|
Laten we in vrede
samenleven
Deel 4
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
Vandaag de dag zijn we niet in
staat om met elkaar te communiceren en elkaar te begrijpen, vandaar deze
lezingen. We moeten de kunst leren van het onderlinge begrip, communicatie met
de ander en het doen ontstaan van een respectvolle dialoog.
Aboe-Haniefa is de oprichter van de
eerste en beste islamitische wetschool. Profeet Mohammed (vzzmh) liet de moslims
de Qoer’aan en de soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed) na,
maar de moslims moesten ook weten hoe ze hun alledaagse problemen konden
oplossen door middel van deze twee bronnen. Dat was de rol van de jurisprudentie
en daar hebben de vier imaams voor gezorgd. Aboe-Haniefa heeft als enige een van
de metgezellen van de Profeet, Anas ibn-Malik (mAtmhz)
gezien. Aboe-Haniefa staat bekend als een bijzonder persoon, en de eerste die de
classificatie voor de onderwerpen in jurisprudentie heeft opgesteld. Hij was de
eerste die de islamitische wet vervaardigde, en ook al publiceerde hij hier geen
boek over, zijn studenten deden dat later wel.
Aboe-Haniefa keek om zich heen en
zag wat de behoefte van de maatschappij was. Dit is vaak de eerste stap tot
co-existentie: het bouwen van een brug naar je maatschappij toe en om je heen
kijken en uitzoeken wat je kunt bieden om de behoeften van de mensen te
vervullen.
Profeet Mohammed (vzzmh) woonde in
de Hidjaaz,
net als Aboe-Bakr, Omar en Othmaan (mAtmhz) dit tijdens hun bewind deden. De
islamitische heerser ging vervolgens in Irak wonen, en dit werd aldus het
centrum van de islamitische wereld. En daar woonde aboe-Haniefa. Tijdens zijn
leven was Bagdad een internationale hoofdstad met een sterke economie. Bovendien
was er sprake van een continue ontwikkeling, elke dag verschenen er nieuwe
denkwijzen en uitvindingen. Mensen van verschillende rassen bekeerden zich tot
de islaam, zij verbleven allen in Bagdad. Vertalingen waren in die tijd zeer
belangrijk, om zo de verschillende denkwijzen uit allerlei talen naar het
Arabisch te vertalen. De behoeften van de maatschappij veranderden aldus.
In de Hidjaaz was het leven stabiel
en kalm. Mekka en Medina ondergingen een dergelijk proces niet. De
jurisprudentie daar werd gebaseerd op de precieze bewoording van de Qoer’aan
en de overleveringen van Profeet Mohammed (vzzmh). Deze benadering van
jurisprudentie was gericht op de behoeften in die omgeving, maar met oog op de
snelle ontwikkeling en dagelijkse veranderingen in Irak was daar een andere
benadering nodig.
Aboe-Haniefa’s bijdragen
Aboe-Haniefa had een andere
benadering en richtte zich op de behoeften en omstandigheden om zich heen. Hij
bouwde zijn wetschool op het vergelijken van kwesties met gelijkwaardige
kwesties in de Qoer’aan en soenna, om zo de dagelijkse
veranderingen aan te pakken. De benadering was gebaseerd op het zoeken naar
oplossingen in de Qoer’aan en soenna, en vervolgens de
overleveringen van de metgezellen. Als dat niet werkte, dan moest aboe-Haniefa
zijn eigen mening geven, gebaseerd op de vergelijking van het probleem met
relatief gelijkwaardige problemen in de Qoer’aan en soenna, en een
oplossing vinden middels analogie. Dit is de basis van juridische herleiding. De
Qoer’aan en soenna zijn universeel en we kunnen er antwoorden op
al onze vragen in vinden, als we ons verstand gebruiken.
Dat is de basis van de wetschool
van aboe-Haniefa.
De wetschool in de Hidjaaz was het
in een dergelijke mate niet met hem eens, dat zij hem zelfs beschuldigden een
atheïst te zijn. Later, toen het leven in de Hidjaaz veranderde en zij dezelfde
omstandigheden en veranderingen ondergingen, begrepen zij zijn standpunt pas.
Het is dus belangrijk om de omstandigheden van de ander te begrijpen.
Dit was niet alles wat aboe-Haniefa
deed, hij wilde dat de islaam op de behoeften vooruit liep. Hij was zeer
innovatief en moedig, en dat maakte hem de beste imaam in de islaam. Hij begon
problemen voor te stellen die zich in de komende 30 jaar zouden kunnen voordoen
en zocht naar oplossingen ervoor. Dit noemen we ‘hypothetische jurisprudentie’.
Hij sprak als eerste over een vertaling van de Qoer’aan naar
verschillende talen. Hij was waarlijk een pionier door over verschillende zaken
te spreken, die vandaag de dag gebeuren.
Het was geen gemakkelijke taak om
aan de behoeften van een volk te denken, in de Qoer’aan en soenna
naar oplossingen te zoeken, en vervolgens een juridisch oordeel te herleiden.
Hij had dit nooit in zijn eentje kunnen doen. Hij was daarom de eerste om een
wetschool op te richten en hij geloofde heilig in overeengekomen standpunten en
samenwerking.
Een andere innovatie van
aboe-Haniefa was het principe: vrijheid van denkwijze. Hij wilde zijn ideeën
niet aan zijn studenten opleggen, en ze waren vrij om in alle onderwerpen met
hem van mening te verschillen. Hij wilde niet dat ze klonen van hem werden, maar
hij wilde dat zij hun eigen persoonlijkheid en beredenering zouden ontwikkelen.
Ook al is de naam van de wetschool Aboe-Haniefa, veel ideeën verschillen van het
standpunt van aboe-Haniefa zelf. Het zijn de meningen van zijn studenten, die ze
hebben kunnen bewijzen.
Op deze manier zorgde hij ervoor
dat de religieuze jurisprudentie de weg baande voor de ontwikkeling van andere
wetenschappen. Wat hij bereikte, zorgde voor de stimulatie van het verstand,
door toekomstige problemen te voorzien en met oplossingen ervoor te komen. Hij
stelde ook het voorbeeld van een team dat samen ideeën kan voortbrengen. Zijn
werk zorgde dus voor een wijde opleving van alle wetenschappen.
Aboe-Haniefa en as-Sjaafie waren de
oprichters van de herleidende beredenering en hebben aldus meegeholpen aan de
wetenschappelijke ontwikkeling die Europa op een later moment doorging. Djabir
ibn-Hajaan en ibn-Roesjd (Averroes) brachten deze leer over aan het Westen. In
Europa was religie in tegenspraak met de wetenschap en dit hield de ontwikkeling
van de wetenschap tegen. Bij de moslims was religie echter de basis van de
wetenschap.
Aboe-Haniefa’s vergaderingen
Tijdens aboe-Haniefa’s
vergaderingen zaten er 40 vooraanstaande geleerden op verschillende gebieden
(religieuze jurisprudentie, overleveringen van de Profeet, interpretatie van de
Qoer’aan, taalkunde, poëzie, literatuur, sociale zaken enz.) op de eerste
rij. Als ze onderwerpen bespraken die een andere specialiteit vereiste, dan
nodigden zij een specialist uit of gingen naar hem toe. Toen ze bijvoorbeeld
jurisprudentie betreffende verf bespraken, stuurde aboe-Haniefa de student
Mohammed ibn-al-Hassan naar schilders toe om hen een paar weken lang te
observeren, zodat ze een expert zouden hebben als ze het onderwerp bespraken.
Moslims hebben een gebrek aan
dit soort samenwerking, doordat ze niet in staat zijn om naar elkaar te
luisteren en in vrede met elkaar te leven. Laten we met elkaar praten en dingen
met elkaar ondernemen, ook al zijn we anders. De geleerden in de Hidjaaz hielden
zich aan de basis en de geleerden in Irak voorzagen de toekomst. Beiden zorgden
voor het brede perspectief van het islamitisch denken. We hebben beiden nodig om
de cultuur te verrijken. Verschillen zouden nooit de oorzaak voor een geschil
moeten zijn, maar we zouden de diversiteit moeten accepteren en er voordeel uit
moeten halen. Allah zegt, wat vertaald kan worden als: “En
als jouw Heer het had gewild, dan zou Hij de mensheid als (behorend tot) één
godsdienst hebben gemaakt, maar zij zullen van mening blijven verschillen.” (VBQ
11:118)
De vergaderingen begonnen toen
aboe-Haniefa 40 jaar oud was en ze werden 30 jaar lang dagelijks gehouden, vanaf
120 n.h.
tot 150 n.h. De deelnemers gingen ’s ochtends naar hun werk en namen vanaf
zonsondergang tot het laatste gebed deel aan de vergadering. Aboe-Haniefa ging
naast de vergaderingen ook door met zijn werk als (rijke) koopman. Hij was een
geleerde die een beroep uitoefende.
Tijdens de vergaderingen zat
aboe-Joesoef aan zijn rechterkant en Thoefar of Mohammed ibn-al-Hassan aan de
linkerkant. Ze hadden een pen en papier bij de hand. Honderden mensen zouden er
vóór hen zitten. Aboe-Haniefa begon de discussie over economie, landbouw of welk
onderwerp dan ook. “Wat is het standpunt van de islaam in zus en zo?” Een expert
analyseerde het onderwerp vervolgens vanuit zijn standpunt en dan begon de
conversatie middels de feedback van het publiek. Van degenen die de hand
opstaken, mocht degene die het meest vooraan zat eerst spreken.
Aboe-Haniefa vertelde niet direct
over zijn eigen ideeën. Soms vertelde hij zijn eigen standpunt, maar vroeg
aboe-Joesoef om op te schrijven wat er in de vergadering overeengekomen was, wat
soms verscheidene standpunten waren. De leerling aan de linkerkant maakte
notulen van alles wat er in de vergadering werd gezegd, want aboe-Haniefa wilde
de beweegredenen achter de verschillende standpunten uitleggen. Als de
verschillen te groot waren om tot een overeenkomst te komen, vroeg hij beide
partijen om te debatteren, waarbij elke partij het standpunt van de andere
partij moest innemen, om zo een objectieve kijk op het onderwerp te garanderen
en het juiste standpunt boven water te krijgen.
Tijdens de bedevaart besprak hij
kwesties met de geleerden uit de Hidjaaz, en hij zei soms na zijn terugkomst:
“Ik zei altijd zus en zo over deze regel, maar nu zie ik het anders.”
Hij heeft aboe-Joesoef een keer
berispt omdat hij meteen het standpunt van aboe-Haniefa opschreef, door te
zeggen: “Dat was alleen mijn standpunt. Wacht totdat we alle standpunten hebben
gehoord.”
Toen hij op een keer zijn mening
over een bepaalde kwestie gaf, zei een man dat hij het mis had. Weer gaf hij
zijn mening en toen zei een andere man dat hij het bij het verkeerde eind had.
Een oudere deelnemer aan de vergadering vroeg hoe hij dit alles toestond.
Aboe-Haniefa legde uit dat dit niet in tegenstrijd is met respect en dat hij hen
dat heeft aangeleerd. Hij zei een keer: “Omar aanvaardde het toen een vrouw hem
corrigeerde toen hij op de preekstoel zat.”
Wat is nu jouw mening over de
islamitische geschiedenis? Accepteer jij het wel eens als iemand zegt dat je het
mis hebt? Leer jij de mensen om het jou te vertellen wanneer je het fout hebt?
Aboe-Haniefa vroeg op een keer
tijdens de vergadering: “Stel je eens voor dat de Eufraat en de Tigris
terugtrekken.” De mensen gaven ideeën van wat er dan zou kunnen gebeuren.
Aboe-Haniefa zei: “En wat als de rivieren zijn teruggetrokken, er eilandjes zijn
gevormd en een man een deel van het land in bezit neemt en beplant?” Het duurde
even voordat ze de conclusie trokken dat dit toegestaan was, omwille van de
ontwikkeling van de hele gemeenschap. Zo splitsten ze de onderwerpen in
subonderwerpen op.
“Moet hij toestemming van de
heerser verkrijgen?” Sommigen vonden van wel, sommigen van niet, aboe-Joesoef
moest beide standpunten opschrijven.
“Wat als iemand afval in de
rivieren gooit?” (Dit gebeurt tegenwoordig.) “Hij moet een waarschuwing en een
boete krijgen.” Aboe-Haniefa ging vervolgens naar de heerser toe en adviseerde
hem om een groep toezichthouders aan te stellen om ervoor te zorgen dat niemand
afval in de Eufraat en Tigris gooit.
Een andere kwestie was dat veel
niet-Arabieren zich tot de islaam bekeerden, en dus rees de vraag: “Is het
toegestaan dat een niet-Arabier tijdens het gebed de Faatieha (openingshoofdstuk
van de Qoer’aan) in zijn eigen taal voordraagt?” Ze besloten dat dit was
toegestaan en veel mensen buiten de vergadering om waren het hier mee eens. Een
boodschapper van de Hidjaaz waarschuwde er toen voor dat dit kon zorgen voor het
verlies van de Arabische taal. Nadat aboe-Haniefa naar de boodschapper had
geluisterd, informeerde hij de vergadering over dit standpunt. Toen besloten ze
dat het is toegestaan, totdat die persoon Arabisch leert. Dan is het niet meer
toegestaan.
Zie je hoe waardevol hun begrip van
co-existentie was voor de mensheid? Denk er eens over na hoe jij verschillen
kunt overkomen middels dialoog.
Aboe-Haniefa was niet alleen goed
in het samenbrengen van de mensen, hij stond ook bekend om zijn kennis en
wijsheid. Imaam Malik zei: “Bij Allah, als deze man je ervan wilde overtuigen
dat een houten zuil van goud gemaakt was, dan kon hij dat.” Zijn student
aboe-Joesoef zei: “We verschilden wel eens van mening met aboe-Haniefa, maar na
enige tijd kwamen we weer terug bij het standpunt van aboe-Haniefa.” Thoefar
zei: “We verzamelden kennis bij verschillende mensen, en we vonden het onder hen
verspreid, maar we vonden alles bij aboe-Haniefa.”
As-Sjaafie zei: “Ik heb niemand op
aarde gekend die beter is in het herleiden van jurisprudentie, dan
aboe-Haniefa.”
De kalief al-Mansoer vroeg aan
aboe-Haniefa waar hij zijn kennis vandaan had. Hij antwoordde hierop dat hij het
opgedaan had door Omars metgezellen, ibn-Masoeds metgezellen en Ali’s
metgezellen. Hier onderbrak al-Mansoer hem en zei: “Jij hebt genoeg kennis
verzameld.”
Als ze na de vergadering, na dagen
debatteren, een conclusie getrokken hadden, kwamen de mensen van buiten naar hen
toe op het moment dat er “Allah is de Grootste” werd geroepen, het teken dat er
een conclusie was getrokken.
Mohammed ibn-al-Hassan werd later
de leraar van as-Sjaafie. Aboe-Joesoef werd de rechter voor de gehele
islamitische staat en nog later de adviseur van kalief Haroen ar-Rasjied. Op het
moment dat aboe-Joesoef op sterven lag, bezat hij twee miljoen dinars. Ze
vroegen hem naar zijn laatste wens, en hij zei: “Ik zou er de helft van mijn
rijkdom voor over hebben om een vergadering van aboe-Haniefa bij te wonen.”
Mensen worden uiteindelijk
creatiever, als anderen hun ideeën respecteren…
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang
de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf
schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie:
dar_altarjama@amrkhaled.net
|