniefa
antwoordde vervolgens dat de Profeet (vzzmh) het ook nooit zou hebben toegestaan
dat zijn twee dochters met hem zouden trouwen, als Othmaan geen gelovige was
geweest. De man was hiervan overtuigd en hij vroeg Allah (VVIH)
om vergiffenis.
In een ander voorbeeld zei
aboe-Haniefa dat de moslims het openingshoofdstuk Al-Faatieha niet hoeven voor
te dragen tijdens het gebed, omdat de voordracht van de imaam voldoende is. Dit
idee werd door veel mensen verworpen. Sommigen kwamen zelfs vanuit Medina naar
hem toe om hierover met hem te discussiëren. Hij zei dat hij niet met iedereen
tegelijk kon discussiëren, en vroeg hun om iemand van hen uit te kiezen. Toen ze
iemand van hen hadden uitgekozen, vroeg hij: “Accepteren jullie alles wat hij
zegt, wie er ook wint?”
“Ja”, antwoordden ze. Hij zei:
“Jullie hebben verloren. Dit is precies mijn punt. Zijn woorden zijn voldoende.”
Ze raakten allemaal in de war. Hij zei vervolgens tegen hen dat als ze teruggaan
naar Medina, waar imaam Malik – die geloofde dat elke moslims Al-Faatieha moet
lezen - verbleef, ze moeten doen wat hun imaam zegt. Hij zei zelfs dat als hij
naar Medina zou gaan, dat hij hetzelfde zou doen.
De derde methode is intelligentie.
Sommige mensen zijn niet flexibel. Aboe-Haniefa gebruikte zijn intelligentie als
hij geen overreding kon gebruiken. Aboe-Djafar al-Mansoer was op dat moment de
kalief in Irak, hij had veel mensen vermoord. Aboe-al-Abaas-at-Toesie werkte
voor de kalief en hij had een verschrikkelijke hekel aan aboe-Haniefa.
Al-Mansoer nodigde aboe-Haniefa uit om een vergadering bij te wonen. At-Toesie
zei tegen de man die naast hem zat: “Ik zal aboe-Haniefa vandaag vermoorden.”
Hij vroeg de kalief om toestemming om met aboe-Haniefa te debatteren over een
religieuze kwestie. Hij vroeg vervolgens aan aboe-Haniefa: “De kalief heeft een
oordeel over iemand geveld en heeft ons opgedragen om hem te vermoorden, zonder
de reden hiervan te geven. Moet ik de kalief gehoorzamen en hem vermoorden, of
moet ik de kalief ongehoorzaam zijn?” Aboe-Haniefa vroeg hem of de bevelen van
de kalief gebaseerd waren op rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid en hij
antwoordde door te zeggen dat ze gebaseerd zijn op rechtvaardigheid. Hij zei:
“Pas rechtvaardigheid toe zonder vragen te stellen.” Vervolgens wist hij hem
voor zich te winnen door het onderwerp te veranderen en een grappig verhaal te
vertellen. Zulke eigenschappen worden verworven door de omgang met mensen.
Isoleer jezelf niet van de mensen. De Profeet (vzzmh) heeft gezegd dat degene
die met mensen omgaat en hun kwaad verdraagt, beter is dan degene die zichzelf
isoleert.
Op een dag kwam een ruziënd
echtpaar naar hem toe. De echtgenoot zwoer dat hij niet tegen zijn vrouw zou
praten en van haar zou scheiden, tenzij ze tegen hem zou praten (de man sprak
hier dus zijn intentie uit om van haar te scheiden). Zij antwoordde dat zij niet
tegen hem zou praten, als hij niet tegen haar zou praten. Aboe-Haniefa zei: “Er
is niets gebeurd, jullie zijn niet gescheiden” Toen Soefjaan at-Thawri dit
hoorde, ging hij naar aboe-Haniefa toe en zei: “Maak jij overspel een wettig
iets?” (Dit zei hij omdat het paar nog samen was, terwijl de man zijn intentie
om te scheiden had uitgesproken.) Aboe-Haniefa zei: “Het is heel simpel. Zij zei
dat ze niet tegen hem zou praten tenzij hij tegen haar zou praten. Door dit te
zeggen, sprak ze toch tegen hem. Ik heb door een trucje een oplossing gevonden
en ik heb dus geen zonde begaan.”
Het vierde principe is geduld.
Sommige mensen raken misschien niet overtuigd door de eerste drie methoden,
zoals de mensen die je beledigen uit haat of jaloezie. Aboe-Haniefa werd vele
malen beledigd omdat hij nieuwe methoden uitvond die in die tijd niet door
iedereen geaccepteerd werden. Op een dag zei een jonge man tegen hem: “Je bent
een invoerder van innovaties en een ongelovige.” Hij antwoordde: “Alleen Allah
(VVIH) weet dat ik dat niet ben. Ik vraag Allah om me te vergeven als je gelijk
hebt, en om jou te vergeven als je het mis hebt.” De jongeman zei: “Ik had het
mis. Ik vraag om Allahs vergiffenis.”
Aboe-Haniefa was trouwens niet
alleen geduldig met degenen die het niet met hem eens waren, maar ook met
degenen die zonden begingen. Hij bad bijvoorbeeld elke nacht het vrijwillige
nachtgebed. Naast hem woonde een jongeman die veel dronk en dan heel hard
liedjes zong. Op een avond hoorde aboe-Haniefa hem niet, dus vroeg hij naar hem.
Hem werd verteld dat de politie hem had gearresteerd, dus ging hij naar de
politie om voor zijn vrijlating te pleiten. Op weg naar huis spraken ze niet.
Toen ze thuiskwamen, zei hij: “Je kunt mijn lessen in de moskee komen bijwonen,
als je dat wilt.” Zo werd de jonge buurman een van aboe-Haniefa’s leerlingen.
Aboe-Haniefa gebruikte ook zijn
humor. Toen hij ziek was, kwam een man hem bezoeken en hij bleef een uur.
Aboe-Haniefa was moe en de man zei tegen hem: “Volgens mij heb ik je moe
gemaakt.” Hij zei: “Je maakt me zelfs moe als je thuis zit.”
Dit is de islaam en hier zijn we
trots op. Deze serie is er om je te leren hoe je in vrede met elkaar kunt leven:
moslims en niet-moslims. Zo leerde de Profeet (vzzmh) ons om om te gaan met
mensen die het niet met ons eens zijn. En ook al gaan we voor co-existentie, we
willen niet dat iemand ons zijn cultuur oplegt. Als iemand jou zijn of haar
mening oplegt, dan moet je je aan je eigen standpunt blijven vasthouden.
Co-existentie betekent niet dat je je eigen persoonlijkheid of rechten opgeeft.
Al-Mansoer smeedde plannen tegen
aboe-Haniefa, aangezien hij hem niet mocht omdat hij tegen de Abbasiden was. Hij
droeg aboe-Haniefa op om voor hem te werken, maar aboe-Haniefa weigerde, omdat
hij wist dat de kalief zijn werknemers geen enkele vrijheid gaf, terwijl
vrijheid een basisregel in zijn leven was.
Omdat hij de kalief ongehoorzaam
was, kreeg hij elke dag 10 zweepslagen, totdat het bloed zijn hielen reikte. Hij
zei: “Ik zal niet instemmen, ik ben vrij.” Op deze manier leefde deze geweldige
man in vrede samen met anderen, zonder zichzelf te verloochenen. Hij slaagde in
het leven omdat hij in vrede met zichzelf kon leven, en een vrome man was.
Sommige mensen zeggen dat hij in de gevangenis stierf, anderen zeggen dat hij
een paar dagen na zijn vrijlating stierf.
Aboe-Haniefa was zwaar verwond met
zweepslagen en had een lange tijd gevangen gezeten. Al-Mansoer was bang dat er
een revolutie zou uitbreken nadat aboe-Haniefa 120 zweepslagen had gekregen en
dus liet hij hem vrij. Aboe-Haniefa was verzwakt en doodop. Toen zijn zoon hem
om zijn mening over een kwestie vroeg, antwoordde hij: “Ik kan het niet, mijn
zoon. De kalief heeft mij opgedragen om nergens mijn mening over te geven.”
Omdat hij de moslims wilde verenigen, gehoorzaamde hij de kalief en behield
tegelijkertijd zijn vrijheid.
Aboe-Haniefa vroeg de mensen om hem
niet in zijn woonplaats te begraven, aangezien die plaats bezet werd door
al-Mansoer. Hij wilde begraven worden in een vrij gebied. Toen al-Mansoer dit
hoorde, zei hij: “Wie zal me vergeven wat ik aboe-Haniefa heb aangedaan in zijn
leven, of na zijn dood?”
Nadat hij gestorven was, namen er
50.000 mensen deel aan het begrafenisgebed. Ze konden niet allemaal tegelijk aan
het gebed deelnemen, en moesten in zes groepen verdeeld worden. Degene die in
vrijheid en co-existentie gelooft is onsterfelijk, terwijl degene die in kracht
gelooft sterfelijk is.
As-Sjaafie werd geboren in het jaar
dat aboe-Haniefa stierf. Allah is Genadevol ten opzichte van de moslims!
Toen de grote
moslimleider Salah ad-Dien naar Egypte ging, gaf hij het bevel dat
aboe-Haniefa’s jurisprudentie op de scholen in Egypte onderwezen moest worden,
ook al was hij een volger van de wetschool van as-Sjaafie. Hij stuurde zijn
eigen zoons naar Medina, om over Maliki’s jurisprudentie te leren. Dit is een
geweldig voorbeeld van co-existentie. Hij geloofde in co-existentie, en daarom
was hij de overwinnaar in de strijd.
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
|