|
RAMADAAN 2002
Aflevering 10:
trots op de Islaam?
Er zijn
tijden dat het heel goed gaat op het gebied van geloof en aanbidding, maar dan
komt er weer een tijd dat we helemaal niets meer doen, het lijkt allemaal zo
zwaar. Het is dan ineens moeilijk uit om ‘s nachts op te staan om een paar extra
gebeden te verrichten. Er is dan iets aan de hand. Wat er dan aan ontbreekt, is
de liefde voor de islaam, liefde voor het geloof en nog iets meer dan liefde:
trots zijn op de islaam!
Is het
zo dat je slechts vijf keer per dag bidt, in de ramadaan vast, je draagt
je hoofddoek en daar blijft het dan bij? Of is het zo dat je het liefst de hele
wereld als moslim zou zien, de hele mensheid. Want wat jij meemaakt, wat jij
voelt tijdens jouw gebeden, smeekbeden, het aanbidden van Allah: daarvan zou je
willen dat iedereen het voelt! Onder andere uit liefde voor jouw medemens, maar
voornamelijk uit liefde en trots voor jouw religie! Dit betekent niet dat je
vanaf nu tegen iedereen moet schreeuwen en op een harde en groffe wijze die
mensen naar jou toe proberen te trekken, omdat jij wilt dat zij het goede pad
gaan volgen. Nee, zo werkt het niet! Laten we een voorbeeld nemen aan onze
Profeet (vzzmh).
De Profeet glimlachte altijd, van binnen wilde hij natuurlijk maar al te graag
iedereen op het rechte pad zien, maar je moet geduld opbrengen en mensen op de
goede manier kunnen benaderen, en tegelijkertijd van binnen altijd diezelfde
energie vasthouden. Maar als onze moslimgemeenschap deze koude gevoelens ten
opzichte van haar geloof blijft houden, dan zal onze situatie nooit veranderen!
Als de moskeeën alleen in ramadaan bomvol zitten en daarna is het
voorbij, dan ben ik bang dat deze heilige maand geen enkel nut voor ons heeft
gehad en geen enkele invloed op ons heeft uitgeoefend. Wil je inderdaad dat jouw
geloof zal overwinnen? Neem iemand bij de hand, leg hem uit wat alles inhoudt,
nodig hem desnoods uit om in de moskee te gaan bidden.
Maar vergeet niet dat je eerst bij jezelf moet
beginnen! Allereerst wordt er van jou verwacht dat jij een goed beeld van de
islaam geeft, dat jouw gedrag en manieren correct zijn, dat je mensen op een
vredige wijze benaderd. Alleen dan zijn mensen ertoe bereid om naar jou te
luisteren. Laten we eens kijken naar voorbeelden in de geschiedenis waaruit we
onze lessen kunnen trekken. In hoofdstuk Ja Sien vertelt Allah (VVIH) ons
over een dorp waarnaar hij drie (!) profeten had gezonden en nog steeds wilden
zij niet geloven. Tussen hen zat een gelovige waarvan we veel kunnen leren. Wat
Allah zegt kan vertaald worden als: “En er kwam een man aanhollen van het
verste gedeelte der stad; hij zei: ‘O mijn volk, volg de boodschappers; Volg
hen, die van u geen beloning vragen en die goed geleid zijn. En welke reden heb
ik, dat ik Hem, Die mij schiep en tot Wie gij zult worden teruggebracht, niet
zou aanbidden? Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem? Indien de Barmhartige
kwaad met mij zou voorhebben, zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen
zij mij redden. Dan zou ik inderdaad in openlijke dwaling verkeren. Ik geloof in
uw Heer, luistert daarom naar mij.’ Er werd gezegd: ‘Ga het paradijs binnen.’
Hij riep uit: ‘O, als mijn volk slechts wist, hoe mijn Heer mij vergiffenis
heeft geschonken en mij tot een der geëerden heeft gemaakt!’” (VBQ)
Kijk hoeveel deze man over had
voor zijn geloof! Het eerste punt is dat hij van het verste gedeelte van de stad
kwam, en helemaal naar de andere kant toe ging om te proberen de anderen advies
te geven. Hij kwam aanhollen; om geen tijd te verliezen: ik moet mijn volk
redden, ik wil hen laten proeven en voelen wat ik ook van dit geloof heb kunnen
voelen! Tegelijkertijd wil ik mijn geloof een eer bewijzen, ik wil iets doen
voor mijn geloof, uit liefde voor mijn geloof, omdat ik er trots op ben! Het
verspreiden van ons geloof is een verantwoordelijkheid van ons allen en niet
alleen van de imaam (gebedsleider) van de moskee. Eenieder van ons moet
zijn best doen om ook maar het minimale van zijn religie over te brengen aan
anderen. De man uit het vers was zelfs na zijn dood nog bezorgd over zijn volk
en zijn geloof, terwijl hij absoluut geen profeet was, hij was slechts een
volgeling. Wij kunnen veel van deze man leren en hem in vele gevallen als
voorbeeld nemen! Stel je voor, op de dag des oordeels als je voor Allah (VVIH)
staat. Hij zal je vragen: “Wat heb jij voor jouw geloof gedaan?” Jij zult
antwoorden: “Ik heb gebeden, gevast, sadaqa (liefdadigheid) gegeven.”
Blijft het daarbij? En wat heb je gedaan om je religie te verspreiden? Heb je je
vrienden proberen te leiden, heb je geprobeerd hen het een en ander te
vertellen? Jouw liefde voor de islaam moet jou ertoe bewegen om deze religie te
verspreiden, jouw trots dus. Maar als je weinig gevoelens ten opzichte van de
islaam hebt, dan heeft niemand er wat aan!
Iemand
anders waarvan we veel kunnen leren, een klein schepsel maar zijn bijdrage was
groot. De hop van Soeleimaan (vzmh).
Zijn bekende verhaal staat in hoofdstuk An-Naml, hij was de reden van de
bekering van de koningin van Saba. De hop zag dat zij samen met haar volk de zon
aanbad. Zij maakten zich schuldig aan afgoderij. Hoe kun je iemand anders dan
Allah aanbidden? Saba is helemaal in Jemen en Soeleimaan zat in Palestina. Die
hele afstand had de hop afgelegd om ervoor te zorgen dat deze mensen zich zouden
bekeren en zich zouden wenden tot de enige God. Hij vertelde dit aan Soeleimaan
en die stuurde haar een brief waarin hij haar uitnodigde tot het aanbidden van
de enige God. Uiteindelijk is deze koningin bekeerd en dat was allemaal te
danken aan die kleine hop!
De
Profeet (vzzmh) zegt in een overlevering: “Vertel over mij, al is het maar
een enkele zin.” Deze overlevering leert ons om onze daden nooit te
onderschatten, maar elk klein iets wat we weten, hoe klein het in onze ogen ook
mag lijken, correct over te brengen aan anderen.
Een ander voorbeeld van iemand die zo trots was op zijn religie, dat er in zijn
tijd vele dingen zijn gebeurd: Omar ibn-al-Chattaab. Op de dag dat hij zich tot
de islaam bekeerde, zijn er via hem zeven andere metgezellen (die door de
Profeet
zijn verteld dat ze het paradijs zullen betreden) ook bekeerd. Kun je nagaan wat
voor aanwinst dit voor de islaam was! Direct nadat hij Moslim werd, ging hij
naar buiten om de sjahaada (geloofsbelijdenis) aan iedereen te vertellen,
midden in Mekka. En dan te bedenken dat voordat Omar bekeerd was, iedereen die
moslim was zijn geloof geheim hield! Omar wist dat het de waarheid was, dus
waarom zou hij het verbergen! Het kon hem niet schelen wat de Qoereisj ervan
zouden vinden. Dat is pas trots voor jouw geloof! Op dat moment kreeg hij van de
Profeet de bijnaam ‘al-Faroeq’, wat de onderscheider betekent, de onderscheider
tussen het kwade en het goede. En alsof dat niet genoeg was, wilde Omar ook nog
dat op diezelfde dag alle mensen van de Qoereisj wisten dat hij bekeerd was. Hij
ging persoonlijk naar hen toe. Als eerste ging hij naar aboe-Soefjaan, hij
klopte aan bij zijn huis. Aboe-Soefjaan kwam naar buiten en Omar zei:
“Aboe-Soefjaan, weet je het al? Ik ben vandaag moslim geworden!” Aboe-Soefjaan
zei: “Ik hoop dat je wordt vervloekt! Je hebt mijn dag verwoest!” En hij ging
weer naar binnen. Maar Omar wilde juist dat hij het aan iedereen zou
doorvertellen. Dus hij ging verder naar aboe-Djahl. Weer klopte Omar aan en zei:
“Weet je het al? Ik ben vandaag moslim geworden!” Aboe-Djahl zei: “Ik hoop dat
je wordt vervloekt! Je verwoest mijn dag!” En hij ging weer naar binnen. Omar
dacht: Dit schiet niet op! Hij zocht iemand die absoluut geen geheim voor zich
kon houden, hij koos Djamal ibn-Moammar. Omar ging naar hem toe en zei: “Ik wil
je iets vertellen, maar je mag het aan niemand doorvertellen! Ik ben moslim
geworden!” Nog voordat Omar was uitgesproken, was Djamal al weg: “Mensen! Omar
is moslim geworden!” Omar wist dat wanneer de mensen dit soort nieuws horen, zij
naar de Kaba
gaan om zich daar te verzamelen. Wat deed Omar? Hij gaat als eerste naar de Kaba
toe, hij wordt een paar uur lang mishandeld, , om precies te zijn vanaf fadjr
(gebed
vóór zonsopgang)
tot dohr(middaggebed), dus als de zon op zijn hoogtepunt is. Thuis
aangekomen zweerde Omar dat hij niet tegen zijn zoon zou praten, totdat hij zich
zou bekeren. Zijn zoon vertelde hem dat hij al een jaar lang moslim is, maar dat
hij het niet aan hem durfde te vertellen, uit angst voor hem. Omar zei: “Heb je
mij al die tijd de zegeningen onthouden?”
Toen
Omar (mAtmhz)
kalief was sliep hij erg weinig, als men hem naar de reden hiervan vroeg,
antwoordde hij: “Wanneer kan ik slapen? Als ik overdag slaap, doe ik het volk
onrecht aan en als ik ’s nachts slaap, kan ik de rechten van Allah niet
vervullen!” Als we dit alles over Omar (mAtmhz) hebben gehoord, zal de volgende
uitspraak van Hassan al-Basri ons weinig verwonderen: “Op de dag des oordeels
zal de islaam bij eenieder van ons langsgaan, telkens wanneer hij bij iemand
komt die veel voor de islaam over had, zegt hij, “Oh Allah, hij heeft mij een
eer bewezen”, totdat de islaam bij Omar (mAtmhz) komt, dan zegt hij: “Ik was een
vreemdeling, totdat deze man zich bekeerde!”
De
metgezellen hadden ook veel over voor het verspreiden van de islaam. Ze zouden
het onmogelijke doen om een paar mensen te bekeren. Oeqba ibn-Naafi zei altijd:
“Als ik zeker wist dat er zich achter de zee land bevindt, was ik de zee
overgestoken om ook daar de islaam bekend te maken.” In deze tijd is het een
fluitje van een cent om de Middellandse Zee of de Rode Zee over te steken, maar
we weten dat de Arabieren in die tijd nooit over zee hadden gereisd en dat het
voor hen een mysterieus iets was. Als je over zee zou kunnen reizen, dan was je
in die tijd de grootste held! Dan zie je hoeveel deze metgezel voor zijn religie
over had!
Met
goed gedrag en manieren kun je heel wat overbrengen. Op deze manier maakten
eeuwen geleden de mensen in Indonesië en Afrika kennis met de islaam: via de
koopmannen die vanuit het Arabisch schiereiland daar op reis gingen. Ze raakten
onder de indruk van hun eerlijkheid en manieren. Zodra men wist dat dit vanuit
hun religie werd aangemoedigd, bekeerden zij zich. Om jouw religie over te
brengen moet je ook van de mensheid houden, voor iedereen het beste willen en
hen daarom de waarheid proberen te vertellen. De moslim is niet die chagrijn die
alleen met andere moslims omgaat. Het is juist iemand die open staat voor
iedereen, zodat eenieder hem eerst als persoon accepteert. Daarna kun je van
mensen verwachten dat ze ook willen luisteren naar wat jij te zeggen hebt.
Ibn-al-Qajjiem zei over dawa:
“De hoogste gradatie van een dienaar is het verrichten van dawa, omdat
dat het beroep van de profeten is.” Dus wanneer jij mensen iets van de islaam
over probeert te brengen, dan ben je eigenlijk in dienst van Allah (VVIH). Jij
probeert mensen het paradijs in te brengen.
Vergeet daarbij niet: als jij iemand aanspoort tot het verrichten van een goede
daad, dan krijg jij net zoveel zegeningen als die persoon, en ook voor iedereen
die het daarna doet.
Wie van
ons zou dit niet nodig hebben?
Het uitnodigen tot
de islaam of het correct weergeven van de islaam.
|