|
Laten we in vrede samenleven
Deel 3
In de naam van Allah,
de Erbarmer, de Barmhartige. Moge de vrede en zegeningen van Allah met Profeet
Mohammed (vzzmh)
zijn.
Ondanks
al onze verschillen: laten we in vrede samenleven. ‘Co-existentie’ is afgeleid
van het woord ‘existentie’ (bestaan), en betekent het naast elkaar bestaan.
Verschillen zijn onderdeel van de natuurwetten waaruit het heelal bestaat. Het
idee voor deze lezing is onstaan naar aanleiding van de moeilijkheden waarmee de
moslims vandaag de dag geconfronteerd worden. We kunnen het met elkaar oneens
zijn, maar we zouden alsnog moeten praten, elkaar respecteren en elkaars bestaan
accepteren. Ons motto is het vers, dat zegt:
“…en Wij hebben jullie tot
volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen.” (VBQ
49:13)
Deze verschillen zijn er dus, om ons in staat te stellen elkaar te leren kennen.
Harmonie is in
de islaam een verplichting en elk juridisch oordeel heeft als doel het
verspreiden van harmonie onder de mensen, en in het bijzonder onder de moslims.
Allah (VVIH)
heeft de aarde geschapen zodat we het ontwikkelen middels de uitwisseling van
ideeën, welvaart en handel. We zijn verschillend, maar we kunnen in vrede
samenleven.
We zullen
elkaar niet leren kennen als we niet in vrede met elkaar samenleven, pas dan
kunnen we met elkaar over een opleving spreken en hoe we met andere volkeren en
rassen moeten omgaan bij deze opleving. De eerste stap is hoe we in vrede kunnen
samenleven.
Aan de vier
imaams, aboe-Haniefa, Malik ibn-Anas, as-Sjaafie en Ahmed ibn-Hanbal, wordt
toegeschreven dat zij de eersten waren die de islamitische jurisprudentie vorm
gaven en hun eigen wetschool oprichtten. Jurisprudentie, een van de
belangrijkste wetenschappen binnen de islaam, is de wetenschap van het vinden
van oplossingen voor de problemen van de mens in het leven, in het licht van de
Qoer’aan en de soenna (het voorbeeld van Profeet Mohammed
(vzzmh)).
Aboe-Haniefa
was een belangrijk voorbeeld als het gaat om co-existentie. Zijn naam was No’men
ibn-Thabit-al-Mazraban, een Pers. Zijn voorouders waren geen Arabieren maar zij
hadden zich tot de islaam bekeerd. Hij werd in Koefa
geboren, in het jaar 80 n.h.
(699 n.C.) en hij stierf in het jaar 150 n.h. Hij werd dus 70 jaar oud. Hij was
de eerste die de wetenschap van de islamitische jurisprudentie ontwikkelde.
De geleerden
zeggen dat moslims smeekbeden voor aboe-Haniefa zouden moeten verrichten, omdat
hij de eerste was die vorm gaf aan de islamitische jurisprudentie en wetten.
Vandaag de dag zijn de moslims het met elkaar oneens, terwijl de moslims in die
tijd aboe-Haniefa accepteerden, ook al was hij geen Arabier.
De geleerde
ibn-aboe-Laila zat een keer bij Iesa ibn-Hisjaam, de heerser van Koefa, die zeer
fanatiek was wat betreft de Arabische afkomst. Iesa vroeg naar de beste
geleerden in de jurisprudentie en ibn-aboe-Laila gaf hem de namen van grote
geleerden. Toen Iesa ontdekte dat geen van de geleerden van Medina, Mekka,
Jemen, de Levant,
het Arabische schiereiland en Basra Arabieren waren, werd zijn gezicht rood van
boosheid. Hij vroeg wie de geleerde van Koefa was. Ibn-aboe-Laila stond op het
punt om Hammad te noemen, de leraar van aboe-Haniefa die geen Arabier was, maar
in plaats daarvan noemde hij een Arabier, Ibrahiem an-Nachie. Ibn-Hisjaam
slaakte opgelucht een zucht en zei: “Allahoe akbar (Allah is de
Grootste).”
De
niet-Arabieren waren uitmuntend in de wetenschap, terwijl de Arabieren zich
bezighielden met veldslagen en aldus niet in staat waren om zich met wetenschap
bezig te houden. De niet-Arabieren wilden een onderdeel van de nieuwe
gemeenschap en de islaam zijn en dus concentreerden zij zich op de wetenschap:
zo ontstond er een balans tussen de twee groepen (Arabieren en niet-Arabieren).
De Arabieren aanvaardden de studie van de niet-Arabieren en zo integreerden zij
in de gemeenschap.
Is de
gemeenschap vandaag de dag ook bereid om elkaar te accepteren? Toen de Arabieren
de niet-Arabieren de kans gaven om te studeren en erin uit te blinken, gaven zij
daarmee deze belangrijke wetenschappen de kans om zich te ontwikkelen en voort
te bestaan. Aboe-Haniefa werd door de gemeenschap geaccepteerd, ook al was hij
van Perzische afkomst. Later werd aboe-Haniefa bekend als de ‘Grootste imaam’ en
de ‘Imaam der imaams’.
Aboe-Haniefa
groeide op in Koefa, het centrum van het islamitische rijk, tijdens de
heerschappij van Ali ibn-aboe-Talib. Er werd een grote moskee gebouwd in Koefa,
die plaats bood aan 40.000 mensen. Deze moskee was het beginpunt van
aboe-Haniefa’s carrière.
Aboe-Haniefa’s
vader handelde in stoffen. Toen hij 17 jaar oud was, besloot hij zijn vaders
winkel tot de grootste winkel in Irak te maken. Hij ging op zoek naar de beste
man die hem in marketing kon onderwijzen. Hij paste in alle aspecten van het
leven een wetenschappelijke benadering toe. Op dat moment dacht hij er niet aan
om te gaan studeren, hij wilde slechts slagen in het leven.
Hij vroeg zijn
vader om de winkel te moderniseren en na een paar jaar werd hij de eigenaar van
een van de grootste winkels in Koefa. Hij blonk altijd uit in alles wat hij
deed. Zijn vader stond hem toe om de handel te ontwikkelen en aldus groeide hun
handel en werden ze zo rijk, dat hun jaarlijks inkomen 200.000 dinar was.
Aboe-Haniefa hield slechts 4.000 dirham
voor zichzelf en zijn familie, en gebruikte de rest voor liefdadigheid.
Op een dag
liep aboe-Haniefa langs as-Sjabie, een van de grootste en bekendste islamitische
geleerden. As-Sjabie vroeg aboe-Haniefa naar de lessen die hij volgde en
aboe-Haniefa vertelde over zijn marketing lessen. As-Sjabie merkte de
oplettendheid, activiteit, intelligentie en drijfveer van aboe-Haniefa op. Hij
adviseerde aboe-Haniefa om zijn intelligentie te gebruiken en te gaan studeren.
Aboe-Haniefa vroeg welke religieuze wetenschappen er bestudeerd konden worden en
het antwoord was: Qoer’aan, overleveringen, taalwetenschap, poëzie en
jurisprudentie. Dit waren de islamitische wetenschappen die in die tijd
bestudeerd werden. Hij vroeg as-Sjabie naar de beste geleerde en hij noemde
Hammad ibn-aboe-Soelaimaan.
As-Sjabies
advies leidde tot het ontstaan van een grote imaam in de islaam die de eerste
wetschool oprichtte en tot nu toe het meest bekend is. Zijn wetschool is de
meest wijdverspreide in de islamitische wereld, vooral onder de moslims die geen
Arabisch spreken.
Na deze
ontmoeting ging de jonge imaam op zoek naar kennis en hij vergezelde Hammad 18
jaar lang. Na drie jaar kreeg Hammad het gevoel dat aboe-Haniefa zo goed
vooruitging, dat hij aboe-Haniefa naast hem liet zitten. Hammad gaf ook anderen
de kans om uit te blinken, daarom was aboe-Haniefa hem altijd zo dankbaar. Op
een later moment kreeg Hammad te horen dat hij een erfenis kreeg van een
familielid in Basra. Aangezien hij de enige erfgenaam was, moest hij er zelf
naar toe gaan om de erfenis te ontvangen. Hammad vroeg aan aboe-Haniefa om hem
te vervangen. Aboe-Haniefa was twee maanden lang zijn plaatsvervanger. In die
periode kreeg hij met vragen te maken die hij nog nooit was tegengekomen. Toen
Hammad terugkwam, stelde aboe-Haniefa de vragen aan hem. Ze behandelden 60
vragen en hij was het over het antwoord van 40 vragen eens, en hij was het met
het antwoord van de overige 20 vragen oneens. Vervolgens besefte hij dat hij
ongelijk had inzage de 20 vragen.
De
maatschappij in die tijd was duidelijk in staat om in vrede samen te leven,
aangezien ze het succes accepteerden van een man van Perzische afkomst. Het
wordt duidelijk als je bedenkt dat een groep geleerden de koopman accepteerden
en dat Hammad een jonge, goedgeklede man als zijn leerling accepteerde, en later
als zijn collega.
Aboe-Haniefa
was het meerdere keren met Hammad oneens. Toch bleef hij Allah om vergiffenis
voor hem vragen, net zoals voor zijn eigen ouders. Hij vroeg zelfs Allahs
vergiffenis voor iedereen die hem had onderwezen en voor iedereen die hij had
onderwezen. Als mensen hem naar de reden hiervan vroegen, antwoordde hij: “Zodat
ze misschien op het rechte pad blijven en ik voor hun werk beloond blijf
worden.”
Aboe-Haniefa
studeerde ook de sji’ietische jurisprudentie bij Jafar as-Sadiq, de oprichter
hiervan. Hij was het niet met alle aspecten eens, en dit toont de vaardigheid
tot co-existentie, die aboe-Haniefa bezat. Of je het nu eens of oneens bent met
een concept, individu of idee, je moet het bestaan ervan accepteren en
respecteren.
Je zou
moeten kunnen zeggen dat co-existentie een onderdeel van je leven is. Je moet in
vrede samenleven met jezelf, je familie, je leraren en de maatschappij. Maar
vandaag de dag jagen we elkaar de andere kant op. Co-existentie ontbreekt, zelfs
binnenshuis. Denk eens na over het vers, dat vertaald kan worden als:
“…en Wij hebben jullie tot volken en
stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen.” (VBQ 49:13)
Vaders vragen
zich misschien af hoe ze hun kinderen in de hand kunnen houden. Kinderen vragen
zich misschien af hoe ze met hun vader moeten omgaan. Vrouwen vragen zich
misschien af hoe ze in harmonie met hun echtgenoot kunnen leven.
Aboe-Haniefa
was 40 jaar oud toen hij de grootste wetschool oprichtte. Hij was de eerste die
het idee van individuele jurisprudentie afwees. Aldus begon hij een groep van 40
geleerden. De groep omvatte specialisaties op alle gebieden: handel, taal,
overleveringen, Qoer’aan, interpretatie en poëzie. De groep kwam samen en
besprak de behoeften en problemen in de maatschappij, en zocht naar oplossingen
in de Qoer’aan en de soenna. Als ze hierin niets konden
terugvinden, dan zochten ze samen naar een oplossing. Duizenden mensen woonden
deze bijeenkomsten bij, maar de 40 experts zaten vooraan.
Aboe-Haniefa
begon met het voorstellen van het probleem en dan begon de discussie. Ze
analyseerden het probleem, bespraken veronderstellingen en zochten naar een
oplossing. Een van de leden werd aangewezen om een verslag van de sessie te
maken. Dit is een wetenschappelijke methode. De deelnemers staken hun hand op om
hun zegje te doen en uiteindelijk zouden ze tot een gezamenlijke beslissing
komen. Dit proces kon één of twee dagen duren, of zelfs wel een week duren. Of
het besluit anders was dan de mening van aboe-Haniefa deed niet ter zake,
aangezien het besluit het resultaat was van de gecombineerde meningen van de
groepsleden.
Een van
aboe-Haniefa’s meest voorname studenten, aboe-Joesoef, speelde een zeer
belangrijke rol. Hij was de hoogste rechter van de islamitische staat tijdens de
heerschappij van de vier kaliefen. Hij schreef de uiteindelijke beslissing of
fatwa (juridische uitspraak door islamitische
geleerde(n)) op, en de onderbouwing ervan.
Deze groep werkte 30 jaar lang samen, totdat aboe-Haniefa 70 jaar oud werd. Zij
sloegen een brug tussen het wereldse leven en religie. Aboe-Haniefa bood
aboe-Joesoef de eerste beurs aan. Aboe-Joesoef was zeer arm, maar een
veelbelovende student. Aboe-Haniefa gaf hem af en toe 100 dirham en hij zei
tegen hem dat als hij geld nodig had, hij naar hem toe moest komen. Vervolgens
gaf hij hem een maandelijkse toelage.
Aboe-Joesoef
besloot om zijn eigen groep te starten. Op een dag vroeg aboe-Haniefa aan een
van de aanwezigen op zijn bijeenkomst, om naar aboe-Joesoefs bijeenkomst te gaan
en de volgende vraag te stellen: “Een man ging naar een kleermaker toe
(aboe-Joesoef was zelf oorspronkelijk kleermaker) en vroeg hem om zijn kleding
voor een dirham in te korten. De volgende dag ging de man terug en kwam hij
erachter dat de kleermaker de opdracht niet had uitgevoerd. Toen hij de dag
daarna terugkwam, ontkende de kleermaker dat hij de kleding had aangenomen. De
volgende dag zag hij dat zijn ingekorte kleding te koop werd aangeboden. De
beschaamde kleermaker overhandigde hem de kleding. Heeft de kleermaker recht op
het geld?”
Als
aboe-Joesoef met ‘ja’ zou antwoorden, dan zou de man tegen hem zeggen dat hij
verkeerd zit. Als hij met ‘nee’ zou antwoorden, zou de man hem ook vertellen dat
hij het bij het verkeerde eind heeft. Aboe-Joesoef zei: “Ja, de kleermaker
verdient het om betaald te worden.” De man zei: “Je hebt het verkeerd.”
Aboe-Joesoef dacht er even over na en zei: “Nee, hij verdient het niet.” De man
zei weer: “Je hebt het verkeerd.” Aboe-Joesoef vroeg de groep om te wachten
totdat hij naar aboe-Haniefa’s groep was geweest.
Aboe-Haniefa
ontmoette hem alleen. Hij zei: “Ben je hier misschien voor de vraag over de
kleermaker?” Aboe-Joesoef zei: “Ja.” Hij zei: “Als de kleermaker de kleding
inkortte voordat hij de intentie had om het voor zichzelf te houden, verdient
hij het om betaald te worden, maar als de kleermaker het inkortte na de intentie
te hebben om de kleding te houden, dan verdient hij het niet.” Aboe-Haniefa keek
hem aan en zei: “Degene die denkt dat hij zonder samenwerking met anderen kan,
moet medelijden met zichzelf hebben. Ik geloof in je, aboe-Joesoef, als je ons
verlaat, dan verlies je en wij ook.” Aboe-Joesoef bleef tot aan zijn dood bij
aboe-Haniefa. Hij werd toen de hoogste rechter van de hele islamitische staat.
Denk eens na
over dit voorbeeld, de logica en wijsheid erachter. Kijk eens goed naar de
islamitische geschiedenis. Sommige mensen in het Westen beweren dat we
terroristen zijn en dat onze denkwijze stil heeft gestaan omdat degenen die de
basis voor onze jurisprudentie legden, stilstonden in de tijd…
Laten we
nadenken over hoe we in harmonie kunnen samenleven, omwille van de islaam en de
zwakke moslimgemeenschap. “En houdt jullie allen stevig
vast aan het touw (de godsdienst) van Allah en weest niet verdeeld…” (VBQ
3:103).
AmrKhaled.net © جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang
de oorspronkelijke bron vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf
schriftelijke toestemming van de administratie van deze website nodig.
Voor informatie:
dar_altarjama@amrkhaled.net
|