|
Broederschap en het hart ontdoen van
haat
Wet 7: Onze
oemma kan niet overleven, tenzij we van elkaar houden.
Allah heeft ons beloofd dat Hij de toestand van onze oemma
zal veranderen als wij onszelf veranderen. Het is een goddelijke wet. Maar heb
je er ooit bij stilgestaan hoe wij tegen elkaar zullen reageren als Allah ons
deze beloofde overwinning geeft? Bijvoorbeeld, ik ben bang dat op een dag, nadat
Allah ons de overwinning heeft gegeven, wij sommigen van onze moslim broeders en
zusters zullen haten. Ik ben bang dat in de toekomst, Irakese en Koeweiti
moslims moeite met elkaar zullen hebben. In hun onderbewustzijn zullen de
Irakezen denken dat de Koeweiti’s verantwoordelijk zijn voor alles wat er is
gebeurd en er zal een emotionele barrière tussen hen ontstaan. Niet zo lang
geleden hadden we slechte gevoelens jegens onze Palestijnse broeders en zusters,
we dachten dat ze wat er met hen gebeurde verdienden, omdat zij degenen waren
die hun land aan de Israëli’s verkochten, zij lieten hen binnen. De tijd
verstreek en we realiseerden ons dat dit een kwaadaardige leugen was en een
grote illusie, het bleek dat we dit alleen zeiden zodat we geen
verantwoordelijkheidsgevoel jegens hen zouden voelen. We zagen op tv dat ze hun
eigen leven voor hun land opofferden. We zagen gezinnen die uit hun huis werden
verdreven voordat het werd gesloopt. We zagen kinderen en jongeren het
Israëlische leger gek maken met het gooien van stenen. Onze vijanden probeerden
haat tussen ons te zaaien zodat we niets voor hen zouden voelen.
We kunnen het niet toestaan om de haat jegens elkaar zijn weg
naar ons hart te laten vinden. We moeten onze broederschap behouden en onze
harten ontdoen van de haat jegens elkaar.
Wist je dat broederschap heel erg diep in ons geloof is
verankerd? Het is een fundamenteel begrip in de islaam. Allah zegt hetgeen
vertaald kan worden als: “De gelovigen zijn voorzeker broeders.”(VBQ
soera 49:10). Laat me jou tonen hoe essentieel broederschap voor de
moslims is, en ik zal niet met de Profeet Mohammed’s tijd beginnen, nee, ik ga
veel verder terug dan dat. Laten we beginnen met de profeet Moesa (Mozes (vzzmh)).
Toen Allah hem vertelde dat hij naar de Farao van Egypte moest gaan en hem de
boodschap van Allah moest overbrengen, wat vroeg Moesa toen? Allah vertelt ons
wat hij zei: “Geef mij een helper uit mijn familie, Aaron, mijn broeder;
Vergroot mijn kracht door hem, En laat hem mijn arbeid delen, Opdat wij U veel
mogen verheerlijken, En U zeer indachtig mogen zijn. Voorzeker Gij doorziet
ons.”(VBQ soera 20:29-35) Moesa vroeg Allah om Aaron hem te laten
vergezellen omdat zijn broer erg belangrijk was voor hem, en Moesa wist dat zij
als team succesvoller zouden zijn en elkaar zouden helpen om betere dienaren van
Allah te worden. Kunnen je de liefde tussen hen voelen als je deze verzen leest?
Toen antwoordde Allah met hetgeen vertaald kan worden als:“God zei: Uw
verzoek is ingewilligd, Moesa.”(VBQ soera 20:36)
De twee broers tonen ons nogmaals het belang van broederschap en
eenheid, namelijk toen Moesa wegging om Allah te ontmoeten en Aaron als leider
van de kinderen van Israël achterliet. Toen de joden een gouden koe aanbaden,
probeerde Aaron hen terug te leiden naar het juiste pad, en sommige mensen deden
dit, maar de meesten van hen weigerden. Aaron had opgemerkt dat dit een
splitsing in de gemeenschap veroorzaakte tussen de ware gelovigen en degenen die
ervan afweken. Aaron vreesde dat dit zou leiden tot een breuk in de eenheid, en
dus gaf hij er de voorkeur aan om geduldig te zijn en niets te doen totdat Moesa
terugkwam. Toen Moesa terugkwam en schrok toen hij zag dat zijn mensen een
gouden koe aanbaden, beschuldigde hij Aaron ervan dat hij niet verantwoordelijk
genoeg was. Allah zegt hetgeen vertaald kan worden als: “Hij
antwoordde: ‘O zoon van mijn moeder, grijp mij niet bij mijn baard noch bij mijn
hoofd. Ik was beducht dat gij zou zeggen: Gij hebt een scheuring teweeg gebracht
onder de kinderen van Israël en hebt niet op mijn woord gewacht.’”(VBQ soera
20:94). Zo belangrijk was het voor Aaron om eenheid en broederschap te
behouden.
Onze geliefde Profeet Mohammed (vzzmh) leerde ons hoe essentieel
broederschap voor moslims is en hoe belangrijk het in de islaam is om te slagen.
Tijdens de onderdrukking en vervolging in Mekka, begon de Profeet Mohammed
(vzzmh) met het prediken van de islaam aan andere stammen en steden, in de hoop
dat hij een plaats zou vinden die veiliger was dan Mekka, om daar naartoe te
migreren. Hij had er althans nooit aan gedacht om naar Jathrib (Medina) te gaan
omdat daar een oorlog heerste tussen twee stammen, de Aws en Chazradj. Weet je
waarom daar oorlog was? Laat het me je vertellen. De joden migreerden naar
Jathrib omdat hun heilige schriften hen vertelden dat de laatste profeet spoedig
zou arriveren en zich in deze stad zou vestigen, en dus besloten zij om te
migreren en op zijn verschijning te wachten. Omdat er twee grote stammen in
Jathrib waren, vreesden ze dat ze hen zouden verdrijven, en dus besloten zij om
hen bezig te houden door hen met elkaar te laten vechten. Nog een andere reden
om een oorlog tussen de Aws en de Chazradj te beginnen, is om van hen te
profiteren door wapens aan hen te verkopen. Dus hadden de joden zich in twee
groepen gesplitst, elke groep was bondgenoot van één stam, óf Aws, óf Chazradj.
Een onderdeel van het bondgenootschap was dat als een jood die bondgenoot is van
de Aws vermoord werd, de hele stam moest deelnemen aan het bestraffen van de
aanvallende stam. En dus beraamden de joden valse conflicten tussen elkaar,
waarin een jood die bondgenoot van de Aws is, een joodse bondgenoot van de
Chazradj ‘vermoordde’ en hiermee een oorlog tussen de twee stammen ontstak. Dus
de stammenoorlog was op zijn hoogtepunt en de joden waren het meer en meer aan
het voorzien van brandstof, en daarom had de Profeet Mohammed (vzzmh) nooit
overwogen om ernaar te migreren.
Op een dag ontmoette de Profeet Mohammed (vzzmh) zes jongeren
van de Chazradj stam in Mekka en zij accepteerden allen de islaam en gingen
terug naar Jathrib. Het volgende jaar waren er twaalf moslims, negen van de
Chazradj stam en drie van de Aws stam. Toen Profeet Mohammed dit zag, werd hij
erg blij omdat hij voelde dat de islaam de broederschap tussen de twee stammen
bevorderde. Een jaar passeerde en Profeet Mohammed migreerde naar Jathrib en
kondigde het einde van de aanhoudende oorlog tussen Aws en Chazragh aan, en de
relatie tussen hen werd een broederschap met wederzijds respect en liefde. De
joden faalden vanaf toen om een oorlog tussen de twee stammen op te doen laaien,
de broederschap was veel te sterk; het was versterkt door een stroom van
openbaringen die de broederschap aanmoedigde.
Allah zegt hetgeen vertaald kan worden als: “En houdt u allen
tezamen vast aan het koord van Allah en weest niet verdeeld en gedenkt de gunst
van Allah, die Hij u bewees toen gij vijanden waart en Hij uw harten verenigde,
zo werd gij door Zijn gunst broeders en gij waart aan de rand van een vuurput en
Hij redde u er van. Zo legt Allah u Zijn geboden uit opdat gij zult worden
geleid.” (VBQ soera 3:103)
Ook zegt Allah hetgeen vertaald kan worden als: “De gelovigen
zijn voorzeker broeders. Bewaart daarom vrede onder uw broeders en weest
godvruchtig opdat u barmhartigheid moge worden betoond.” (VBQ soera
49:10)
Een ander vers zegt: “En degenen die na hen kwamen, zeggen:
‘Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en
laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt
inderdaad Liefderijk,Genadevol.’” (VBQ soera 59:10)
De Boodschapper van Allah (vzzmh) zei:“Op de dag des oordeels
zal Allah de
Majestueuze zeggen: ‘Waar zijn degenen die van elkaar houden omwille van Mij?
Vandaag zal Ik hen in Mijn schaduwen beschutten wanneer er geen schaduwen
behalve die van Mij zullen zijn.’” De Profeet Mohammed (vzzmh) zei
ook: “Allah de Majestueuze zei: ‘Voor degenen die elkaar liefhebben omwille
van Mij, zullen er stoelen van licht zijn (op de dag des oordeels), en ze zullen
benijd worden door de profeten en de martelaren.’”
Op een dag zat de Profeet Mohammed (vzzmh)
met een van zijn metgezellen, toen er een man voorbij liep. De metgezel zei
tegen Profeet Mohammed (vzzmh): “Weet je, ik houd van deze man omwille van
Allah.”, en dus vroeg de Boodschapper van Allah hem:“Heb je dit aan hem
verteld?” De metgezel antwoorde: “Nee.” Profeet Mohammed zei:“Ga snel en
vertel het hem! Wanneer een man van zijn broeder houdt (omwille van Allah) laat
hem vertellen dat hij van hem houdt.” Zo fundamenteel is broederschap in de
islaam.
In de slag Oehoed werden 70 moslims vermoord. Nadat de slag voorbij was en de
moslims de doden aan het begraven waren, stopte Profeet Mohammed dit proces
plotseling en vroeg luid, terwijl hij tussen de dode lichamen zocht: “Waar
zijn Amr Ibn Al-Djamoeh en Abdoellah Ibn Haraam?” Toen de metgezellen
vroegen waarom, antwoordde hij:“Begraaf hen met elkaar! Ze hielden in deze
wereld van elkaar omwille van Allah, laat hen met elkaar begraven worden!”
Begrijp je dit? Maar dit betekent niet dat er tussen broeders niets verkeerds
gaat, we zijn tenslotte mensen. Hier is een voorbeeld:
Op een dag had Aboe-Zaar (mAtmhz)
een woordenwisseling met Bilal (mAtmhz) en noemde hem ‘zoon van een zwarte
vrouw’. Bilal werd zo verdrietig dat hij naar de Profeet (vzzmh) ging om zich te
beklagen. De Profeet (vzzmh) ging naar Aboe-Zaar toe en vroeg boos aan hem:
“Heb jij dat gezegd? Je bent een man die onwetendheid in zich heeft.”
Aboe-Zaar (mAtmhz) betreurde wat hij had gedaan. Hij ging met zijn wang op de
grond liggen en vroeg Bilal om op zijn gezicht te staan zodat hij dan zou
zeggen: “Ik zweer bij Allah dat jij op mijn gezicht staat zodat Allah mij
vergeeft.”, maar Bilal deed dit niet en vergaf hem, en toen Profeet Mohammed
(vzzmh) overleed, was hij tevreden over hen beiden. Geliefde broeders en
zusters, we kunnen onze verschillen hebben, we kunnen het niet eens zijn, maar
we blijven voor altijd één familie.
Laten we de betekenis van broederschap weer doen opleven. Het is een schild dat
onze eenheid beschermt en ons Allah’s genade geeft. Profeet Mohammed (vzzmh)
vertelde ons dat op de dag des oordeels twee mannen voor Allah zullen staan en
één van hen zal zeggen: “O Allah, deze man nam iets van mij tegen mijn wil!” En
dus vertelt Allah de andere man om de eerste man zijn eigendom terug te geven,
maar de man praat niet, en blijft zwijgen. Dan zegt de eerste man: “O Allah,
laat me dan van zijn goede daden nemen!” Wanneer Allah de tweede man verteld om
zijn goede daden (hasanaat) aan de eerste man te geven, kijkt hij met
wanhoop en tranen naar boven en zegt: “O Allah, Ik heb geen goede daden over.”
Dan eist de eerste man : “O Allah, neem dan mijn zonden en geef ze aan hem!” Dan
vraagt Allah aan hem: “Wat dacht je van iets beters dan dit? Hef je hoofd op.”
En dus heft de man zijn hoofd op en ziet een spectaculair paleis en zegt:
“Wooow!! Wiens paleis is dat? Een profeet? Een martelaar?” Allah antwoord: “Voor
degene die de prijs ervan heeft.” De man vraagt: “En wie kan mogelijk de prijs
van zo’n paleis hebben?” Allah antwoordt: “Jij.” “Ik?” vraagt de man verrast.
“Ja jij, als jij je broeder vergeeft, zul je de prijs hebben.” En dus zegt de
man: “Ik vergeef hem, Allah! Ik vergeef hem!” En dan zegt Allah tegen hem: “Neem
je broeders hand en treed samen het paradijs binnen.
Laten we elkaar vergeven, geliefde broeders en zusters, laten we
onze band versterken, en onze broederschap doen herleven. Laten we de haat
jegens elkaar uit onze harten verwijderen. We hebben dat nodig om onze toestand
te veranderen, en als we onze toestand veranderen, zal Allah zeker de toestand
van onze oemma veranderen.
AmrKhaled.net
© جميع حقوق النشر محفوظة
Dit artikel mag voor privé-doeleinden
gepubliceerd en gekopieerd worden, zolang de oorspronkelijke bron
vermeld wordt. Voor alle andere doeleinden is vooraf schriftelijke toestemming
van de administratie van deze website nodig.
Voor
informatie:
dar_altarjama@amrkhaled.net |